Boerka's zijn modern

Volgens de Britse historicus Christopher Bayly is de globalisering al eeuwen aan de gang. Anders dan veel vakgenoten vindt hij dat de wereldgeschiedenis wordt bepaald door overeen-komsten, en niet door contrasten. „Ik ben een historicus van de eenheid.”

Nog maar net had de Britse historicus Christopher Bayly zijn boek The Birth of the Modern World 1780-1914 (2004) voltooid, of de eerste voortekenen van wegstromende spaargelden en banktegoeden dienden zich aan. Meteen kwam hij op het idee een vervolg te schrijven, The Crisis of the Modern World.

Bayly zegt nu: „Het was alsof er opeens een samenhang bestond tussen mijn boek, vol optimisme over het ontstaan van de moderne wereld uit tal van democratische veranderingen, en de grote, nieuwe problemen. Niet alleen de tegenspoed op de financiële markt, ook de strijd tussen de islamitische en de westerse wereld hoort daarbij.”

De Huizingalezing die Christopher Bayly op 19 december in de Pieterskerk in Leiden houdt, borduurt voort op The Birth of the Modern World. Zowel in dit boek als in zijn betoog onderzoekt hij het gelijktijdig ontstaan van nationalistische bewegingen op uiteenlopende plaatsen. Volgens Bayly zijn dergelijke ontwikkelingen de vroegste voorlopers van wat wij nu ‘globalisering’ noemen. Bayly voorziet dit begrip van een nieuwe betekenis: hij presenteert geschiedenis als een stelsel van „internationale en onderling samenhangende veranderingen”. In zijn visie gaan landen en bevolkingsgroepen steeds meer op elkaar lijken; zo ontstaat er eenheid in plaats van diversiteit.

Christopher Bayly bekleedt aan het St. Catharina’s College in Cambridge de functie van Professor in Imperial and Naval History. De universiteit van Cambridge heeft, meer dan Oxford, oog voor de ‘wider world’, voor buiten-Europese verwikkelingen. Volgens Bayly heeft de moderne wereld juist nu een „synthetische visie” nodig, „waarin locale en globale gebeurtenissen worden verbonden, het kleine zich spiegelt in het grotere geheel”.

De manier waarop mensen zich kleden behoort volgens Bayly tot belangrijk onderzoeksterrein van de historicus. „Een boerka bijvoorbeeld is geen ouderwets kledingstuk, zoals wij denken”, beargumenteert hij. „Het is een moderne dracht die het mogelijk maakte dat islamitische vrouwen de straat op mochten. Als de westerse samenleving dat niet inziet, leidt dit tot onbegrip met als gevolg meer spanningen.”

Bayly geeft een ander voorbeeld waaruit blijkt dat globalisering al vroeg plaatsvond. In een museum in Auckland, Nieuw-Zeeland, ontdekte hij een afbeelding van een Maori-opperhoofd, gekleed in West-Europees zwart pak met een strak, wit boord. Zijn gezicht was echter met kleurrijke tatoeages versierd. „Zo kan het dus ook”, legt Bayly uit. „Het Westen dat in deze man het Oosten ontmoet. Er spreekt ook het verlangen van de Nieuw-Zeelander uit om tot het Westen te behoren.”

Het is goed voorstelbaar

dat Bayly The Birth of the Modern World schreef in zijn werkkamer in Cambridge. Afgezien van de talloze boeken biedt de ruimte de aanblik van een globalist. Chinese muiltjes, prenten, scheepsmodellen, houtgesneden beelden uit het Verre Oosten en Indiase voorwerpen zijn hier verzameld. Hij wijst op een prent naast de open haard waarop een wit gestuct Engels landhuis staat. Het is door een Britse landeigenaar gebouwd in het vroegere Calcutta. Hier voelde de man zich thuis, al liepen olifanten over de oprijlaan. Nu is er de stadsbibliotheek in gevestigd.

Volgens Bayly is het ten onrechte dat het proces van de ‘globalisering’ pas sinds 1945, dus na de Tweede Wereldoorlog, algemeen werd onderkend. Bayly: „De meeste historici zijn geïnteresseerd in verschillen tussen landen of groepen mensen. Hieruit verklaren zij de veranderingen in de samenleving, zowel sociaal als cultureel. Zij zien vooral hevige botsingen. Ik heb een ander uitgangspunt. Mijn aandacht gaat uit naar universele, wereldwijde verbanden en overeenkomsten. Ik ben een historicus van de eenheid en uniformiteit, niet van het contrast.”

In zijn manier van vertellen lijkt het of Bayly zelf telkens weer verrast is door de ‘big themes’ van zijn onderzoek. Een Maori die op een westerse regeringsleider wil lijken, is slechts een sprekend detail in zijn betoog. Met deze visie van mondiale gelijkgestemdheid verzet Bayly zich tegen marxistische en postkoloniale geschiedschrijving, die immers uitgaat van maatschappelijke contrasten: de arbeider jegens de geldbezitter of de suprematie van het Westen over het Oosten.

„Een historicus kijkt altijd met de blik van het nu naar het verleden”, zegt Bayly. „Je kunt niet, zoals veel historici beweren, onbevangen archieven en documenten uit het verleden raadplegen zonder de invalshoek van het heden in je observaties te betrekken. Geld heeft uiteraard in het ontstaan van de hedendaagse maatschappij een beslissende rol gespeeld. Het verlangen naar geld, naar een veilige leefomstandigheid, is een van de vonken geweest van de revoluties die vanaf 1780 wereldwijd plaatsvonden. Arme mensen vroegen zich opeens af: ‘Waaraan ontleent deze machtige en rijke overheerser het recht om mij ondergeschikt te maken?’”

Volgens Bayly leidt die gedachte onherroepelijk tot opstand en verzet. „Toch moeten we een stap verdergaan”, vervolgt hij. „Op het omslag van mijn boek staat het portret afgebeeld van Jean-Baptiste Belley, een slaaf uit Senegal die op tweejarige leeftijd werd verkocht aan de Caraïben. Na het uitbreken van de Franse Revolutie vocht hij in het Franse revolutionaire leger. Hij nam dus de democratische ideeën van de Franse Revolutie over. Met dit gedachtengoed pleitte hij met succes voor afschaffing van de slavernij in 1793. Dat lukte. Op het schilderij zien we hem gekleed in Frans kostuum met de tricolore als een banier om zijn middel gedrapeerd. Hij blikt vol trots in de verte. Deze voormalige slaaf vertegenwoordigt de nieuwe, moderne wereld. Ik zie in hem een toonbeeld van globalisering en synthese: een Afrikaan die het westerse gedachtengoed aanwendt om zijn eigen volk te bevrijden.”

Eerder in het gesprek attendeerde Bayly mij op de grote, bronzen klok die bij de poort van het St. Catharina’s hangt: „Dat is een bel van een slavernijplantage in Amerika. Tijdens het schrijven aan The Birth of the Modern World heeft het beeld van die klok hier in Cambridge mij geïnspireerd. Hoe is die in West-Europa terechtgekomen? Hoeveel duizenden slaven hebben dagelijks onder het wrede regime van die bel geleden? Ik kwam erachter dat het vaak onmenselijke werkritme van de arbeiders tijdens de Industriële Revolutie beïnvloed is door de terreur van zo’n bel. Alsof de eigenaren van de plantages en de directeuren van de fabrieken een geheime afspraak hadden gemaakt. Zo ontstaan veranderingen in de maatschappij: van plantagebel tot fabriekssirene.”

Met The Birth of the Modern World

schreef Bayly een indrukwekkend boek over de ontstaansgeschiedenis van onze huidige maatschappij, zowel in sociaal, politiek als cultureel opzicht. Hij legt boeiende verbanden. Zo trad hij een paar jaar geleden op als curator van een tentoonstelling over kolonialisme in The National Portrait Gallery in Londen. Het viel hem op dat talloze schilders op artistiek gebied de globalisering uitdroegen, misschien zonder dat te beseffen. Ze wilden de wereld tonen zoals ze die zagen. Bayly: „Al in de late zeventiende en vroege achttiende eeuw schilderden zij Nederlandse, Portugese en Britse kolonisten van wie er velen samenleefden met de vrouwen uit de inlandse bevolking, en vaak ook een gezin hadden. Deze schilderijen werden tentoongesteld in de hoofdsteden van Europa. Volgens mij drukken deze afbeeldingen de samenhang uit tussen Oost en West. Ik weet dat ik tegenstanders heb die ervan overtuigd zijn dat conflicten en contrasten de wereldgeschiedenis bepalen, dat Oost en West elkaar nooit zullen ontmoeten. Dat standpunt is decennialang verdedigd. Ik heb behoefte juist de andere optiek te belichten; die van samenhang, van synthese. Volgens sommigen is dat aanvechtbaar. Ik beschouw die visie juist in deze tijd als noodzakelijk.”

In eerdere publicaties, zoals Imperial Meridian. The British Empire and the World (1989) en The Origins of Nationality in South Asia (1996), richtte Bayly al zijn aandacht op de samenhang tussen het imperialisme van westerse grootmachten. Landen als Afrika en Azië werden volgens hem ‘beroofd’ van hun beste krachten in de tijd van slavernij. De interne uitputting die daarvan het gevolg was, bood het Westen kansen om tot kolonisatie over te gaan. Dankzij het nationalisme konden Afrika en Azië weer tot zelfbewustzijn komen, zij het na een moeizame strijd. Zijn belangstelling voor India werd gewekt toen hij in de jaren zestig, rond zijn twintigste, via Turkije, Iran en Irak door India zwierf. Tijdens een langdurig verblijf deed Bayly onderzoek naar de wijze, waarop Engeland de voormalige kolonie bestuurde. Hij kwam erachter dat de feitelijke macht in handen was van de Portugezen. Zij beheersten de administratie, waardoor zij een zo goed als onzichtbare maar zeer grote macht bezaten. De meest gesproken taal in koloniaal-India was niet Engels, maar Portugees.

Bayly: „Voor de Engelsen was dat een schokkende ontdekking. Een ander aspect van mijn onderzoek richtte zich op de nationalistische bewegingen die India kende. Tijdens de oppositie tegen kolonialisme en imperialisme speelden kranten een cruciale rol. In 1800 telde Calcutta meer kranten dan Wenen en St. Petersburg samen. Rond 1900 had India zo’n dertigduizend verschillende kranten. Dankzij de vrijheidsgedachte die zich via deze kranten verspreidde, maakte het land zich uiteindelijk in 1947 voorgoed los. Hetzelfde fenomeen deed zich voor in de aanloop tot de Franse Revolutie, dus al vanaf 1780. De communicatie begint vanaf dat moment cruciaal te worden in politieke en maatschappelijke veranderingen.

„Voor mij gaat geschiedschrijving niet alleen over koninkrijken, maar ook over de gewone mens die weinig of niets bezit. Het is opmerkelijk dat juist die gewone man de grootste honger had naar geschriften. Daarom begint voor mij de geboorte van de moderne wereld in 1780. Nieuwe ideeën die veranderingen veroorzaken, duiken soms op verschillende plaatsen tegelijk op. Ze verspreiden zich razendsnel over de wereld.” Bayly geeft een opmerkelijke definitie van het begrip modernity: „Een wezenlijk aspect van modern zijn is denken dat je eigentijds bent. Moderniteit behelst de aspiratie om ‘gelijk op te gaan met je eigen tijd’.” Volgens Bayly leefden er tussen 1780 en 1914, de tijdspanne die zijn boek beschrijft, miljoenen mensen met het idee dat ze in een nieuwe tijd thuishoorden en ook wilden thuishoren. Ze zijn ‘up with the times’. Ver voor 1900 sprong de vonk van de moderniteit uit het Westen over naar Azië en Afrika, en kwamen oude tradities, religie en gewoonten onder druk te staan. „Het was alsof de hang naar het Westen de Aziatische en Afrikaanse wereld in zijn greep had”, verduidelijkt Bayly. „Moderniteit en globalisering zijn processen, die zich op tal van plaatsen tegelijk afspelen. Ik bezit een afbeelding van een Japanse vrouw in traditioneel gewaad, zittend achter een Singer naaimachine. Een locale gebeurtenis, zoals deze vrouw in haar Japanse huishouden, maakt onderdeel uit van een grotere ontwikkeling: de gevolgen van de Industriële Revolutie zijn zichtbaar bij de mensen thuis.”

Opvallend detail in The Birth of the Modern World is de rol in het mondiale netwerk die Bayly toekent aan ziekte en genezing: „Tabak, thee, kruidnagel, zelfs opium en talloze kruiden zijn eeuwenlang beschouwd als geneeskrachtig. Nu denken we anders over tabak, maar destijds kende men er medicinale eigenschappen aan toe. Niet alleen de oorspronkelijke bevolking van bijvoorbeeld Nederlands-Indië was daarvan overtuigd, ook de Nederlanders zelf die specerijen en tabak verscheepten naar de westerse wereld. Hoewel historici altijd een scherp onderscheid maken tussen de Portugese en Nederlandse manier van koloniseren, zie ik sterke overeenkomsten. Alleen al het feit dat beide mogendheden forten bouwden in die voor hen vreemde wereld. Zowel de Portugese als de Hollandse fortificaties waren bewapend met kanonnen, die niet landinwaarts waren gericht, maar naar de zee. Van de oorspronkelijke bevolking had men weinig te vrezen. De concurrenten veroorzaakten het echte gevaar, en die kwamen van overzee.”

Eén historische gebeurtenis

zal Christopher Bayly in zijn Huizingalezing belichten, de Filippijnse Revolutie van 1896-1898 gericht tegen de Spaanse overheersing die al bijna vier eeuwen duurde. De titel luidt Revolution in the Wider World and its Consequences. Bayly: „In die revolutie tekent zich eenzelfde proces af als elders in de koloniale wereld. Veel Spanjaarden, Nederlanders, Britten en Portugezen bewoonden de kolonie. Bovendien leefde er een grote bevolkingsklasse van halfbloeden, zoals mestiezen en creolen. De intellectuele standaard was hoog dankzij de aanwezigheid van westerlingen. De ideeën van vrijheid konden snel en makkelijk postvatten, want er was een voorbereidende fase geweest. Democratische ideeën bereikten het land via de koloniale bovenlaag. En vervolgens ontstond het verzet tegen dat Westen vanuit de onderlaag. Ideeën sijpelden door. Ik vind dat een prachtig voorbeeld hoe de revolutie in een Spaanse kolonie in het Oosten gevoed wordt door westers gedachtengoed. Dit is nou typisch een van die ‘ internationale connecties’ uit de ondertitel van mijn boek.”

C.A. Bayly: ‘The Birth of the Modern World 1780-1914. Global Connections and Comparisons’. Uitg: Blackwell Publishing, Oxford. www.blackwellpublishing.com