Bartoli slaapwandelt

cd klassiek

Bellini: La Sonnambula ***

De archieven in, terug naar het origineel – dat is het credo van de Italiaanse mezzosopraan Cecilia Bartoli – succesvol als geen andere vocaliste. Wereldberoemd werd ze in komische Rossini-opera’s. De mezzosopraan was de favoriete stemsoort van Rossini. Daarna kwam Antonio Vivaldi, wereldberoemd, maar niet als componist van vocale muziek. Bartoli stofte zijn veronachtzaamde muziek af en sindsdien is Vivaldi toch beroemd als vocaal componist. Ook Gluck kwam zo aan de beurt.

Bartoli herkende zichzelf vervolgens in de legendarische mezzosopraan Maria Malibran (1808-1836). Ze zong haar repertoire op cd en reisde langs concertzalen met haar Malibran-Museumbus, vol Malibrania.

Bartoli zong ook de fameuze aria Casta diva uit Bellini’s opera Norma – altijd beschouwd als sopraanrepertoire – in een bijna onherkenbare lage ligging. Nu zingt Bartoli de titelrol van Amina op een complete opname van Bellini’s vroeg-romantische opera La Sonnambula (De slaapwandelaarster). Amina’s nachtelijke wandelingen door slaapkamers leiden tot compromitterende verwikkelingen, maar het loopt toch goed af.

Voor het eerst maakte een mezzosopraan een opname van dit bel canto-repertoire dat oorspronkelijk bedoeld was voor een mezzo: Malibrans collega Giuditta Pasta. In de vorige eeuw werd het alleen nog gezongen door topsopranen als Maria Callas en Joan Sutherland. Voor het eerst zingt Bartoli met de toptenor Juan Diego Flórez. Ook voor het eerst is de opera opgenomen met een ‘authentiek’ instrumentarium en authentiek is ook dat de in Zwitserland spelende opera is opgenomen in Zwitserland.

Weinig kan dan nog misgaan, want al haalt La Sonnambula het niet bij de dramatiek van Norma, Bellini’s melodieën blijven een verrukking. Toch zijn er problemen. Elke nieuwe Bartoli-cd moet de vorige overtreffen en zo lijkt Bartoli hier ook met elke nieuwe noot de vorige te willen overtreffen. Dat leidt tot een vergaande detaillering die samen met Bartoli’s soms al te kirrende noten en rollende ‘r’s erg vermoeiend kan werken.

Bartoli en Flórez hebben beiden hun vreemde uithaaltjes (zij naar beneden, hij naar boven) en de duetten gaan niet perfect met elkaar versmeltend gelijk op. Het is een opvatting: men kan ook vinden dat de individuen herkenbaar moeten blijven.

Toch zijn er fraaie passages en aan het slot zijn er vervoerend tedere en intense momenten. Het zijn de schaarse beloningen voor wie alles geconcentreerd aanhoort en daarvan helemaal uitgeput raakt.