Nederland móét wel meedoen

Het kabinet staat sceptisch tegenover het rechtstreeks stimuleren van de economie, maar kan niet achterblijven bij de rest van Europa. De eerste plannen worden morgen verwacht.

Of Nederland wil of niet, de druk op het kabinet om daadwerkelijk de uitgaven te verhogen, neemt in rap tempo toe.

Brussel wil besteden. De Europese Commissie werkt aan een grootschalig investeringsplan waarbij de lidstaten met 1 procent van het bruto binnenlands product hun economieën moeten stimuleren. De Franse president Sarkozy wil op de Europese top van 12 december het Europese bestedingsplan presenteren. Nederland kan niet achterblijven. Naar verwachting komt het kabinet morgen al met concrete plannen.

Alles staat op dit moment in het teken van crisisbeleid. De orthodoxie van de begrotingsdiscipline staat onder grote druk. Maar het kabinet aarzelt. Naar buiten toe laat men zo min mogelijk merken van de grote zorgen over de economie. Minister Bos (Financiën, PvdA) zei dinsdag in de Tweede Kamer nog dat de begroting over 2009 niet gewijzigd hoeft te worden en dat Nederland zich geen crisis moet laten aanpraten.

Wat zijn die uitspraken waard nu de economie in recordtempo verslechtert, gezonde bedrijven hun omzet zien inzakken en de drie grote economische blokken Japan, VS en de EU binnen een tijdsbestek van een paar maanden tegelijk in een recessie duiken? De Europese Ronde Tafel, een invloedrijke club van 47 grote Europese bedrijven, sloeg deze week alarm en spreekt van een „extreem gevaarlijke ontwikkeling”.

Nederland doet alsof het nog in een hoogconjunctuur leeft, terwijl de recessie voor de deur staat. „De hele boel dondert in elkaar. De vraag is alleen nog of het een venijnige recessie wordt of een keiharde depressie”, zegt een ingewijde.

De uitgangspunten van de Miljoenennota zijn achterhaald. In de begroting wordt gerekend met een olieprijs van 125 dollar in plaats van de huidige 52 dollar per vat. De economische groei staat op 1,25 procent in plaats van nul of nog minder. De inflatie wordt geschat op 3,25 procent terwijl de angst voor deflatie (negatieve inflatie) groeit. Dit alles vertaalt zich in veel lagere inkomsten en stijgende uitgaven voor de overheid.

Er is een extra onzekerheid: de conjuncturele neergang van de economie wordt versterkt door de effecten van de financiële crisis op bedrijven. De kredietmarkt droogt op waardoor gezonde ondernemingen in de problemen komen omdat ze geen toegang hebben tot de normale bedrijfskredieten.

Dit zet de Nederlandse beleidsmakers voor een dilemma. Nederland is altijd een voorvechter geweest van een behoedzaam begrotingsbeleid waarbij in Europa de tekorten niet uit de hand mogen lopen en industriebeleid uit den boze is. Begrotingsdiscipline spreekt niet langer vanzelf.

Vervolg Nederland: pagina 17

Kabinet beducht voor overhaaste ingrepen

Vervolg Nederland van pagina 1

De hardliners van het eerste uur worstelen nu met hun eigen stelligheid. Kan Europa het zich permitteren de Duitse en Franse automobielindustrie níét te steunen? Wat is het belang van de Nederlandse toeleveranciers? Wat te denken van de chemie, transport- en metaalsector, bedrijfstakken die als eerste klappen krijgen en in Nederland veel gewicht hebben?

Anders dan Frankrijk of Groot-Brittannië heeft Nederland een overschot op de begroting. Dat levert in deze crisistijd een extra rekening op. Brussel kijkt voor de investeringsimpuls begerig naar lidstaten die ruimte op hun begroting hebben. Nederland kan dus wel eens, net als Duitsland, extra aangeslagen worden.

Premier Balkenende en de ministers Bos (Financiën, PvdA) en Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) zoeken naar de kwadratuur van de cirkel: maatregelen die op korte termijn goed zijn om de economische teruggang te bestrijden en die op lange termijn geen negatief effect hebben, maar de economische structuur versterken. Het kabinet is beducht voor overhaaste belastingverlaging of eenmalige uitkeringen. De kans bestaat dat consumenten het extra geld sparen en niet uitgeven. Dan helpt het niet om de vraag te stimuleren – en vraaguitval is de kern van de fuik waarin de economie dreigt terecht te komen.

Er is een scala aan andere maatregelen waaraan gedacht wordt.

Grootschalige infrastructurele projecten kunnen naar voren gehaald worden. Misschien kan eerder begonnen worden met het nieuwe Deltaplan. Maar zelfs in het gunstigste geval gaat daar veel tijd overheen. Onderhoud van spoor en wegen kan wel vervroegd worden. Daarnaast is de overheid een trage betaler. Bedrijven worden geholpen als de overheid eerder zijn rekeningen betaalt.

De afspraken van het Najaarsoverleg met de sociale partners kunnen worden opengebroken. Daar werd matiging van de cao-lonen overeengekomen, in ruil voor lastenverlichting. Nu komt bevriezing van loonstijgingen in zicht: nul erbij of je baan kwijtraken wordt een denkbare keuze. Het klimaat verhuist ook even naar het tweede plan. De oproep van de sociale partners om de veiling van CO2-emissierechten uit te stellen, is serieus in beeld in Den Haag.

Begin volgend jaar zal Bos de begroting voor 2009 vermoedelijk moeten openbreken. Het lijkt onvermijdelijk dat hij de begrotingsregels, zoals hij die van zijn voorganger Zalm heeft overgenomen, zal moeten loslaten. „Nood breekt wet”, zegt men in Haagse kringen.

Meedoen met een Europees stimuleringsplan staat haaks op de huidige begroting. Bos zit al aan het plafond van het ‘uitgavenkader’, de afspraken over de overheidsuitgaven. De leerstelling van het Nederlandse begrotingsbeleid is dat overschrijdingen van de uitgaven moeten worden opgevangen door lagere uitgaven elders.

Als de economie inzakt en de energieprijzen dalen, nemen de inkomsten voor de overheid af. Er is sprake van lagere aardgasbaten en lagere belastinginkomsten omdat bedrijven minder winst maken en de financiële sector verliezen moet verwerken. In het regeerakkoord is afgesproken dat het kabinet pas ingrijpt als het tekort 2 procent bedraagt. Met het huidige overschot van 1 procent is het nog lang niet zo ver, maar in de crisis van 2002-2003 sloeg een overschot ook snel om in een tekort.

De uitgaven blijven in beginsel ongemoeid, maar hier heeft Bos een probleem. Nog uitgaande van een hoge inflatie voor 2009 heeft hij een meevaller aan de uitgavenkant ingeboekt van 2 miljard euro. Nu de inflatie verschrompelt, raakt hij die buffer volgend jaar kwijt en zullen de uitgaven door het toegestane plafond heen gaan. De begrotingsregels dwingen hem dan tot snijden. Het credo van Bos is tot nu toe: laat de automatische stabilisatoren in de begroting hun werk doen. De vraag is hoe lang het kabinet deze opstelling kan volhouden. Het is geen argument dat bij de grote Europese lidstaten of in Brussel veel indruk maakt.