Een leerzame nederlaag van Nederland

Als de ondergang van ABN Amro ooit verfilmd wordt, lijkt me een televisieserie het beste. Twaalf afleveringen van een uur heb je wel nodig, wil je die Hollandse tragedie goed uit de verf laten komen. Hoge kijkcijfers gegarandeerd.

Want wie kan weerstand bieden aan zo’n verhaal van teloorgang en ontluistering, waarin je vanaf de eerste minuut beseft dat de noodlottige ontknoping onafwendbaar is? Ongelooflijk en toch waar gebeurd. Een reusachtig drama waarin ook genoeg te lachen valt. Met klassieke dilemma’s, wijze levenslessen en personages die nauwelijks extra aangezet hoeven te worden om als onvergetelijke typetjes de geschiedenis in te gaan.

En het script ligt er eigenlijk al. Het onlangs verschenen boek De prooi; Blinde trots breekt ABN Amro van Jeroen Smit laat tot in de pijnlijkste details zien hoe het kon gebeuren. Hoe de grootste financiële instelling van Nederland hopeloos de weg kwijt raakte, de reden van het eigen bestaan vergat en ten slotte in drie stukken uiteen werd gescheurd.

In het licht van de financiële drama’s die zich nú in de wereld afspelen, verliest de val van ABN Amro misschien iets van zijn uitzonderlijke dramatiek. Alsof het niet meer was dan een onheilspellende opmaat voor de grote crisis die nu over de wereld raast.

Maar het was wél meer. Want zoals ABN Amro verknoopt was met het economische leven in Nederland, zo was het chaotische einde van de bank een nederlaag van Nederland. Dat we nu toch weer een kleine ABN Amro terughebben – ontnuchterd, geamputeerd en genationaliseerd – is nauwelijks een troost.

Smit vertelt het zakelijk in zijn adembenemende boek, maar het blijft onvoorstelbaar. Dat een bank, dé bank, er jarenlang maar niet in slaagde om goed in kaart te brengen waarmee nou eigenlijk het geld werd verdiend. Dat de nieuwe topman wel opdracht gaf om dat eens grondig uit te zoeken, maar dat hij niet de uitkomst afwachtte voor hij tot een ingrijpende koerswijziging besloot. Dat bancaire expertise een steeds grotere zeldzaamheid werd in de raad van commissarissen – er zaten wel topmannen en voormalige topmannen in van Akzo, Unilever en KPN, maar die toppers van het Nederlandse bedrijfsleven lieten het ook allemaal maar gebeuren.

En de politiek? Op het moment van de waarheid weigerde de premier een gesprek met de president van De Nederlandsche Bank, en wond de Tweede Kamer zich meer op over de buitensporige bonussen dan over de mogelijke gevolgen voor Nederland en Amsterdam van de verdwijning van deze grote speler in de financiële sector in binnen- en buitenland.

Veel elementen van het verhaal waren al wel bekend, maar daardoor komt de reconstructie van Smit – vol veelzeggende doorkijkjes in de directiekamer – niet minder hard aan. De tragiek zit hem niet in de eerste plaats in de gemaakte fouten en misrekeningen, en zelfs niet in de droevige uitkomst van het verhaal.

Ruzies in de raad van bestuur zeurden maar door. Fundamentele problemen werden wel onderkend, maar niet opgelost omdat de strategische keuzes die daarvoor gemaakt moesten worden te pijnlijk waren voor het ene dan wel het andere kamp. En dus kon ieder kamp ongestoord doorwerken in tegengestelde richting.

Maar het meest tragische van deze hele geschiedenis zit in de hoofdpersoon – en het van meet af aan omstreden besluit hem te benoemen. Het was bekend dat Rijkman Groenink geen groot teamspeler was, en dat zijn grilligheid en gebrek aan diplomatieke gaven een risicofactor voor de bank zouden zijn. Maar tegelijk was zonneklaar dat ABN Amro een kolos was die vastzat in oude structuren en gewoontes waarmee de bank in de moderne economie niet zou kunnen overleven.

Er was, kortom, dringend vernieuwing nodig, een breuk met de eerbiedwaardige traditie, om de toekomst aan te kunnen. En zo’n breuk brengt nu eenmaal risico’s met zich mee, geïmproviseer, geruzie en onzekerheid. Daarvoor terugdeinzen levert alleen maar schijnzekerheid op, voor zolang als het duurt.

Vernieuwen zonder vertrouwen te verliezen, dat is de heikele opdracht voor iedere onderneming (en trouwens ook iedere politieke partij) die wil meekomen. Vertrouwen op het spel zetten om het te behouden. Dat is niet gelukt.

Drie jaar geleden publiceerde De Nederlandsche Bank een onderzoek waaruit bleek dat het vertrouwen van de Nederlander in maatschappelijke instituties (het parlement, de sociale zekerheid, de Europese Unie) in vijf jaar tijd ernstig was afgenomen. Alleen het vertrouwen in de financiële sector, zo kon de bank tevreden constateren, was nog onverminderd hoog.

Van een vervolgonderzoek is het nog niet gekomen. Maar ook zo valt wel te constateren dat het vertrouwen in de financiële sector inmiddels overal is verdwenen – ook bij de financiële sector zelf. En zonder vertrouwen kan die sector niets. Terwijl we kampen met de pijnlijke gevolgen daarvan zit er voorlopig maar één ding op: leren van wat er is misgegaan. Met De prooi als verplicht huiswerk voor iedere directie en raad van commissarissen.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad

Reageren kan via nrc.nl/eijsvoogel