Derby der Lage Landen

Woensdag beleefden Nederland en België een suffe voetbalavond. Nederland moest in een sfeerloze en half gevulde Arena opboksen tegen een muur van Zweedse verdedigers, van wie een flink aantal wekelijks leuk meespeelt in onze eredivisie. In het nationale team van Zweden gaan zij echter kleurloos op in het afbraakvoetbal dat daar kennelijk voor normaal wordt aangezien. In België had niemand zin in het oefenpotje tegen Luxemburg. Met een veredeld B-elftal – en zonder uitzending op tv, want geen belangstelling – hielpen de zuiderburen hun kleine buurlandje aan een feestje ter ere van het honderdjarige bestaan van de voetbalbond in het groothertogdom.

Twee min of meer verloren avonden, terwijl het zo leuk had kunnen zijn. Hoe interessant was een oefeninterland tussen Nederland en België geweest? Twee landen met voldoende interessante spelers om er een zinderend potje van te maken, zoals we die in het verleden vaak hebben gezien.

Ik herinner mij een verrukkelijk ouderwetse 5-5 in 1999. Na afloop in de Kuip keken de liefhebbers elkaar aan als kinderen op pakjesavond: dat ze dit mochten meemaken. Twee landen ook die elkaar begrijpen en waarvan de coaches vooraf afspraken kunnen maken omtrent de speelwijze. De meeste spelers van België komen of kwamen uit voor Nederlandse clubs, dat geeft een gezonde rivaliteit, precies het ingrediënt dat de Derby der Lage Landen vroeger zo aantrekkelijk maakte.

Kijkend naar het zielloze en letterlijk doelloze verdedigen van Zweden vroeg ik mij af waarom die oude traditie geen nieuw leven wordt ingeblazen. Gewoon, net als tussen 1905 en 1968 als het even kan elk jaar een duel tussen Oranje en de Rode Duivels. Lekker ballen om de eer. Hoeveel liever hadden we gekeken naar Maarten Martens en Jan Vertonghen, naar Timmy Simons en Thomas Vermaelen, naar Stein Huysegems en (nu geblesseerd) Moussa Dembélé dan naar het zouteloze collectief uit Scandinavië dat niet eens van plan was een fatsoenlijke aanval te bedenken. Als Eden Hazard werkelijk het van God gegeven talent is waarvoor de Belgen hem houden, dan had deze zeventienjarige nummer tien van Lille OSC het verdiend te debuteren in een afgeladen Koning Boudewijn Stadion of in de Kuip. Tussen talenten die elkaar willen aftroeven, niet voor een handjevol toeschouwers ergens in Luxemburg.

Behalve een jaarlijkse interland tegen België doet de KNVB er goed aan in het vervolg alleen nog te oefenen tegen landen die echt willen voetballen. Laat Zweden en Luxemburg en alle soortgelijke landen van Europa hun eigen cynische onderonsjes maar houden. Intussen vermaken wij ons dan met spelers die echt iets willen laten zien.