PVV eenzaam in lampionnendebat

Voor Kamerlid Sietse Fritsma (PVV) was het woensdag eenzaam in de grote zaal van de Tweede Kamer. Toen hij achter het spreekgestoelte plaatsnam om de minister van Justitie ter verantwoording te roepen voor ongeregeldheden bij een lampionnenoptocht in de Haagse Transvaalbuurt, zag hij uiterst rechts van hem drie partijgenoten zitten. Uiterst links nog twee Kamerleden van de SP. Dat was het. Verder keek hij aan tegen een zee van lege blauwe stoelen.

Dat Kamerleden hun spreektijd bij een debat niet benutten, komt vaker voor. Zelfs in een plenair debat. Dat ze helemaal niet komen opdragen, is ongewoon.

Wilden ze Fritsma, de aanvrager van het debat, iets duidelijk maken? Attje Kuiken (PvdA): „Wij laten ons niet door de PVV gijzelen. Als zij er consequent voor kiezen zaken op de agenda te zetten die niet in de Kamer thuishoren, dan zullen wij wegblijven.” Ook de andere partijen volgen deze redenering: een debat over een lampionnenoptocht hoort thuis in de gemeenteraad van Den Haag.

Waarom deed de SP wel mee? Kamerlid Sadet Karabulut, die in het korte debat over „snotneuzen” sprak, niet over „laf Marokkaans tuig” – woorden van Fritsma – zegt dat het een principe van de SP is. „Als iemand een vraag wil stellen, doen wij altijd mee.”

CDA’er Sybrand van Haersma Buma vindt dat onzin. „Hier was geen enkel recht in het gedrang. Fritsma had zijn vragen ook schriftelijk kunnen stellen.” De PVV noemt de „boycot” een „grove schande”. De gevestigde politiek, aldus de PVV-website, vindt „een stevige aanpak van dat straattuig dus niet belangrijk genoeg om over te debatteren”.

Minister Hirsch Ballin had een eigen manier om het ontbreken van tegengeluiden in het debat te illustreren. Hij begon de vraag te beantwoorden of het lampionnenincident was opgeblazen, om zich al snel te realiseren dat niemand die vraag had gesteld.

Commentaar: pagina 7