Doe als Virginia Woolf. Word een laatbloeier

Gladwell werd bekend met ‘The Tipping Point’ en ‘Blink’.

Zijn nieuwste boek ‘Uitblinkers’ gaat over de vraag hoe succesvolle mensen zo succesvol zijn geworden.

Uitblinkers, het nieuwe boek van Malcolm Gladwell, gaat over succes: over de vraag hoe succesvolle mensen zo succesvol zijn geworden. Het is absoluut geen how to-boek, zegt hij zelf. Maar ongetwijfeld gaan mensen het toch zo lezen. Dus hier alvast een voorzetje: wat moet iemand doen om succesvol te worden? Succes in zeven stappen volgens Malcolm Gladwell.

1Kies een goed moment om geboren te worden

Kijk eens naar de 75 rijkste mensen die ooit geleefd hebben. Gladwell noemt ze op, met hun geschatte vermogen omgerekend naar dollars van vandaag de dag (de lijst komt van Wikipedia, ‘wealthy historical figures’). John D. Rockefeller staat op nummer 1 (318,3 miljard), Cleopatra op 21 (95,8 miljard) en Bill Gates op 37 (58 miljard). Het bijzondere is, schrijft Gladwell, dat maar liefst 14 van de 75 rijkste mensen aller tijden geboren werden in de Verenigde Staten tussen 1830 en 1840 – bijna één op de vijf. Die mensen hadden precies de goede leeftijd om de enorme economische groei mee te maken in de VS in de jaren zestig van de negentiende eeuw. Het was de tijd dat de kans het grootst was om van krantenjongen miljonair te worden.

Ook andere periodes bieden unieke mogelijkheden. In 1975 werden bijvoorbeeld de eerste minicomputers een succes. Veel van de huidige computermiljonairs waren toen een jaar of twintig en hebben aan het begin van hun studententijd eindeloos met die dingen zitten spelen. Bill Gates van Microsoft en Steve Jobs van Apple zijn allebei geboren in 1955.

Jammer is natuurlijk dat zulke goede periodes moeilijk te voorspellen zijn. Zelf heb je er sowieso niets meer aan; je kunt hooguit de economische en technologische ontwikkelingen bijhouden en proberen om precies op het goede moment een kind te maken.

2Kies goede ouders

Een paar jaar geleden volgde socioloog Annette Lareau twaalf gezinnen (blank en zwart, rijk en arm) van kinderen van een jaar of acht, negen, om te kijken hoe de ouders hen opvoedden. Ze ontdekte dat er twee verschillende stijlen waren: grofweg die van rijke en arme ouders. Rijke ouders moedigden hun kinderen aan assertief te zijn, bijvoorbeeld vragen te stellen aan de dokter. Arme ouders hadden in zulke situaties zelf zo veel ontzag dat hun kinderen er ook met hangend hoofd bij gingen zitten. Rijke ouders cultiveerden het talent van hun kinderen en probeerden het verder te ontwikkelen; arme ouders vonden het wel grappig als hun kind wilde zingen of toneelspelen, maar ze vonden het ook een vorm van aandacht trekken – en ze hadden bovendien geen geld voor lessen. Kortom: rijke kinderen werden uitvoerig begeleid en ondersteund, arme kinderen veel minder. En zonder steun redt niemand het.

3Wees slim genoeg

Intelligentie is deels erfelijk, en intelligente mensen zijn succesvoller dan minder intelligente mensen. Maar je hoeft geen Einstein te zijn om toch succes te hebben: boven de 120 heeft het IQ nauwelijks meer invloed op iemands succes. Een IQ van 120 (een intelligentieniveau waarmee je met redelijk gemak een universitaire opleiding kunt afronden) is dus ‘slim genoeg’. Een wetenschapper met een IQ van 180 heeft geen grotere kans om een Nobelprijs te winnen dan een wetenschapper met een IQ van 130, volgens een Britse psycholoog. En de Amerikaanse psycholoog Lewis Terman begon in 1921 een groep kinderen te volgen met een IQ van tussen de 140 en 200. Van hen werden vooral degenen die uit een ‘goed nest’ kwamen, succesvol. Gladwell beschrijft ook zijn ontmoeting met Chris Langan, een man van arme komaf met een extreem hoge intelligentie en heel veel pech, die geheel buiten de academische wereld is beland. Hij woont nu op een paardenboerderij en lijkt redelijk gelukkig, maar maatschappelijk succesvol? Nee.

4Maak gebruik van tegenslag

Ben je niet zo slim, heb je arme, gemene ouders en kom je uit een slecht jaar? Geen nood. Het is niet per definitie slecht om vanuit een achterstandspositie te beginnen. Neem de joodse advocaten uit Brooklyn en de Bronx, in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. De grote advocatenkantoren in Manhattan wilden hen niet in dienst hebben. En die kantoren keken ook neer op het voeren van rechtszaken en het begeleiden van vijandige overnames, dus dat mochten de joodse outsiders doen, terwijl de grote kantoren de administratie, aandelenuitgifte en belastingen van bedrijven regelden. Maar in de jaren zeventig kwam er een cultuuromslag. Bedrijven werden veel agressiever en ineens wilde iederéén processen voeren en overnames begeleiden. De joodse outsiders hadden daarin een enorme expertise en werden snel rijk. Ze hadden dus baat bij hun aanvankelijke tegenslag.

In de New Yorker van 10 november schreef Gladwell dat veel succesvolle ondernemers het vroeger slecht deden op school. Hij haalt een onderzoek aan waaruit blijkt dat 35 procent van de eigenaren van kleine bedrijven zichzelf als dyslectisch zou omschrijven. Wat ze dus wél goed moesten kunnen, was communiceren, verantwoordelijkheid delegeren en problemen oplossen. En dat leerden ze zichzelf, ter compensatie, érg goed.

5Oefen tienduizend uur

Hoe werden de Beatles zo succesvol? Door heel veel te spelen, onder andere. Door toeval werden ze in 1960 uitgenodigd om in een striptent in Hamburg op te treden, toen ze in feite nog maar een schoolbandje waren, schrijft Gladwell. Daar speelden ze zeven dagen per week, acht uur per dag. Om maar door te kunnen spelen, moesten ze zichzelf allerlei liedjes uit diverse genres aanleren. Bij hun doorbraak in 1964 hadden ze er zo’n 1.200 optredens opzitten – dat halen veel bands in hun hele loopbaan niet. Uit onderzoek blijkt dat heel veel oefenen is wat briljante muzikanten van middelmatige onderscheidt. De briljante muzikanten hebben er minstens tienduizend uur oefening opzitten.

Bill Gates maakte iets vergelijkbaars mee als de Beatles, schrijft Gladwell: die zat toevallig op een school waar ze een snelle computer hadden, en dus had hij de gelegenheid om als tiener al dagelijks uren en uren te programmeren. Uniek, voor 1968.

6Vooral dóórgaan

Wat je natuurlijk wel nodig hebt om aan tienduizend uur oefening te komen, is doorzettingsvermogen. Gladwell noemt doorzettingsvermogen zelfs dé reden dat Aziaten zo goed in wiskunde zijn: ze geven gewoon veel minder snel op. Naarmate mensen bereid zijn meer vragen te beantwoorden van een intens saaie lange vragenlijst, zijn ze ook beter zijn in wiskunde, blijkt uit onderzoek. En Aziaten zijn echte doorzetters: kijk maar eens hoeveel discipline vereist is om rijst te kunnen verbouwen. Dat moet allemaal netjes en precies en met heel veel aandacht en zorg.

7Bedenk: het kan altijd nog

Een echt talent, denken mensen vaak, is iemand die iets van nature goed kan. Schilderen bijvoorbeeld, of schrijven, of muziek maken. Maar als je kijkt naar mensen die zulke dingen goed kunnen, blijkt dat een deel van hen al jong goed was, terwijl een ander deel een lange, moeizame weg heeft moeten afleggen, met veel uitproberen en opnieuw proberen, om zover te komen. In de New Yorker van 20 oktober besprak Gladwell die twee routes naar succes, bedacht door de econoom David Galenson (die ze beschreef in zijn vorig jaar verschenen boek Old Masters and Young Geniuses: The Two Life Cycles of Artistic Creativity). Het fijne is: achteraf is absoluut niet meer te zeggen of iemand nou al jong een talent was (zoals Picasso, Jonathan Safran Foer, James Joyce, Sylvia Plath, Orson Welles) of een laatbloeier (Michelangelo, Rembrandt, Cézanne, Jackson Pollock, Virginia Woolf, Alfred Hitchcock). Dus wees gerust: het kan allemaal nog komen!

Lees meer over Uitblinkers op gladwell.com/outliersl