Hé, een baby in mijn karretje

Ali Smith begint haar nieuwe verhalenbundel over wat een kort verhaal is. Maar als een verhaal een nimf is, wat is een roman dan?

Ali Smith: De eerste persoon en andere verhalen. Uit het Engels vertaald door Hien Montijn. Mouria, 160 blz. € 17,90

Verhalen kunnen levens veranderen als we niet oppassen. Vertel de juiste verhalen en we leiden betere levens’, is een uitspraak van Ali Smith die gerust gezien kan worden als een motto voor haar werk. Of verhalen daadwerkelijk levens kunnen veranderen, daar wordt oeverloos over gediscussieerd, maar volgens onderzoek aan de universiteit van Toronto kunnen mensen empathischer en sociaal vaardiger worden wanneer ze de juiste verhalen lezen. Het is natuurlijk de vraag of de verhalen van Smith daarvoor wel geschikt zijn, maar ze doen wel iets met de lezer. Je wordt verrast en gedwongen om na te denken over dingen waar je voorheen nooit bij stilgestaan zou hebben.

De Schotse schrijfster Smith bereikte een flink lezerspubliek na haar voor de Booker Prize genomineerde roman Hotel Wereld en ze behield dat met de eveneens voor de Booker genomineerde roman De toevallige. Maar groot publiek of niet, Smith is geen toegankelijk schrijfster. In romans laat ze hele hoofdstukken uit één zin bestaan of ze schrijft juist in extreem korte zinnen omdat de taal de camerabewegingen moet weerspiegelen die gemaakt worden door een tienermeisje. In de romans worden verhalen soms meer dan eens vanuit verschillende perspectieven verteld, zodat ze soms wel wat van verhalen weg hebben. Ze reflecteert toch al vaak op het vertellen zelf: ze begint een kort verhaal bijvoorbeeld om halverwege op te merken dat het toch anders zat – waarna ze het hele verhaal nog een keer vertelt, en dat procédé herhaalt ze dan binnen enkele bladzijden. Telkens wanneer je denkt de volgorde der dingen beet te hebben, word je terechtgewezen.

Geen easy reading kortom, maar wel erg goed werk. En haar laatste verhalenbundel De eerste persoon is geen uitzondering. Met een prikkelend openingsverhaal dat veel weg heeft van een essay over wat een kort verhaal nu eigenlijk is – een mooie nimf, een echo? En wat is de roman dan? Een ‘verlepte oude hoer’ in haar ‘geriefelijke gedienstigheid’? – neemt ze de lezer mee in geschiedenissen die pas wat gaan betekenen wanneer ze verteld zijn. Dat lijkt misschien een open deur, en over dit onderwerp is al wel vaker iets gezegd, maar wat die visie bij Smith mooi maakt is de verrassende draai die ze in de verhalen stopt, juist op plotniveau.

Zo wordt bijvoorbeeld de vraag gesteld: hoe zou Fidelio geklonken hebben wanneer de opera niet gecomponeerd was door Beethoven maar door Mozart? Hoewel een direct antwoord uitblijft en er vooral nagedacht wordt over de politieke en actuele laag in Beethovens opera die typisch ‘postnapoleontisch zou zijn’, is het leuke vraag. Een vraag ook die toepasselijk is voor deze bundel waarin telkens de vraag wordt opgeroepen: wat gebeurt er wanneer het vanzelfsprekende niet meer vanzelfsprekend is? Wanneer je iemand anders de geschiedenis laat navertellen?

In het verhaal over een geschifte moeder worden de consequenties beschreven van haar waanzin voor de dochter. Voor deze dochter wordt de gekte pas echt moeilijk te plaatsen wanneer ze haar moeder opeens bij de voornaam moet aanspreken. Ook in gesprekken met derden mag ze het niet meer zeggen ‘mijn moeder’. In een ander verhaal krijgt een relatie vorm omdat alle ervaringen besproken worden in vergelijking met wat al plaatsvond bij eerdere minnaars. Dat levert geestige dialogen op: ‘Je bent niet de eerste persoon bij wie ik me zo nieuw voel’.

Behalve verrassend wordt Smith ook confronterend in het verhaal ‘Het kind’. Hierin vindt een vrouw plotseling een baby in haar winkelwagen. Wanneer het kind bij niemand blijkt te horen en de omstanders ervan overtuigd zijn dat het kind van haar is, neemt ze het mee om het ergens anders te droppen. Achterin de auto blijkt de baby te kunnen praten als een volwassen man. Een beetje als Stewie uit de tv-serie Family Guy en niet alleen omdat hij kan praten maar ook omdat hij zich al net zozeer tot rabiate cultuurpessimist ontpopt. Want wat begint met onschuldige grapjes over vrouwen achter het stuur en de saaiheid van politieke correctheid, eindigt in een maatschappelijke analyse waarbij extreem rechtse politici hun vingers zullen aflikken. De vrouw zelf wil er tegenin gaan, maar het lukt haar niet. Wanneer ze de baby ziet, is ze ontroerd door zijn charmes en schattigheid. De baby zelf eindigt in een nieuw winkelwagentje zodat hij zijn praatjes aan een volgend slachtoffer kan verkopen. Maar de boodschap – met excuses voor deze onbedoelde woordspeling – is duidelijk: iedereen laat zich al te gemakkelijk inpakken door de manier waarop iets gezegd wordt en laat de inhoud daardoor al te gemakkelijk liggen. Het is ironisch dat je je als lezer van Smiths verhalen eenvoudig kunt laten meeslepen door de stilistische verpakking. Wie daarom de inhoud negeert, miskent het idee die Smith zo virtuoos overbrengt: hoe beter het verhaal, des te meer mogelijkheden om de geschiedenis te verdraaien.

Ali Smith treedt morgenavond op tijdens het Crossing Border-festival. Zie www.crossingborder.nl