Geen wisselgeld, want ik ben ondernemer

Lang niet iedere boer is blij met de geleidelijke afschaffing van melkquota in de EU.

De prijs van melk kun je toch niet meer controleren, zeggen voorstanders.

De liberalisering van de markt voor landbouwproducten gaat de laatste fase in. Voor- en tegenstanders onder de boeren zijn het slechts over één ding eens: het is goed dat de Raad van Landbouwministers gisteren besloot de verruiming van het melkquotum in 2010 nog eens tegen het licht te houden, alvorens in 2015 een volledig einde komt aan het quotum. De ministers willen namelijk een „zachte landing” voor de melkveehouders.

Volgens tegenstanders is de harde landing nu al een feit. „Er komt een kaalslag onder boeren”, zegt Sieta van Keimpema, vicevoorzitter van de European Milk Board (EMB) en boerin in Friesland. „Het komende halfjaar zijn de zuivelprijzen heel slecht en daarna is het koffiedik kijken.”

De hoge zuivelprijzen zijn ruimschoots voorbij. De officiële Nederlandse notering voor melkpoeder is nu slechts ongeveer de helft van die in zomer 2007, toen er recordprijzen werden bereikt. De EMB wil dat het besluit tot liberalisering van de zuivelmarkt wordt teruggedraaid en hoopt dat de studie in 2010 daar genoeg aanleiding toe zal geven.

Voorstanders, dat wil zeggen het ministerie van Landbouw gesteund door de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), menen dat de verruiming juist niet snel genoeg kan gaan. Nu is besloten dat het Europese melkquotum tot 2013 jaarlijks met 1 procent omhoog gaat. Nederland wilde meer, maar met name Duitsland hield dat tegen. Wel krijgt Nederland in 2009 een extra bonus van 1,5 procent.

„We moeten af van het slachtofferdenken onder de boeren”, zegt Albert Jan Maat, voorzitter van de LTO. „Al een halve eeuw lang verdwijnt elk jaar 3 procent van de boeren. Ook het melkquotum heeft dat niet tegengehouden.”

Maat en Keimpema hebben radicaal verschillende ideeën over de landbouwmarkt. Maat gelooft in een markt waarin individuele ondernemers het verschil maken, terwijl Keimpema gelooft in samenwerking van boeren bij het vormen van een front tegenover afnemers. Afgelopen zomer organiseerde de EMB nog acties die leidden tot blokkades van Nederlandse zuivelfabrieken, ook al zijn die fabrieken formeel bezit van de boeren zelf, dat wil zeggen van de coöperaties waar ze lid van zijn. Ook sproeiden Nederlandse boeren melk over hun land uit. Ze wilden een betere prijs voor hun melk.

„Er is altijd een golfbeweging in de prijs”, zegt Albert Jan Maat. „Ook al quoteren we ons het leplazarus, we kunnen de prijs niet meer controleren. We moeten af van dit systeemdenken. Boeren moeten denken vanuit een ondernemersvisie. Als ondernemer gaan melken voor een juiste prijs. Op de lange termijn is er een structureel groeiende vraag en onze ondernemers trappelen om verder te gaan. Dan moeten we ze niet gaan beknellen met quota.”

Keimpema verzet zich tegen deze liberale economische visie. „De landbouw is niet te vergelijken met textiel of scheepsbouw.” Hele kleine schommelingen in aanvoer zorgen voor hele grote prijsschommelingen, zo is de afgelopen jaren gebleken, en boeren kunnen zich daar moeilijk tegen wapenen.

Ook is geen sprake van een werkelijke wereldmarkt, omdat het merendeel van het voedsel lokaal wordt geproduceerd en geconsumeerd. „Er is geen wereldmarkt voor verse melk”, stelt Keimpema, dus waarom zou men voor een wereldmarkt willen melken? „We moeten onze productie aanpassen aan wat we kwijt kunnen.”

Een totaal achterhaalde denkwijze, meent Maat. „Er is geen enkel land in de EU dat wil vasthouden aan het melkquotum.”