Vechten in de Heilige Grafkerk

Grieks-orthodoxe en Armeens-orthodoxe geestelijken raakten weer slaags in de Heilige Grafkerk. Diepere oorzaak: welke kerk is het oudst?

Hoe erg het ook uit de hand kan lopen in de Heilige Grafkerk in Jeruzalem, elke avond om acht uur sluit de 78-jarige koster Abed Youdeh de kerk weer af. Hij klopt op zijn binnenzak, waar hij de eeuwenoude koperen sleutel bewaart.

Abed Youdeh is niet het type dat zich snel van zijn stuk laat brengen. Hij wurmt zich, trap op, trap af, langs groepen toeristen en de schreeuwende gidsen die hem aanzien voor een voordringende toerist. De vechtpartijen tussen geestelijken in zijn kerk, zoals vorige week gebeurde, heeft hij ook veel vaker gezien. „Het zijn vooral de Grieken en de Armeniërs, die kunnen niet met elkaar. Het is hier als een huwelijk. Aan het eind van de ruzie ruimen we de scherven op en zeggen we: waar ging het eigenlijk over? Iedereen moet toch weer met elkaar verder.”

De immense Heilige Grafkerk, verborgen tussen de nauwe straatjes van de oude stad van Jeruzalem, geldt als een van de heiligste plaatsen van het christendom. Diverse christelijke denominaties maken gebruik van de kerk, die sinds de Byzantijnse tijd talloze malen is uitgebreid. Kapellen, altaren, tombes en stenen markeren Golgotha, de sterfplaats van Jezus, de plaats waar hij gebalsemd en begraven werd – en waar hij na drie dagen herrees. En hier, zegt Abed Joudeh als hij naar een ronde steen in de Grieks-orthodoxe kapel wijst, bevindt zich het middelpunt van de wereld.

De Palestijnse familie Youdeh beheert de sleutel van de Heilige Grafkerk sinds sultan Saladin, die Jeruzalem in 1187 veroverde, hem schonk aan de familie, die rechtstreeks van de profeet Mohammed afstamt. Sindsdien gaat het beheer van de kerk van vader op zoon over.

Het mag bijna een godsgeschenk heten dat moslims, en niet de christelijke kerken zelf, de sleutel van de Grafkerk beheren. Youdeh mag de denominaties vergelijken met een familie, het is wel een familie die te klein behuisd is. Al eeuwen liggen de de Franciscanen, de Grieks-orthodoxen, de Armeens-orthodoxen, de Syrisch-orthodoxen, de kopten en Ethiopiërs met elkaar overhoop. Een piepkleine aanpassing, een iets te luidruchtige monnik of een verplaatste stoel doen de gespannen sfeer al snel escaleren.

Vorig weekeinde raakten tientallen Grieks-orthodoxe en Armeens-orthodoxe geestelijken slaags. Kandelaren, brandende kaarsen en schilderijen vlogen in het rond. „Ik stond er midden tussen”, zegt Abed Joudeh, „en probeerde ze tevergeefs te kalmeren”. De Israëlische politie, die normaal alleen buiten toezicht houdt op de kerk, kon na twintig minuten de partijen uit elkaar trekken. Enkele geestelijken raakten gewond.

Wie wierp de eerste kaars? De Grieken, zegt de Armeens-orthodoxe aartsbisschop Aris Shirvanian. Hij leidde vorige week zondag de processie waaruit de vechtpartij ontstond. Toen hij stil hield bij de Tombe in het midden van de kerk, het pronkstuk van de heilige Grafkerk, stond bij de ingang een Griekse monnik. „Dat is strikt verboden. Het was onze beurt om de tombe te gebruiken. Bovendien was het al de derde keer in korte tijd. Ik vroeg hem de plek te verlaten, maar hij weigerde.”

De Grieks-orthodoxen waren goed voorbereid, zegt Shirvanian. „Ik haalde een groep misdienaars om bij de ingang te zingen. Opeens kwamen de Grieken overal vandaan en vielen ze ons aan.” Shirvanian schudt zijn grijze baard heen en weer. „Het aantal incidenten in de kerk neemt de laatste paar jaar toe. Dat geeft het christendom in zijn geheel een slechte reputatie.”

Shirvanian verwijst naar de eeuwenoude regels van de kerk. De gemeenschappen hebben precies vastgelegd wie welke rechten heeft, zodat er geen conflicten ontstaan. De routes en de tijdstippen van de processies, het gebruik van de kapellen – alles staat zwart op wit. Een van de afspraken is dat de drie grote denominaties het recht hebben om processies bij de Graftombe te houden. Anderen mogen daar niet tussen komen.

Het bestuur van de kerk is een precaire zaak. De Franciscanen, de Armeens-orthodoxen en de Grieks-orthodoxen moeten hun geschillen en dagelijkse ergernissen bespreken in een dagelijks bestuur. Dit bestuur kan besluiten nemen. Maar omdat alleen op basis van unanimiteit besloten mag worden, wordt het bestuur – met de toepasselijke naam ‘status quo-commissie’ – het nooit eens. Bijna nooit, corrigeert aartsbisschop Shirvanian. „Laatst hebben we na twee jaar vergaderen overeenstemming bereikt over de renovatie van een toilet.” Het trage bestuur is een slechte zaak voor de kerk, erkennen de geloofsgemeenschappen meteen. De kerk is dringend aan renovatie toe, sommige muren zijn niet sterk genoeg meer, maar de commissie kan het niet eens worden over een trap.

De houten trap, die op een balkon boven de ingang van de kerk staat, is voor de buitenwereld het symbool van de verdeeldheid in de kerk. Die trap is van ons, zegt Shirvanian. „Het is een Armeense trap. We hebben hem anderhalve eeuw geleden nodig gehad toen we het balkon renoveerden. Toen is hij per ongeluk blijven staan.” Verwijdering van de trap is geen optie, zegt hij. „Wij zeggen: we doen niets voor niets. We willen hem best weghalen, maar dan moeten de andere kerken ons daar iets voor teruggeven. Zolang dat niet gebeurt, blijft de trap staan.”

De Grieks-orthodoxe aartsbisschop Theodosios Atallah Hanna ziet er met zijn zwarte gewaad en vuurspuwende ogen even imposant uit als zijn naam klinkt. Theodosis, een Palestijn, wordt verdrietig als hij eraan terugdenkt. Zuchtend: „Het had niet mogen gebeuren, het mag nóóit gebeuren. We zijn allen christenen, zo denkt mijn kerk erover. Maar het vuur wordt steeds weer aangewakkerd door anderen. Ik voel schaamte als ik daarover praat.”

Aartsbisschop Theodosis vindt het incident van vorige week niet de moeite waard om langer over te praten. Liever praat hij over iets dat de andere kerken maar niet begrijpen: de Grieks-orthodoxe kerk is de oudste christelijke kerk in Israël. „Onze kerk is direct door Jezus Christus zelf gesticht, zonder tussenkomst van apostelen. Het is soms moeilijk te verteren voor de andere kerken dat wij de oudste kerk zijn. Maar ik zeg op mijn beurt: het is niet om jullie te beledigen, maar omdat de feiten zo liggen. In een familie discussieer je toch niet over de vraag of de zoon ouder is dan de vader?”

De leeftijdskwestie – wie is het oudst en heeft daarmee het meeste morele gezag – lijkt de werkelijke oorzaak van de aanhoudende ruzies met de Armeens-orthodoxen te zijn. De Armeens-orthodoxe aartsbisschop Shirvanian betoogt onmiddellijk dat juist zijn kerk de oudste is. „In het jaar 30 begon Helena, de moeder van Constantijn de Grote, aan de bouw van de kerk. Toen waren er al Armeense christenen betrokken bij de bouw. Dit staat vast, er is archeologisch bewijs voor. Wij waren hier het eerst, en daar zijn we trots op.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Grafkerk

In het artikel Vechten in de Heilige Grafkerk (20 november, pagina 4) staat dat men in het jaar 30 is begonnen met de bouw van de Grafkerk in Jeruzalem. De bouw van de kerk begon in het jaar 326.