Het sloft, waggelt, emmert, strompelt en het moordt

William S. Burroughs en Jack Kerouac: And the Hippos Were Boiled in Their Tanks. Penguin Classics, 214 blz. € 20,85. Vertaald door Ton Heuvelmans als En de nijlpaarden werden gekookt in hun bassins. Lebowski, 176 blz. €17,50

Voor de Beat was er... de Beat: een nog ongepubliceerd groepje jonge (en minder jonge) mannen dat rondhing in New York en zich van oeverloos gesprek naar oeverloos gesprek sleepte. Jack Kerouac, William Burroughs en Allen Ginsberg: het zijn namen die klinken als klokken, maar in 1944 had nog niemand van hen gehoord. De vroege hoogtepunten uit hun respectievelijke oeuvres – On the Road, Naked Lunch en Howl – lagen nog een dik decennium in de toekomst. De gigantische bibliotheek aan boeken óver de Beat was nog volslagen ondenkbaar.

De vraag is of de Beat ooit de Beat was geworden, als Lucien Carr niet een aardappelschilmesje in de borst van David Kammerer had geplant. Het was een drama dat plaatsgreep in de kantlijn van de embryonale tegencultuur, en dat met name Kerouac wakker zou schoppen met een grote metafysische boerenklomp. Na 1944 begon hij aan zijn lange speurtocht naar Amerika. Een tocht die zou uitmonden in Beatbijbel On the Road.

Carr en Kammerer waren vrienden van Kerouac, Ginsberg en Burroughs. Eerstgenoemde was een pesterig wonderkind dat ooit les had gehad van de vadsige, lichtelijk geobsedeerde nicht Kammerer. Die begon Carr door het hele land te volgen, tot in de slaapkamer toe, waar hij in het geniep Carrs slapende gestalte bestudeerde. Carr walgde van de aandacht, maar stimuleerde Kammerer wanneer het hem uitkwam. Tot de fatale dag. Het leegbloedende lichaam werd in de Hudson geworpen en pas dagen later opgevist.

Zowel Kerouac als Burroughs hoorde een biecht van Carr aan. Beiden adviseerden hem zich aan te geven, en deden er verder het zwijgen toe – ook toen al hadden ze iets van ‘wij tegen de wereld’. Beiden werden opgepakt. Rijkeluiszoon Burroughs stond dankzij connecties snel weer buiten, Kerouac moest gehaast zijn vriendin Edie huwen, opdat haar ouders de borg zouden ophoesten.

Carr zou niet, zoals hij had gevreesd, de elektrische stoel krijgen, maar er met een paar jaar gevangenschap van afkomen. Zijn verdediging hing op een vermeende aanrandingspoging. Dat Carr en Kammerer wellicht vleselijk waren geweest, moest te allen tijde worden ontkend. Zoals Carr zijn adviseurs toebeet: ‘Heterosexuality all the way.’

Heeft dit alles iets met een boek van doen? Jazeker. Ginsberg begon al snel aan een roman over de zaak, maar werd door de universiteit waar alle betrokkenen studeerden op de vingers getikt. Kerouac en Burroughs werkten samen aan een manuscript dat tot nu ‘onder de vloerplanken’ had gelegen. Het heet And the Hippos Were Boiled in Their Tanks, en vindt – nu de latere succesvolle journalist Carr eindelijk overleden is – zijn weg naar een Beat-hongerig publiek. Het boek geeft in verkapte vorm inzicht in de aanloop naar het misdrijf en in de tijd waarin de Beat wortelt. Tegelijk bewijst het dat beide schrijvers nog lang niet klaar waren voor het grote werk dat ze later zouden verrichten.

In Hippos is Carr vermomd als Phillip Tourian, half Turks, half Amerikaans, het soort jongen waar ‘literaire nichten sonnetten voor schrijven.’ Kammerer is Ramsay Allen, een grijzende man van in de veertig die er uitziet als een ‘aan lager wal geraakt acteur, of iemand die ooit iemand was.’ In afwisselende hoofdstukken doen Will Dennison (Burroughs) en Mike Ryko (Kerouac) vrij feitelijk de gebeurtenissen uit de doeken, al wordt de moord nu met beduidend meer aplomb gepleegd. Tourian hakt zijn aanbidder het hoofd in met een bijl en gooit daarna het lichaam van het dak van een pakhuis. Enig sensationalisme is de auteurs niet vreemd. Sterker, het was de markt waarop ze vergeefs mikten.

Tot het moment suprême kun je nauwelijks van een opwindend plot spreken. In tegenstelling tot bekende Beat-literatuur, roept dit boek vooral het lamentabele karakter van de vroege tegencultuur op. De weg lonkt nog niet, de stilistische schittering van spontaneous prose en cut-up ontbreken. In een tijd zonder televisie of internet is het rondlummelen weliswaar iets minder inert van karakter, maar veel scheelt het niet. Het zit en drinkt en emmert, en het sloft, waggelt, strompelt van kroeg naar filmhuis naar ranzig appartement, drinkt nog eens wat meer, gebruikt dit of dat middel, neukt, neukt niet. Tourian is vol van de ontwikkeling van zijn ‘Nieuwe Visie’, Rimbaud wordt aangehaald, er wordt dagen aaneen vergeefs gepoogd aan te monsteren op de grote vaart. And that’s it. Vooral Kerouacs bijdrage mist een dwingende visie. Burroughs is iets verder, als mens en als schrijver. Maar zijn distantie wordt allengs akelig invoelbaar voor de lezer.

Man, ga toch leven, denk je dan. Iets wat Burroughs en Kerouac goddank, op heel verschillende manieren, zijn gaan doen. And the Hippos Were Boiled in Their Tanks is geslaagd als curiosum. Als sleutelroman is het een duffe bedoening.