Het kinderboek in een keurslijf

Het AVI-systeem om kinderboeken te rangschikken naar niveau wekt de woede van jeugdboekenschrijvers. „Het gevaar is dat kinderen mooie boeken missen.”

Rotterdam, 21 nov. - Vader stapt de boekhandel in en vraagt aan de winkeljuffrouw: heeft u een AVI-6-boek voor mijn kind?

Fout, zegt kinderboekenschrijver Hans Kuyper. „De vader had natuurlijk moeten zeggen: ik zoek een léúk boek voor mijn kind. Niks AVI. Dat is een systeem om het leesniveau van een kind te toetsen. Het zegt niets over leesplezier.”

Kinderboekenauteurs, verenigd in de werkgroep jeugdboeken van de Vereniging van Letterkundigen (VvL), vinden het een kwalijke ontwikkeling dat boeken buiten de scholen op basis van AVI worden ingedeeld. Ouders vragen ernaar in winkels, bibliotheken sorteren hun boeken op ‘AVI’. Kuyper: „Het gevaar is dat kinderen daardoor mooie boeken missen. Ouders hechten er steeds meer waarde aan. Dat hoort niet. AVI is prima voor in school, zeker de eerste vier van de negen niveaus.”

De jeugdboekenschrijvers grappen dat AVI staat voor ‘Afkorting Voor Iets’. Eigenlijk betekent het ‘Analyse van Individualiseringsvormen’. Het is een in 1977 ontwikkeld toetsinstrument om te kijken op welk niveau kinderen kunnen lezen. Het wordt gebruikt binnen het onderwijs en door educatieve uitgeverijen. Het moet ook vooral op school blijven, zegt kinderboekenschrijver Annemarie Bon, bestuurslid van de VvL. „Het zou fijn zijn als ouders zich bewust zijn van de betrekkelijke waarde van zo’n systeem.”

Nadine Paagman van kinderboekenwinkel Paagman in Den Haag merkt dat ouders „bijna alleen maar” naar AVI-boeken vragen. De boeken in haar winkel zijn gerangschikt op AVI-niveau. Paagman begrijpt het bezwaar van de auteurs. „Maar je doet er weinig aan. Ouders vragen erom.”

AVI gaat steeds meer de inhoud van kinderboeken bepalen, zegt schrijver Bies van Ede. Het woord ‘wurgseks’, noemt hij als voorbeeld, is technisch leesbaar voor kinderen van zeven jaar. „Bint van Bordewijk is technisch leesbaar voor kinderen van negen en Het Bureau van Voskuil kun je op je twaalfde aan. Maar begrijp je er ook maar één zin van?”

Voor de werkgroep was de recente publieksbrochure van Biblion, de centrale organisatie van openbare bibliotheken, de druppel. Daarin staat dat het AVI-niveau „een praktisch hulpmiddel” is bij het zoeken naar een boek dat het beste aansluit bij het leesniveau van uw kind. „Zo weet u altijd welke boeken uw kind goed kan lezen en welke te makkelijk of nog te hoog gegrepen zijn”.

Onzin, zegt Kuyper. „Een kind wordt echt niet dik als iets te simpel is.” En te moeilijk is een subjectief begrip, zegt schrijver Annemarie Bon. „Als een kind gegrepen is door een onderwerp, dan zal het ook moeilijkere teksten kunnen lezen. ”

Uitgever van kinderboeken Roel van Gestel van Zwijsen, een van de grootste educatieve uitgeverijen, denkt dat een AVI-aanduiding wél nut heeft. „Er is een groep lezers die je kunt frustreren met een te moeilijk boek.” Maar er zijn diverse factoren die bepalen wat een moeilijk boek is, voegt Annemarie Bon toe. „AVI meet het gemiddelde aantal letters per woord. Alleen dat. Het zegt niets over of het saai geschreven is, of dat een verhaal gelaagd is. Ook de opmaak, de bladspiegel is van invloed.”

„Het systeem is er”, stelt uitgever Van Gestel. En dat zal niet veranderen, ondanks verzet van de auteurs. Maar hij erkent dat het systeem moet worden genuanceerd. „Kinderen moeten een boek kiezen dat ze leuk vinden.” En, zegt hij, de verschillen tussen boeken boven het niveau AVI-6 zijn inderdaad redelijk klein. „Alleen is het onderwijs daar zelf nog niet zo van doordrongen. Scholen hanteren vaak stringente regels en geven dat door aan de ouders.”

Het belangrijkste, vindt Van Gestel, is dat alle betrokken partijen – schrijvers, uitgeverijen, scholen, bibliotheken, boekhandels – rond de tafel gaan zitten om de verwarring rond de AVI-maatstaf glad te strijken. „Want nu is het voor ouders nog steeds niet duidelijk welk boek ze zouden moeten kiezen.”

Om het nog onduidelijker te maken: met ingang van 2008 is er een nieuwe indeling ingevoerd van AVI. Die maakt een koppeling tussen leesniveau en de groepen op school. „Dat stigmatiseert pas echt”, zegt Hans Kuyper.

Cito stelt in een reactie dat AVI een didactisch hulpmiddel is en geen „keurslijf” mag zijn. „Op de manier waarop boeken tot stand komen, wil Cito geen invloed hebben.” Dat weerspreken de jeugdboekenschrijvers. Niveauleesboeken worden speciaal gemaakt, waarbij de schrijvers teksten op een bepaald AVI-niveau schrijven. Daarbij zijn de auteurs gehouden aan een vastgestelde lengte van woorden en zinnen.

Het AVI-niveau van de eerste alinea van deze tekst is AVI-7. In het nieuwe systeem: AVI-E5 of AVI-M6. Oftewel, geschikt voor eind groep vijf, begin/midden groep zes. Dat betekent dat een negenjarige dit zou moeten kunnen lezen. Bent u er nog?