Achterberg in het koekoeksnest

Frank Noë: Spellbound. Ailantus, 208 blz. € 17,95

Gij breekt tesamen als beschuit

Van buitenom tot binnenin

Storten de ruimten op u in

En leveren u uit

Deze regels stammen uit het gedicht ‘Spellbound’ dat Gerrit Achterberg in 1949 publiceerde. Twaalf jaar daarvoor had hij zijn hospita en geliefde Roel van Es vermoord. Achterberg kreeg tbs, en het is verleidelijk om bovenstaande regels tegen die achtergrond te lezen: als evocatie van de benauwenis in de gevangeniscel. Als de laatste twee regels van het gedicht dan ook nog over schuld en verlossing blijken te gaan, lijkt het beeld compleet. De thematiek van Achterbergs gedichten geeft, al dan niet ten onrechte, aanleiding tot blijvende speculatie: schuld en verlossing, een gestorven geliefde die aangeroepen wordt, verlies dat niet valt goed te maken, de wens om van leven en dood één te maken.

Vallen er in Achterbergs gedichten motieven te bespeuren voor zijn gruweldaad? Was het een crime passionnel? Ging het om getergd dichtersgeweld à la Paul Verlaine, die tijdens een door absint gevoede ruzie op zijn minnaar Rimbaud schoot? Wat we zeker weten is dat Gerrit Achterberg door de rechtbank niet toerekeningsvatbaar werd geacht. Tussen 1938 en 1943 verbleef hij grotendeels in het Rijksasyl voor Psychopathen Veldzicht in Balkbrug.

Die periode uit Achterbergs leven vormde de belangrijkste inspiratiebron voor Frank Noës nieuwe roman Spellbound, die de biografie van de dichter vermengt met een soort pastiches van de films One Flew over the Cuckoo’s Nest en Fight Club (overigens draagt Noë zelf Hitchcocks film Spellbound als inspiratiebron aan). De nadruk van Noës roman ligt op de wisselwerking tussen de bewoners van de inrichting, vooral tussen de op Achterberg gebaseerde hoofdpersoon Chris Werkhoven en de mysterieuze Jim Beumer, die hem helpt overleven in zware psychische en fysieke omstandigheden.

Deze Jim is een archetype van krachtig, pragmatisch overlevingsinstinct, iets dat de labiele, in zichzelf gekeerde dichter maar al te hard nodig heeft te midden van moordenaars, verkrachters en treiterende bewakers. Jim begint zelfs een soort opstand onder zijn medegedetineerden. Als een raspopulist houdt hij vlammende toespraken waarin hij zelfrespect predikt aan de door twijfel en zelfhaat verscheurde inzittenden. Zij moeten zich niet schuldig voelen voor hun daden. Schuld is iets dat hen wordt aangepraat, een leugen van het rechtssysteem, bedoeld om hen klein te krijgen. ‘Op bijna elk echt verlangen van mannen staat een gevangenisstraf.’ Zo vuurt Jim zijn toehoorders aan, om ze vervolgens aan te zetten tot het spreekkoor: ‘Schuld is slecht’.

Frank Noë propt zijn roman vol met dit soort zijplots, die vermakelijk genoeg zijn, want hij verstaat de kunst van het spannend vertellen. Als lezer word je bovendien gegrepen door een doorlopende onderhuidse spanning, die scènes als deze aan elkaar rijgt. De roman is als een film opgezet, waarin verschillende vertelperspectieven, dialogen en flashbacks erin slagen om de centrale mysteries van het plot kracht bij te zetten: bestaat Jim eigenlijk wel en waarom heeft Chris Werkhoven zijn geliefde nu vermoord?

Dat maakt Spellbound tot een ware thriller, die bovendien volmaakt verweven lijkt met literatuur. Het gaat tenslotte om het kunstenaarschap van Werkhoven. Die kwijnt weg in de inrichting, juist omdat hij er niet in slaagt om zijn kwetsbare dichtersziel bloot te stellen aan de harde realiteit. Het personage Jim ziet zorgelijk aan hoe zijn vriend verscheurd wordt: ‘Werkhoven was aangeraakt door God. En door het tegenovergestelde. Zijn poëzie was een bezweringsformule. Een eenzaam lied voor de verminkte kosmos. Met zijn verzen over de dood van zijn geliefde riep hij demonen op en probeerde ze tegelijkertijd te bezweren. En intussen was zijn stem hees en dof geworden.’

Noë heeft talloze elementen uit Achterbergs poëzie verwerkt in zijn roman: Jim Beumer, een verhuizer, zo blijkt, verwijst naar het gedicht ‘Beumer & Co’. Hierin vindt de transformatie plaats van een binnen- naar een buitendeur, en tijdens deze verhuizing ‘sterft’ er glas. Niet toevallig begint Spellbound met de val van Werkhoven door een glazen deur, geduwd door zijn tegenpool Jim – of is hij zelf gesprongen? Verder zijn er terloopse verwijzingen naar Orpheus en referenties naar Achterbergs religieuze beleving, allemaal rechtstreeks uit het werk van de dichter geput.

Al deze ingrediënten maken van Spellbound een boordevolle roman, en het is erg knap hoe Noë daar een spannend geheel van heeft weten te maken. Maar uiteindelijk is dat vooral vakmanschap. De cruciale vragen waar de roman om draait gaan over Chris Werkhoven zelf, zijn waandenkbeelden, zijn gespleten seksualiteit en de herkomst van zijn moordzucht. En aan het eind van de roman besef je dat je daar niets zinnigs over gelezen hebt.

Zo koppelt Noë de ontluikende agressie van Werkhoven jegens zijn geliefde aan een scène uit het begin van de roman, waarin de dichter schuilt voor de regen in de stal van een pony, waarbij het aaien van het dier overgaat in een poging de keel van de pony dicht te knijpen.

Hetzelfde gebeurt als Werkhoven met zijn geliefde hospita in bed ligt, overigens nog niet met dodelijke afloop. De spiegeling met de ponyscène voert Noë ver door: Werkhoven beschrijft zijn geliefde als ‘mijn mooie, zonnige moederdier’, en zij likt met haar puntige tong eindeloos zijn hand, en steekt urenlang zijn duim in haar mond. Maar nu voegt Noë ook nog wat religieuze symboliek toe: met lippenstift schrijft de dichter op het naakte lichaam van zijn minnares drie woorden: ‘Moeder’ op de ene borst, ‘Maagd’ op de andere en ‘Ontvangenis’ op haar buik. Het lijkt betekenisvol, helemaal gevoegd bij de uitspraken die Werkhoven af en toe doet over de vrouw als heilige, en over zijn wens om goddelijke poëzie te schrijven. Maar het is los zand. Want verder blijkt uit niets dat Werkhoven een of ander godsdienstige verwrongenheid heeft in zijn seksualiteit.

Het intrigerende gegeven van de moord die Gerrit Achterberg pleegde blijft in Spellbound zodoende wat het al decennia is geweest: voer voor literaire sensatiezoekers.