Vinnige strijd om luttele zetels

De verkiezingen voor het Europees Parlement zijn in zicht, de onderlinge concurrentie wordt heftiger. Cruciaal is de regionale achterban: als kandidaten die weten te mobiliseren, maken ze veel meer kans.

VPRO-radiojournalist Fred Stroobants merkt dat de spanning in het Europees Parlement oploopt. Een half jaar geleden kon hij nog alle Nederlandse Europarlementariërs krijgen voor zijn maandelijkse uitzending vanuit Straatsburg, nu duurt het soms twee dagen voordat hij weet wie de partijen naar voren schuiven.

Oorzaak zijn de kandidatenlijsten die partijen momenteel opstellen voor de Europese verkiezingen van juni volgend jaar. „Europarlementariërs zijn er niet meer happig op dat collega’s van dezelfde partij zich over hun onderwerpen uitlaten. Het aantal persberichten neemt flink toe en er is veel meer sturing vanuit de delegatieleiding”, zegt Stroobants.

Bij het CDA, de VVD en D66 zijn de lijsttrekkers al bekend. Wim van de Camp (CDA), Hans van Baalen (VVD) en Sophie in ‘t Veld (D66) houden morgen in Den Haag het eerste lijsttrekkersdebat. Maar om de plaatsen achter deze lijstaanvoerders wordt nog volop gestreden.

Bij andere partijen is ook de nummer één-positie nog vacant. Veelal geeft het partijbestuur een advies over de volgorde op de lijst. Vervolgens stellen partijcongressen dan de definitieve verkiezingslijst samen. Voor Nederland zijn 25 zetels gereserveerd, op een totaal van 736 zetels.

Als vertrekkend Europarlementariër kan oudgediende Joost Lagendijk, sinds 1998 voor GroenLinks in Brussel, wel vertellen wat verkiezingskoorts met Europarlementariërs doet. „Het slechtste in de mens komt boven”, zegt hij, in de persbar in Straatsburg. „Collega’s zijn opeens concurrenten. Je strijdt om dezelfde schaarse plekken. Zodra er media in de buurt zijn, wil iedereen zich extra profileren om maar zichtbaar te zijn voor de achterban in Nederland.”

Iemand die zich middenin dit strijdgewoel bevindt is Jeanine Hennis van de VVD. De liberalen hebben net de strijd om het lijsttrekkerschap achter de rug, die ging tussen zittend Europarlementariër Toine Manders en Tweede-Kamerlid Van Baalen. De drie andere VVD-Europarlementariërs, onder wie Hennis, steunden openlijk Van Baalen.

„Niet alles is vlekkeloos verlopen, maar Toine en ik gaan goed samen. Hoe transparanter je bent, hoe minder spanningen er zijn”, zegt Hennis. Door het partijbestuur is zij op de tweede plaats gezet. In de ledenbar doet ze de zware stem na van partijvoorzitter Ivo Opstelten, toen hij haar belde. „Je hebt het goed gedaan. We zetten je op plaats twee. Ja, wow, dat was wel erg mooi.”

Maar daarmee is Hennis er nog niet. Van 26 november tot 10 december stemmen de VVD-leden. Kandidaten die erin slagen hun vaak regionale achterban te mobiliseren, kunnen de lijst een totaal ander aanzien geven. „Je hoort soms dingen die je niet wilt horen, dat maakt onrustig. Zoals iemand op het congres die zei dat hij me fantastisch vond, maar alleen op noordelijke kandidaten stemt.”

Daarom is het volgens Hennis beslist nog geen gelopen race. „Kijk maar naar Jan Mulder [ook VVD-Europarlementariër, red.]. Die ging de vorige keer van de twaalfde naar de tweede plaats.”

Ondanks de spanning gaat het er in haar eigen partij volgens Hennis „relaxed” aan toe. Anders is dat volgens haar bij het CDA – met name bij de vrouwen. „Dat is niet normaal. Er is veel gekissebis, een harde sfeer. Dat merk je in de wandelgangen.”

Achter Van de Camp strijden bij het CDA naar verluidt drie vrouwen om plaats twee: huidig delegatieleider Maria Martens, Corien Wortmann, bezig aan een succesvolle eerste periode, en de 33-jarige Esther de Lange, sinds anderhalf jaar Europarlementariër.

De Lange ontkent niet dat ze plaats twee ambieert: „Ik heb het leren jasje al, dus ik kan zo bij Wim van de Camp achter op de motor”. Ze bestrijdt echter dat die ambitie de sfeer in de partij bederft. „Het loopt gewoon goed, van spanning is geen sprake”, aldus De Lange.

Begin volgend jaar komt het partijbestuur met de conceptlijst. Ondertussen blijft het voor haar „schaken op twee borden”. De Lange: „Tijdens de campagne ben ik full time in Nederland. Hier moet ik mijn werk goed doen én werken aan mijn zichtbaarheid, vooral op het platteland.”

Bij de PvdA liet zittend Europarlementariër Thijs Berman zijn parlementaire werk in Straatsburg deze week deels al voor wat het was, omwille van zijn zichtbaarheid in het thuisland. Berman heeft zich gemengd in de strijd om het lijsttrekkerschap die momenteel in volle gang is. Andere kandidaten zijn voormalig campagnemedewerker Jacques Monasch, oud-wethouder Hannah Belliot en oud-Kamerlid Kris Douma.

Europarlementariër Dorette Corbey heeft ook nog overwogen mee te doen. „Totdat Monasch zich meldde, dat is een goede kandidaat.” Daarmee, zegt Corbey, wil ze geen voorkeur uitspreken. Op de vraag of het wat haar betreft net zo goed Berman mag worden, antwoordt ze: „Daar laat ik me niet over uit”.

De Vlaamse journalist Fred Stroobants heeft behalve de verkiezingen, nog een verklaring voor de gespannen sfeer die hier en daar valt te proeven. „De belangrijkste frustratie, en weinigen zullen dat toegeven, is dat er veel goede Nederlandse Europarlementariërs zijn, maar dat dat in Nederland amper wordt opgepikt. De lijsttrekkers bij de grote partijen komen uit de nationale politiek, dus de zittende leden zijn tweede keus. Ze krijgen de kans niet om uit te leggen wat ze hier gedaan hebben. Dat veroorzaakt spanning”, aldus Stroobants.