Het snob-appeal van The Beatles

Paul McCartney schreef een lange lijst onsterfelijke pophits, hij leidde de beroemdste popgroep ter wereld, en hij is een van de rijkste mannen van Groot-Brittannië. Toch is hij niet tevreden. Omdat hij nog altijd in de schaduw staat van zijn voormalige compagnon, John Lennon (1940-1980).

In de populaire visie is Lennon de charismatische kunstenaar die het rock-‘n-rollleven leidde, en die The Beatles naar een hoger artistiek niveau tilde. McCartney steekt daarbij af als een briljante maar brave componist van mooie popliedjes.

Deze geschiedvervalsing zit McCartney enorm dwars. De laatste jaren voert hij actie om – met enig recht – het beeld weer recht te zetten. Hij was juist de avant-gardist, die de groep over muzikale grenzen heen duwde. Terwijl de luie Lennon als getrouwde burgerman thuis heroïne zat te spuiten, begaf vrijgezel McCartney zich diep in de kunstkringen van Swinging London.

Zijn laatste poging om de geschiedenis te herschrijven, is zijn voornemen om het dertien minuten durende muziekstuk Carnival of Light (1967) alsnog uit te brengen. Op initiatief van McCartney maakte de groep de opname voor een avant-gardistisch festival, maar de leden vonden het „te avontuurlijk”. Alleen McCartney was voor uitgave. Nu twee van de vier Beatles dood zijn, probeert hij het opnieuw. Hij schroomt daarbij niet om te verwijzen naar componisten als John Cage en Stockhausen.

Als het fragment dat reeds op YouTube staat authentiek is, dan moeten we concluderen dat de uitgave van Carnival of Light de muziekwereld niet op zijn grondvesten zal doen schudden. Je hoort een monotoon, geïmproviseerd klanktapijt, op een regelmatig, halftempo ritme. De bas geeft jazz-achtige accenten. Twee achterstevoren, vertraagd opgenomen gitaren zorgen voor de sixties space sound, zoals bijvoorbeeld ook te horen in Tomorrow Never Knows en I’m Only Sleeping, uit 1966. Een overstuurde gitaar speelt dissonante akkoorden over een storende monitor, een andere pielt wat hoge tonen. Hoe lullig dat in werkelijkheid klinkt, is te horen in een ander fragment op YouTube, waarvoor een vileine fan de partijen op normale snelheid heeft teruggedraaid. Een soort freejazz op rockinstrumenten.

Met Cage of Stockhausen heeft het verder weinig te maken. Oké, het is repetitief, met lichte verschuivingen, maar dat is een bollensorteermachine ook. Het noemen van die twee componisten is een kinderachtige poging van McCartney om The Beatles nog meer snob-appeal te geven. Zoals Lennon ooit Finnegans Wake van James Joyce noemde als inspiratiebron van zijn associatieve teksten. Daarbij denkt McCartney dat ‘avant-garde’ een kwaliteitsnorm is.

Net als de kilometers banden met geluidscollages die ze in elkaar knutselden, behoort Carnival of Light tot de uitprobeersels, de vingeroefeningen van de groep. Voor de ware late meesterwerken incorporeerde de groep zulke herrie in traditionele rock-‘n-rollliedjes; zoal ze ook leenden uit de klassieke muziek, de country en de vaudeville. Juist die combinaties maakten The Beatles zo goed en invloedrijk.

Toen de andere Beatles tegen McCartney zeiden dat ze Carnival of Light ‘te avontuurlijk’ vonden, wilden ze gewoon op een aardige manier zeggen: „Paul, het is te lelijk”.