'Slag om de publieke opinie is verhard'

Frits Bloemendaal signaleert dat de overheid met de pers is verwikkeld in een communicatieoorlog. Hij schreef er een boek over. „De politiek bejegent de pers met meer agressie.”

Niet terugbellen. Van het kastje naar de muur sturen. En desnoods: glashard liegen. Al jaren houden Frits Bloemendaal, chef redactie bij de Geassocieerde Persdiensten (GPD), en zijn collega’s een zwartboek bij over trucs en manipulaties van overheidsvoorlichters. De voorvallen dienen als lesstof voor verslaggevers.

Natuurlijk beseft hij dat ook voorlichters een lijst kunnen opstellen met streken van journalisten. Maar er is volgens hem „fundamenteel iets mis met de manier waarop de overheid omgaat met de pers.” Daarvan is hij overtuigd sinds ‘GPD-gate’. Twee voorlichters van het ministerie van Sociale Zaken logden honderden keren in in het besloten computersysteem van de GPD, die nieuws levert aan regionale kranten. Het bleken ex-medewerkers van de GPD. Ze kregen onlangs taakstraffen wegens computervredebreuk.

De geruchtmakende zaak vormde de aanleiding voor het vandaag gepresenteerde boek De Communicatieoorlog. Hoe de politiek de pers in haar greep probeert te krijgen. Bloemendaal schetst daarin het beeld van een onzekere overheid die lijdt aan controledrift en die de pers niet langer ziet als waakhond van de democratie maar als een bedreiging ervan. Dus moet de pers omzeild worden en moeten media dienen als doorgeefluik om een politieke boodschap bij de burger te brengen. ,,De politiek bejegent de pers met meer agressie. Neem Balkenende die een bodemprocedure aanspande tegen Opinio voor een artikel dat als grap was bedoeld.”

Is uw term communicatieoorlog niet overdreven, tenslotte is Nederland een consensusland?

,,Nee, ik vind het een lekkere term en hij is ook terecht. Oorlogstaal vind je voor het eerst in het rapport-Wallage (uit 2001, over de toekomst van de overheidscommunicatie, red.) waarin wordt gesproken over de slag om het publieke vertrouwen. Een politiek adviseur noemt zich in mijn boek een frontsoldaat. In de voorlichting zijn campagnetactieken geslopen. En campagne voeren is oorlog.”

Wie is de oorlog begonnen?

,,Het beeld van de overheid is dat de media opdringerig zijn en massaal de politiek bestoken. De omloopsnelheid van het nieuws is toegenomen: er is meer concurrentie en er zijn meer publicatiemomenten. ‘Er wordt gehakt gemaakt van beleid en dan mag je iets terugdoen’, schreef Wallage. De overheid gaat met campagnes in de tegenaanval. Als je eenheid uitstraalt wordt je imago beter en krijg je meer gezag en waardering, is de gedachte van bestuurders.”

Nadat een meerderheid in 2005 per referendum tegen de Europese Grondwet had gestemd, zeiden politici: we hebben het niet goed uitgelegd. Is dat een terugkerend reactiepatroon?

,,De politiek heeft een missie. Dan wil je, zoals dat in communicatietermen heet, alleen maar zenden. Terwijl politici na de moord op Fortuyn beweerden dat ze juist meer dialoog wilden met de burger. Een missie formuleren en eensgezind een boodschap uitdragen heeft nu iets religieus. Ik vind dat gevaarlijk.

Waarom?

„Het kan leiden tot een bestuurscultuur met autoritaire trekken. In zo’n cultuur is minder ruimte voor tegenspraak en dwarse denkers. Dat verklaart ook de vijandigheid jegens de pers die alleen maar het negatieve zou benadrukken.”

Is uw kijk op overheidsvoorlichting veranderd?

„Het voorlichtingsbeleid is veranderd van informeren naar beïnvloeden en overtuigen. De gedachte daarbij is om controle te krijgen op de samenleving, om de burger terug te winnen voor de politiek via de media. De speelruimte voor de journalisten is kleiner geworden. ”

Overvleugelt het aantal overheidsvoorlichters het aantal journalisten?

„Het is te simpel om alle mensen met de functie voorlichter/woordvoerder op te tellen. Er wordt ook veel extern ingehuurd. En communicatie zit in het hart van het beleid: vanaf de eerste stap, dus voordat de Tweede Kamer heeft ingestemd, wordt al aan voorlichting gedaan. Er wordt gegoocheld met cijfers, omdat men geheim wil houden hoeveel geld er precies naar toe gaat.”

Volgens de beroepsvereniging van journalisten NVJ is het aantal dagbladjournalisten de afgelopen jaren met een kwart verminderd. Wat betekent dat?

,,Er wordt beweerd dat er op het Binnenhof sinds de jaren negentig meer journalisten zijn bijgekomen. Dat is relatief, het zijn vooral meer cameramensen en technici. Als het totaal aantal journalisten afneemt, neemt ook hun macht af. De tegenmacht – de overheid – neemt toe.”

De Britse onderzoeksjournalist Nick Davies concludeerde dat de Britse kwaliteitspers 41 procent van de berichtgeving ontleent aan persberichten. In hoeverre is de pers nog de vierde macht?

,,Het is verontrustend als kranten in die mate persberichten overnemen. Ik vind de waakhondfunctie afgenomen. Er zijn gelukkig nog veel goede journalisten. Als iemand iets onthult gaat de rest er achteraan.”

De pers maakt ook fouten die voor reputatieschade zorgen zoals de omstreden martelprimeur van de Volkskrant. Extern onderzoek concludeerde dat de krant te graag wilde scoren.

„Er werd vastgesteld dat de term martelen niet gebruikt had mogen worden, maar er was wel iets aan de hand. Bij de pers is het geen beleid om een beeld neer te zetten om een boodschap over te brengen. Bij de overheid daarentegen wel.”

Tijdens de verzuiling maakten hoofdredacteuren afspraken met hun politieke zuil. Is er nu meer of minder openheid?

„De openheid was toen minder, maar de samenleving zat anders in elkaar. De verwachtingen zijn nu veel hoger, maar openheid neemt af. Er heerst angst onder het bestuur. De verzuiling is weggevallen, de samenleving is geïndividualiseerd. Burgers zijn moeilijker aan te sturen. Politici denken dat communicatie een middel is om weer greep te krijgen op de samenleving.”

U signaleert een tendens om ‘de media’ in het beklaagdenbankje te zetten. Wat zijn daarvan de gevolgen?

,,Dat draagt bij aan het klimaat bij de overheid dat de media het slecht doen en elkaar achterna lopen met hypes. Het zorgt voor verharding. De gevolgen daarvan zijn meer controle uitoefenen, minder vertellen en de deur binnenshuis op slot houden.”

Wat zou de pers beter moeten doen?

„De pers zou meer een eigen agenda moeten volgen onafhankelijk van de overheid. Geen genoegen nemen met wat de overheid wil geven, maar uitzoeken wat ze achterhoudt. De pers moet ook zorgvuldiger worden en minder lui. We moeten scherper zijn op weggegeven primeurtjes – je laat je ook voor een karretje spannen.”

‘De Communicatieoorlog. Hoe de politiek de pers in haar greep probeert te krijgen.’ Frits Bloemendaal. Uitgeverij Ambo. Prijs: 16,95