De digitale generatie

Overal zie je ze, de kinderen, de pubers, de jonge mensen. Ze hebben een doosje met een beeldschermpje, ze zitten fanatiek op de toetsen te drukken, de buitenwereld bestaat niet meer, ze worden verslonden door wat ze op dit schermpje teweegbrengen. Zijn ze aan het gamen, zitten ze te sms’en, te surfen, te chatten, te mailen misschien? Bekijken ze een bedenkelijke site op internet? Wil ik weten wat ze daar zien? Ik moet er niet aan denken! Ik denk wel dat ik hoor tot de voorhoede van de digitale snelweg, ik heb mijn op een laptop geschreven stukjes nog verstuurd via de koppelaar, een soort telefoonhoorn die je met klittenband aan een echte telefoon moest klemmen. Dat werkte overal, ook in telefooncellen langs de weg. Wat was ik trots.

Nu las ik dat de jongste generatie kleine motorische tekortkomingen vertoont doordat op school het met de hand schrijven wordt verwaarloosd. Dat krijg je. De jonge vingertjes zijn de hele dag aan het tikken. Dat kweekt een andere vaardigheid. Bliksemsnel in je opnemen wat je op je beeldscherm ziet en dan even bliksemsnel reageren. En hoe goed we ook met onze computers leren omgaan, dat zullen we nooit meer leren.

Er is een school van pedagogen die zegt dat de digitale generatie niet dommer of slimmer is dan de voorgaande. Om te beginnen is dat verkeerd uitgedrukt. Met dom en slim geef je een kwalificatie van de hersenen. Iemand die dommer is kan, als gevolg van zijn breincapaciteit, minder bevatten dan iemand die slimmer is. Deze mensen bedoelen dat naar hun maatstaven een slim iemand zijn capaciteit verkeerd gebruikt; bijvoorbeeld de godganse dag zit te gamen terwijl hij beter een gedicht van Elsschot uit zijn hoofd had kunnen leren. Zo is het niet. De slimsten van de digitale generatie kunnen bijvoorbeeld veel beter gamen dan de domsten. Dat heeft met eruditie niets te maken.

Maar moeten we ons hoe dan ook bezorgd maken over de digitale generatie? Daarover is opnieuw een boek verschenen van Don Tapscott, die in 1997 al beroemd is geworden met zijn Growing Up Digital. Intussen is de eerste generatie digitalers volwassen geworden, en nu is er een nieuw boek van hem verschenen, Grown Up Digital: How the Net Generation is Changing Your World. Hij baseert zich op een onderzoek in twaalf landen, onder achtduizend digitalers die geboren zijn tussen 1978 en 1994. Het ziet er volgens Tapscott goed uit. Ze zijn sneller, toleranter dan hun voorgangers, hebben een groot rechtvaardigheidsgevoel en zijn ook socialer. Niet onwaarschijnlijk is het dat Barack Obama zijn overwinning voor een belangrijk deel aan de nieuwe digitalers te danken heeft. Dat had Tapscott al voorzien.

Omdat ik nooit game kan ik niet beoordelen of hij gelijk heeft met zijn stelling dat gamen de snelheid van het denken vergroot. Wel denk ik dat hij het bij het rechte eind heeft als hij schrijft dat er een flinke tegenstelling is tussen de digitale generatie en de voorgangers die met de televisie zijn opgegroeid. Toen dit medium zich over de wereld verbreidde, dachten de optimisten dat daardoor de kennis van alles zou worden verdiept, de democratie gediend, de mensheid nog meer zegeningen deelachtig zou worden. Nu blijkt dat vooral het voetbal en de bierbrouwerijen ermee zijn gediend en dat demagogen en ophitsers er graag gebruik van maken. Televisie bevordert vadsigheid en razernij. Het kan zijn dat Tapscott het goed heeft gezien. Maar iedere technische vooruitgang heeft zijn heils- en onheilsprofeten. Een halve eeuw later kunnen we zien wie er gewonnen heeft.