Bloemenkraam stoort bloemenwinkel

Waar winden stedelingen zich over op? In Leeuwarden wordt de markt verplaatst naar een winkelstraat. De winkeliers vinden het niets.

„Ze zijn gék geworden”, schalt een koopman over de vrijdagmarkt op het Wilhelminaplein in Leeuwarden. Hij doelt op de „ingrijpende metamorfose” van het plein die de gemeente van plan is. De koopman kijkt daar niet naar uit. „Een architect regeert hier over z’n graf heen.”

Dat zit als volgt. Aan het plein komt het nieuwe Fries Museum, dankzij de zeven jaar geleden overleden architect Abe Bonnema die een legaat van achttien miljoen euro bestemde voor nieuwbouw, onder de voorwaarde dat het museum „op of aan” het plein wordt gebouwd. De gemeente heeft het plan aangegrepen om het totale plein te upgraden: de ondergrondse parkeergarage wordt vergroot, er verrijst een extra winkelpassage en een winkelcentrum wordt gemoderniseerd. De werkzaamheden voor dit project, Nieuw Zaailand, nemen drie jaar in beslag.

De markt moet in deze periode wijken. De kooplui hebben ingestemd met het voornemen van de gemeente om de markt over zes weken te verplaatsen naar de Nieuwestad en een stukje van de Wirdumerdijk, enkele tientallen meters verderop.

Notenverkoper Peter Plat, woordvoerder van de ruim tachtig ambulante handelaren, licht het standpunt toe. „Je kunt kritiek hebben op plannen voor dit plein. Maar wij begrijpen ook wel dat er iets moet gebeuren om de binnenstad op te waarderen. Het is ook logisch dat we naar de Nieuwestad verhuizen. Dat is het centrum van de binnenstad. Daar is het meeste publiek. Wij willen daar zijn, waar de mensen zijn.”

Veel winkeliers op de Nieuwestad verafschuwen het besluit. „Ik ben er tegen”, zegt Lesley Oudkerk Pool, exploitant van het café in de monumentale Waag. Het gebouw zal binnenkort elke vrijdag worden omringd door kramen. „Er komt een bloemenkraam naast een bestaande bloemenwinkel te staan. Dat doe je toch niet”, verzucht hij. Dat de marktkooplui graag op de Nieuwestad staan, waar veel publiek komt winkelen, is alleszins te begrijpen. „Maar om hier te staan, hoeven ze slechts honderd euro te betalen. Laat ze onze huur dan ook maar verlagen.”

De winkeliers aan de Nieuwestad voeren actie. Hun aanvoerder is Pieter van Erp, van een gelijknamige winkel, in „pannen en bijbehoren”. De winkeliers zullen als gevolg van de markt omzetverlies lijden, verwacht hij. „Je komt er als klant van onze winkels niet door. Het spul staat in de weg.” Hij heeft bijna dertig jaar geleden al eens meegemaakt dat de marktkramen een paar jaar lang voor zijn winkel stonden. „We hadden toen een moeizame omzet”, zegt hij. „Het was hier te vol. Na een half jaar heb ik toen zélf ook maar een kraam voor de winkel gezet.”

De winkeliers zijn boos dat de gemeente niet de moeite heeft genomen hen persoonlijk in te lichten over de verplaatsing. Ze eisen dat de markt wordt verplaatst naar het Oldehoofsterkerkhof, verderop. Dat mag dan misschien iets uit de looproute liggen van het winkelpubliek, er is daar wel voldoende parkeerruimte. Er is ook volop ruimte voor hulpdiensten als die er moeten zijn. En de kans op calamiteiten is daar ook minder groot.

Pieter van Erp: „ Als hier in de Hema brand uitbreekt, kunnen de mensen niet snel weg. Dan zit de boel met al die kramen voor de deur op slot.” Verder ben je als winkelier onbereikbaar voor leveranciers. „Wij moeten straks zorgen dat we de spullen op donderdag binnen hebben. Dat lukt niet altijd.” Ten slotte vrezen de winkeliers de „verkeerschaos” die ontstaat als de marktkooplieden tegen sluitingstijd hun kramen opruimen.

Wethouder Gerrit Krol (CDA): „We hebben anderhalf jaar zorgvuldig overlegd met de ondernemersvereniging in de binnenstad. Op het laatste moment komen nu de winkeliers van de Nieuwestad apart in actie. Achteraf ware het beter geweest deze winkeliers een brief te sturen, hoewel we ook in de huis-aan-huis bladen zorgvuldig hebben gecommuniceerd.”

Krol denkt dat Leeuwarden voor de beste oplossing heeft gekozen. „De markt en de winkels kunnen elkaar versterken. Hoe meer publiek er loopt, hoe meer kans dat er iemand jouw winkel binnenloopt. Het is hier en daar een beetje inschikken, maar je kunt een markt nu eenmaal niet verplaatsen naar achteraf, waar de looproute helemaal niet is, zoals op het Oldehoofsterkerkhof. Er liggen plannen voor de bereikbaarheid. En ik heb een verklaring op schrift van de brandweer dat het veilig is.

„Ik besef terdege dat winkeliers een moeilijke tijd tegemoet gaan. En we doen er ook alles aan de overlast tot een minimum te beperken. Ik hoop van ganser harte dat we daarna kunnen spreken van een wervende binnenstad waar veel te beleven en te verdienen valt.”