Armoede levert meer op dan goud

Het IDFA, dat verweten is een ‘hulpverlenersfestival’ te zijn, opent dit jaar verrassend met het controversiële Enjoy Poverty: een provocatie aan het adres van de hulpverlening.

Na het zien van Enjoy Poverty had minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking besloten dat hij andere verplichtingen had dan het openen van het IDFA, vertelde directeur Ally Derks gisteren vanaf het podium van Tuschinski. Het wordt vanuit Den Haag bevestigd: hij zat bij het PvdA-bewindsliedenoverleg. Maar: „de minister heeft de documentaire niet gezien hoor” – haast zijn woordvoerder zich eraan toe te voegen.

Dat is jammer, want de openingsfilm van het Internationale Documentaire Filmfestival Amsterdam, dat dit jaar in tien dagen 309 documentaires vertoont, is een provocatie naar de internationale hulpverlening die tot nadenken stemt. Met Enjoy Poverty antwoordt Derks op het veel gefluisterde verwijt dat het IDFA een ‘hulpverlenersfestival’ is; topzwaar aan documentaires over wereldleed waarbij je in de aftiteling een gironummer verwacht.

In Episode Three - Enjoy Poverty reist kunstenaar Renzo Martens met zijn dragers door Congo om in afgelegen dorpen een neonteken op te zetten: Enjoy Poverty. Waarom? Omdat armoede Congo’s grootste rijkdom is, aldus Martens. Jaarlijks levert het 1,8 miljard euro hulpgeld op, meer dan goud of diamanten. Maar net als al die andere hulpbronnen eindigt de opbrengst grotendeels in het Westen in de vorm van kantoren, banen, terreinwagens, tenten en plastic voorzien van de bekende logo’s: UNHCR, Unicef, Artsen zonder Grenzen.

Martens laat een baby sterven wiens moeder geen geld heeft voor medicijnen. Even later regelt hij een heerlijke maaltijd voor hongerende kinderen van een plantagewerker, die leven op een dieet van bladeren en rauwe veldmuizen – om zich daarna gênant lang door de vader te laten bedanken. Is zijn abjecte willekeur zoveel anders dan Artsen zonder Grenzen, dat de hongerenden in Congo verlaat zo snel zich een nieuwe humanitaire crisis in Oost-Congo aandient? Want daar is de pers, suggereert Martens. En, zoals een medewerker van Artsen zonder Grenzen mij ooit toevertrouwde, „daar wil je dus je vlag planten”.

Een ander vilein hoogtepunt van Enjoy Poverty is Martens’ poging Congolese dorpsfotografen om te scholen tot crisisreporters. Immers: met bruidreportages verdienen ze 75 cent, voor een lijk, verkrachte vrouw of ondervoede baby krijgen ze wel 50 dollar van persbureaus of NGO’s. Martens leert ze het vak via een baby met hongeroedeem: hemdje omhoog, zoom in op uitstekende ribben, neem de tijd. Waarna de fotografen ontdekken dat je een perskaart hebben en blank moet zijn om zulke foto’s te verkopen.

In Milking the Rhino stelt David Simpson dierenbescherming en ecotoerisme ter discussie. Westerse toeristen op fotosafari maken van wilde dieren een alternatieve inkomstenbron voor de Maasai en Himba rond wildparken in Kenia en Namibië. Dus maken veedrijvers het zwembad van het safarihotel schoon terwijl hun eigen veestapel sterft van de droogte.

Wrang ogen de pogingen dorpelingen de juiste attitude bij te brengen. Niet meteen met je handgemaakte sieraden op een kleedje gaan zitten: de toeristen moeten zich ontdekkingsreizigers wanen. Daarom vegen medewerkers ook de bandensporen weg van eerdere toeristengroepen. Zo leren Afrikanen de neushoorn te melken in plaats van de koe. Maar, vraagt een Maasai, stel dat de stroom toeristen opdroogt? Een verstandig voorbehoud: zie wat de recente rellen in Kenia deden voor het toerisme. Zo duurzaam zijn wilde dieren niet als inkomstenbron.

Tegenover dit soort ontregelende documentaires stelt IDFA als altijd vele goede werken. In Back Home Tomorrow dat meedingt in de Joris Ivens Competitie, zien we hoe verminkte Afghanen van Emergency gratis dure operaties krijgen. In Rough Anties worden Zuid-Afrikaanse kinderverkrachters voor de rechtbank gesleept. Madonna trakteert ons in I Am Because We Are op weeskinderen in Malawi – zelf adopteerde ze er een.

Moeten sterren als Madonna ophouden met hun door Martens als hypocriet getypeerde goede werken en gewoon liedjes zingen? Dat gaat wat ver. Ally Derks van het IDFA: „Ik heb geen antwoord. Sommige documentaires stellen alleen vragen.” Maandag wil Derks een debat tussen Renzo Martens en documentairemakers van traditionele snit. „Onder de titel J’Accuse, en met Martens als aanklager.”