Zou hij haar een baan geven?

Wordt Hillary Clinton de nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken?

Bij haarzelf lijkt de twijfel te groeien.

De laatste berichten zijn dat ze het niet zeker meer weet. Dat ze twijfelt. Dat Hillary Clinton denkt: minister van Buitenlandse Zaken onder Barack Obama is een prachtige baan – maar misschien moet ik het toch maar niet doen.

Toen eind vorige week het gerucht in omloop kwam over haar mogelijke benoeming in het kabinet van Obama, viel op dat het bericht in haar omgeving als een soort verlossing werd ontvangen. Eindelijk doen we weer mee.

De bevestigingen dat ze was gepolst – tijdens een ontmoeting met Obama in Chicago vorige week donderdag – waren overal in haar omgeving te horen. En omdat Obama’s mensen het verhaal niet tegenspraken, leek het erop dat alleen formaliteiten Hillary Clinton nog van een aanstelling tot Secretary of State, minister van Buitenlandse Zaken, af konden houden.

De benoeming zou Amerika’s imago als ’s werelds grootste meritocratie eens temeer bevestigen: na Madeleine Albright (1997-2001) en Condoleezza Rice (2005-2009) wordt Clinton in dat geval de derde vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken in de afgelopen vier kabinetten. Colin Powell – (2001-2005) was de laatste man die de baan vervulde.

En de speculaties passen voortreffelijk in het beeld dat Obama in deze periode van zichzelf probeert te verspreiden. Hij wil persoonlijke vetes en verschillen van mening achter zich laten en hoopt, zegt hij, Amerika een nieuw tijdperk van nationale consensus binnen te loodsen. Zijn campagne benadrukt dat hij gelooft in de aanpak van Abraham Lincoln (president van 1861 tot 1865), die zijn grootste politieke rivalen in zijn kabinet benoemde.

Om die reden ontving hij afgelopen maandag ook John McCain, de Republikeinse presidentskandidaat die hij versloeg. En dezelfde overweging speelde een hoofdrol bij Obama’s verzoek aan de Democraten in de Senaat om Joe Lieberman deze week alleen te berispen. Lieberman, voormalig running mate van Al Gore (2000), voerde campagne voor zijn vriend McCain, met wie hij het vooral op het gebied van defensie en nationale veiligheid eens is. In de campagne zei hij onder meer dat het onverantwoord was de leiding van het land aan Obama toe te vertrouwen – een opmerking die kwaad bloed zette bij Democraten.

Maar Obama vroeg zijn partijgenoten niet te zwaar aan deze campagneretoriek te tillen, en een ruime meerderheid besloot eergisteren de wens van de nieuwe partijleider te vervullen – Lieberman kwam er met een vermaning vanaf. Obama is kortom de onbetwiste nieuwe baas van de Democraten – en in de roes van de recente overwinningen is vrijwel de hele partij bereid de vredespijp te roken.

Tegen deze achtergrond is het logisch ook Clinton in het verzoeningsfeest te betrekken. Dat het Obama menens lijkt te zijn, bleek afgelopen weekeinde vooral uit één, ogenschijnlijk onbetekenend detail. Bekend werd toen dat Greg Craig – een voormalige vertrouweling van Bill en Hillary die tijdens de campagne ernstig gebrouilleerd raakte met het power couple – niet de baan krijgt waarop hij min of meer rekende.

Craig had zijn kaarten gezet op een benoeming tot Obama’s nationale veiligheidsadviseur, en was daarvoor bereid héél ver te gaan. Craig was klasgenoot van Hillary in Yale, maakte carrière als topadvocaat in Washington, en voerde in 1998 de juridische verdediging van Bill Clinton toen het Congres probeerde de president af te zetten wegens zijn leugens in de Lewinsky-affaire (,,I did not have sexual relations with that woman, Miss Lewinsky’’).

Ondanks deze vertrouwensrelatie besloot Craig vorig najaar de kandidatuur van Obama te steunen; volgens ingewijden in Hillaryland voor de Clintons één van de pijnlijkste momenten van het hele jaar. En hoewel Craig zijn keuze vooral uitlegde als bewondering voor Obama, had het ook te maken met sluimerende antipathie voor Hillary, bekende hij later in het tijdschrift The New Yorker: er is „vijf procent’’ aan haar persoonlijkheid, zei hij, die domweg niet deugt: „Ze ziet in elke hoek een samenzwering of opponent – die vernietigd moet worden.”

Dus toen eind vorige week ineens bleek dat er een serieuze kans was op Hillary’s aanstelling als minister van Buitenlandse Zaken, letten insiders in Washington op Greg Craig: wat zou er nu met hém gebeuren? Obama’s mensen begrepen de hint, en zonder vooraankondiging kwam in het weekeinde het antwoord al: Craig werd benoemd tot één van Obama’s speciale adviseurs in het Witte Huis, en in die rol zal hij geen verantwoordelijkheid hebben op het terrein van de buitenlandse politiek. Het signaal was niet mis te verstaan: Obama wil Clinton dolgraag in zijn kabinet.

Dat Hillary nu toch betwijfelt of ze de baan moet nemen – zowel The New York Times als Politico meldden dat gisteren – heeft volgens mensen in haar omgeving te maken met de rol die Obama voor haar in gedachten heeft. Obama werkt aan een uiterst ambitieus binnenlands beleidsprogramma. Hij speelt met het idee van een omvangrijke stimulering van de economie (een ‘New New Deal’), en denkt daar een nieuwe energiepolitiek (stimulering van alternatieven voor olie) en de introductie van een algemene verzekering tegen ziektekosten te kunnen inbedden.

Zulke ambitieuze plannen slagen zelden in de VS. Maar door de economische crisis zijn de kansen op succes volgens zijn medewerkers ongebruikelijk groot. Typerend is dat zijn grootste risico op tegenspel de eigen partij is: de Democraten zullen na januari oppermachtig zijn op Capitol Hill.

Het voorbeeld rond Joe Lieberman liet deze week zien dat Obama een ijzersterke positie heeft onder zijn partijgenoten in het Congres, en eigenlijk maar één persoon kan volgens Obama’s staf hier roet in het eten gooien: senator Hillary Clinton uit New York, die volgens velen haar ambities op het presidentschap in 2012 of 2016 nog niet heeft opgegeven. Haar tegenspel – vooral bij de ziektekostenverzekering – is Obama’s grootste risico. En als lid van Obama’s kabinet zou zij in die redenering een veel kleiner gevaar zijn voor de nieuwe regering.

En zo ambitieus als Obama in het binnenland is, zo voorzichtig zal hij in het buitenland zijn: het idee is in zijn kringen gerijpt zoveel mogelijk conflictstof uit het buitenlands beleid weg te nemen. Hij overweegt diverse prominente Republikeinen belangrijke functies op dit gebied aan te bieden. De bekendste variant is de Republikeinse minister van Defensie, Bob Gates, te handhaven. Maar Obama onderhoudt ook voortreffelijke relaties met conservatieven als Chuck Hagel en senator Dick Lugar. Ook voor hen ziet hij een rol in zijn kabinet weggelegd. Bovendien wil hij vicepresident Joe Biden – jarenlang voorzitter van de Senaatscommissie BZ – een coördinerende rol in de buitenlandse politiek geven. Het geheel schept de reële mogelijkheid dat Hillary Clinton nauwelijks invloed zou hebben op het beleid dat ze moet uitvoeren.

Clintons eventuele afhaken zou zeker ook voordelen voor Obama hebben. Een benoeming van Hillary brengt hem in aanraking met de wereld van ex-president Bill Clinton, wiens idealen niet altijd parallel lopen met de zakelijke transacties waarin hij zich de laatste jaren begeeft.

Om dezelfde reden vermoeden Clintons aanhangers dat er een betekenis schuilt in het feit dat gisteren ook uitlekte dat Obama overweegt Eric Holder te benoemen als minister van Justitie. Holder speelde als onderminister van Justitie onder Bill Clinton een hoofdrol in enkele omstreden gratieverleningen (vooral die van de corrupte zakenman Marc Rich), en met de hernieuwde aandacht voor Bills dubieuze zakendeals brengt dat de VS gevoelsmatig weer terug in de jaren negentig: de periode van de dubbelhartige moraal van de Clintons, het verschijnsel waaruit conservatief Amerika zoveel voordeel wist te slaan.

Het waren daarom adviseurs van Hillary Clinton zelf die zich gisteren ineens afvroegen of het idee van Hillary (en Holder) als minister mogelijk slechts proefballonnetjes waren. En zo brachten zij het verhaal in de wereld dat Hillary misschien toch niet zo’n zin heeft in de baan – om erger voor te zijn. En zij zullen het nieuws van de benoeming van Tom Daschle tot minister van Volksgezondheid gisteren dan ook argwanend hebben begroet. Niets over zijn aanstelling lekte de afgelopen week uit, geheel in Obama’s stijl: over de benoeming van mensen die hij echt wil hebben, is tot nu toe steeds niets uitgelekt voordat ze bekend werden.