'Niet doen, die registratie'

De ChristenUnie vindt een Verwijsindex Antillianen nodeloos discriminerend. Fractievoorzitter Arie Slob: „Ik verwacht dat de nieuwe minister hier zorgvuldig mee zal omgaan.”

Eén van de laatste daden van minister Ella Vogelaar vond Arie Slob „uitstekend”. De fractievoorzitter van de ChristenUnie was ingenomen met de brief die Vogelaar op 20 november naar de Kamer stuurde, toen zij nog minister van Wonen, Wijken en Integratie was. In de brief schreef zij af te zien van een aparte databank voor Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren. Na het ontslag van Vogelaar, trok het kabinet de brief terug.

Rond dit onderwerp tekent zich nu politieke spanning af. Een Kamermeerderheid toonde zich tot dusver voorstander van de databank. De ministerraad gaat er opnieuw over spreken.

Gaat die databank er toch komen?

„Het kabinet heeft gezegd dat de brief is teruggenomen uit procedurele overwegingen. Daar heb ik begrip voor: de nieuwe minister moet zich inwerken en dan met het kabinet opnieuw praten. Maar ik reken er wel op dat de uitkomst hetzelfde zal zijn: niet doen. Ik verwacht dat de nieuwe minister hier zorgvuldig mee zal omgaan.”

Miskent u niet de problemen met Antilliaanse jongeren?

„Nee, die zijn er, dat zien wij ook. Onevenredig veel problemen, die ook een gerichte aanpak verdienen. En als iets moet, dan moet het. Maar deze databank is niet nodig. Tot die conclusie is Vogelaar ook gekomen. Hulpverleners kunnen ook nu al de etniciteit van Antilliaanse probleemjongeren in hun dossiers vermelden. Wat nu dreigt is dat een middel doel in zichzelf wordt gemaakt. Daar zijn wij tegen. Zeker omdat de prijs die daarvoor wordt betaald, hoog is. Ten eerste raakt deze databank aan onze grondrechten, op een negatieve manier. Zie het oordeel van het College Bescherming Persoonsgegevens. Ten tweede vernielen we ieder draagvlak voor de noodzakelijke maatregelen, omdat etnische registratie terecht de woede wekt van de Antilliaanse gemeenschap, hier en in onze overzeese gebiedsdelen. Dat is dit helemaal niet waard. Juist omdat er een werkbaar alternatief is.”

Hoe lang mag de nieuwe minister en het kabinet hier van u over nadenken?

„Het zou slecht zijn als dit te lang boven de markt blijven hangen. Dat hoeft niet. Het standpunt is immers niet van één minister, dat blijkt wel uit de teruggetrokken brief. Daar staat klip en klaar in dat de beslissing niet in algemene zin op etniciteit te registreren is genomen in overleg met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en met de minister van Jeugd en Gezin [André Rouvoet, partijleider van de ChristenUnie , red.].”

Waar zit het probleem, bij het CDA of de PvdA?

„ Ik heb geen behoefte me af te zetten tegen anderen. Het gaat mij erom duidelijk te maken hoe wij er in staan. Dat betekent: diepgewortelde moeite met het in algemene zin registreren van etniciteit, ongeacht welke groep. Als de minister dan tot de conclusie komt dat een algemene registratie niet noodzakelijk is, omdat hulpverleners goed die gegevens kunnen uitwisselen, dan zijn we toch waar we willen wezen met elkaar?”