Twijfel over zin vervolging Bashir

In Khartoum zijn de meningen verdeeld over eventuele vervolging van president Bashir over Darfur. Hulporganisaties vrezen wraak.

„Kijk pappie, daar is het vliegtuig van Ocampo dat Bashir komt halen.” De leden van de Darfurese familie in de Soedanese hoofdstad Khartoum moet lachen om het achtjarige jongetje dat naar een vliegtuig wijst. Het is duidelijk wat deze familie wenst: het Internationale Strafhof (ICC) moet de Soedanese president Omar al-Bashir in Den Haag berechten.

Hoofdaanklager van het Strafhof Luis Moreno-Ocampo maakte in juli bekend dat hij Bashir wil aanklagen voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in het West-Soedanese Darfur. De rechters van het hof moeten nog beslissen of Ocampo genoeg bewijs heeft verzameld om een proces te beginnen. Die mogelijkheid heeft niet alleen de Soedanese regering in problemen gebracht. „Door de ICC-aanklacht is ons werk in Darfur vrijwel onmogelijk geworden”, klaagt het hoofd van een hulporganisatie. „We staan met de rug tegen de muur. In een dergelijke beladen situatie hebben hulpverleners nooit eerder verkeerd in Afrika”.

De regering draait hulpverleners de duimschroeven aan. Reisvergunningen worden ingetrokken en import van hulpgoederen geblokkeerd. De regering verbood de Nederlandse afdeling van Artsen zonder Grenzen deze week nog psychiatrische bijstand te geven aan oorlogsslachtoffers in Kalma, een groot kamp van ontheemden bij de stad Nyala in Darfur. „De hulp is een dekmantel om informatie te verzamelen”, meent Ahmed Mohammed Adam, operationeel manager van de humanitaire overheidsorganisatie Hac. De overheid vreest dat verhalen over moorden en verkrachtingen als bewijs zullen dienen voor het ICC.

Sommige buitenlandse hulporganisaties, zoals de International Rescue Commission, assisteerden inderdaad het Strafhof. „Een arrestatiebevel in de komende weken tegen Bashir gaat rampzalig voor ons uitvallen”, waarschuwt een hulpverlener.

Ocampo’s intentie is hard aangekomen bij Bashir. Hij zit in de zenuwen, zoals blijkt uit zijn vredespogingen voor Darfur en zijn wilde en tegenstrijdige uitspraken. „Ik heb Frankrijk, Engeland en Amerika, de bazen van het Strafhof, onder mijn schoenen zitten”, riep hij op een bijeenkomst. Schoenen zijn in de Arabisch/islamitische cultuur een symbool van vernedering. Een paar dagen later bagatelliseerde hij het ICC weer: „Ach, het Strafhof is een beetje lastig, zoals een zoemende mug.”

Soedanese diplomaten reizen door de wereld om steun te vergaren voor een resolutie in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Deze zou het arrestatiebevel een jaar moeten uitstellen. De resultaten van dit diplomatieke offensief lijken teleurstellend. Soedans bondgenoot China, die de resolutie zou moeten indienen, krijgt geen steun van andere leden van de Veiligheidsraad.

Over arrestatie lijkt Bashir zich geen zorgen te maken. Hij vreest vooral ondermijning van zijn positie in Soedan zelf. Onbevestigde berichten spreken over een machtsstrijd binnen de regering. Zogenaamde gematigden binnen het regime zouden Bashir willen opofferen om daarmee hun eigen positie veilig te stellen. Haviken dreigen met wraak en willen alle buitenlandse hulpverleners en vredestroepen Darfur uitwijzen. „We moeten dergelijke dreigementen serieus nemen”, meent een hoge westerse diplomaat.

Vrede en gerechtigheid vallen moeilijk te verenigen, zo blijkt ook weer in Soedan. „Het is niet gemakkelijk om zowel voor het ICC te zijn als het vredesproces in Soedan te steunen”, verzucht de diplomaat. Veel cynisme moet volgens hem opzij worden gezet om de recente vredesinitiatieven van de regering, zoals de afkondiging van een eenzijdig staakt-het-vuren in Darfur, serieus te kunnen nemen. „Een vredesverdrag in Darfur zal Bashir zeker helpen in het conflict met het Strafhof. Maar deze regering heeft altijd minimale concessies gedaan om verdragen met rebellengroepen te sluiten. In Darfur zal ze juist heel veel toezeggingen moeten doen. Ze moet de opstandelingen tevreden te stellen, en de miljoenen ontheemden compensatie en een gevoel van veiligheid geven alvorens ze willen terugkeren naar hun woonplaatsen. Niemand vertrouwt deze regering nog, dat is het probleem.”

Een andere uitweg voor de president is om de volgend jaar te houden verkiezingen met een overweldigende meerderheid te winnen. Beshir appelleert in zijn conflict met het Strafhof bij de bevolking met enig succes aan vaderlandsliefde. Het valt moeilijk in te schatten hoeveel Soedanezen hem daarin steunen. Openlijke sympathie voor het ICC is vrijwel onmogelijk in het repressieve klimaat van Soedan. Maar de dreiging van een arrestatiebevel viel zeker niet bij alle Soedanezen goed. „Ik ben tegen Bashir”, zegt een hoogleraar aan een universiteit in Omdurman, zusterstad van Khartoum. „Maar deze aanklacht is politieke inmenging en dat heeft ons Soedanezen meer dan ooit verenigd.”

Ook onder uitgesproken opponenten van Bashir bestaan twijfels, zoals binnen de voormalige zuidelijke verzetsbeweging en nu regeringspartner, het Soedanese Volksbevrijdingsleger SPLA. Het SPLA is niet gebaat bij de val van de regering waarmee ze een vredespact heeft gesloten. „Wat heeft een arrestatiebevel voor zin als het ICC toch niet over de middelen beschikt hem te arresteren?” vraagt SPLA-minister van Hoger Onderwijs Peter Adwok Nyaba zich af. Amna Dirar, een leider van het Beja Congres, voormalige rebellen in Oost-Soedan, en nu presidentieel adviseur meent: „Het ICC-standpunt is alleen de gerechtelijke kant van de oorlog in Darfur. Een oplossing kan niet van buiten Soedan komen; we moeten zelf een gepast antwoord vinden.”

Een hoogleraar rechten durft zijn nek uit te steken: „Bashir moet rekenschap afleggen voor de misdaden in Darfur”, zegt hij. „Dergelijke oorlogsmisdaden vonden al vele malen eerder plaats in Soedan. Het ICC moet ons helpen om voor eens en altijd die cyclus van geweld te doorbreken.” Zijn student aan de faculteit valt hem met een gerechtelijk argument bij. „Laat Bashir naar het ICC in Den Haag gaan en zich verdedigen. Als hij onschuldig blijkt, kan hij weer terug komen naar Soedan.”