India-Nederland flink uit balans

Eigentijds Ensemble Modern o.l.v. Kasper de Roo. Gehoord: 20/11 Concertgebouw, Amsterdam. **

In bijzijn van koningin Beatrix en de Indiase minister van Financiën Chidambaram, tal van andere hoogwaardigheidsbekleders en een legioen van in zakenpak gestoken Hollanders en Indiërs, speelden het Ensemble Modern en enkele Indiase musici het programma East meets West. Het concert, onderdeel van het Amsterdam India Festival van het Concertgebouw, was het slot van een dag vol CEO-vergaderingen en andere netwerkgelegenheden.

De muzikale ontmoeting was ernstig uit balans. Nederlandse of westerse componisten met belangstelling voor India ontbraken. De Indiase musici deden geen moeite het klassieke Indiase idioom te verlaten, of presenteerden een slap aftreksel van ‘westerse’ ensemblemuziek.

In Nada Ranga van dhrupad-zanger Uday Bhawalkar en The Master’s Tanpura van sarangi-speler Dhruba Ghosh dient het ensemble voor niet veel meer dan het uitsmeren van de onmisbare drone van de Indiase klassieke muziek, vier eindeloos herhaalde noten op de tanpura, een snaarinstrument.

Daaroverheen zong Bhalwalkar schitterend, en Ghosh soleerde op zijn sarangi, een strijkinstrument, al even indrukwekkend.

Sandeep Bhagwati en Ashok Ranade componeerden met Sangit-Sambhavi het interessantste werk: bontgeschakeerd, een Indiase blik op wat in Europa als ‘moderne muziek’ wordt beschouwd, met wat Indiaas-exotische klanken zoals olifantentrompetters, vogelfluitjes en een drone uit een shruti-box. Hier konden de musici en hun Nederlandse dirigent Kasper de Roo nog wat energie en speelplezier kwijt.

Uday Bhalwalkar’s Nada Ranga begint veelbelovend, met ritmisch borstkloppen door de zeven musici. Maar wanneer ze hun instrumenten pakken, volgt alsnog een soort potsierlijke stapeling van uitgeschreven improvisaties.

Lollige uitsmijter was Ganesh Anandans Autorickshaw Ride, met samples van de Indiase straat in combinatie met soms haast Guus Janssen-achtig, maar dan wat onhandiger haperende jazzloopjes. De ‘konnakol’-solo (vocale percussie) door de componist, begeleid op jazzy contrabas, was misschien nog wel de meest geslaagde oost-west-ontmoeting.