Mooie momenten in 'Moving Being'

Dans Dance Works Rotterdam met Moving Being. Gezien: 19 nov. Tournee t/m 7 mei. ***

Geen activistische toespraakjes, geen vraag om steunbetuigingen: Dance Works Rotterdam – geen geld van subsidiegever NFPK maar vandaag waarschijnlijk subsidie krijgend van de gemeente – presenteerde gisteren de première van Moving Being alsof er niets aan de hand was. Hup, dansen. Morgen zien we wel verder.

Ton Simons, choreograaf en artistiek leider is één van de weinigen die nog vol overtuiging de stelling verdedigt dat dans energie in tijd en ruimte is, en dat dat al mooi genoeg is. Niet dat Simons zich beperkt tot die basiselementen.

In de nieuwe choreografie voor twaalf dansers is de muziek (preludes en fuga’s XV tot en met XXIV van Bachs Wohltemperierte Klavier) nadrukkelijk de leidraad voor zowel choreograaf als voor videokunstenaar Peter Struycken. Bij Struycken is dat direct merkbaar: laat hij tijdens de preludes rondjes en noppen in krullerige trajecten of muterende formaties over het achterdoek schuiven, in de fuga’s zijn het rechthoekige vormen die staccato de noten volgen, om de eigen as kantelen of elkaar doorsnijden.

Simons laat zich door de preludes inspireren tot solo’s en intieme duetten, vaak zo lichtvoetig als de muziek, soms bezonken en teder. Het fraaist zijn de duetdelen waarbij de dansers telkens weer in innige omhelzingen eindigen, na elkaar analoog aan Bachs contrapunt te hebben ondersteund en omspeeld.

De choreograaf herhaalt en moduleert zijn bewegingsthema’s in een helder en elegant lijnenspel dat het midden houdt tussen de Cunningham-techniek en klassieke dans. Benen ontvouwen zich traag, heupen wiegen subtiel, ruggen buigen ver achterover. Opmerkelijk is het verschil tussen de verfijning van het vrouwenkwartet en de veel lossere choreografie voor vier mannen, die als jonge honden met elkaar lijken te spelen – een spel met complex tilwerk en scherp getimede passen.

Ondanks prachtige momenten bevredigt het stuk niet. Over het geheel genomen maakt het een al te gelijkmatige indruk en in sommige delen leidt eenvoud tot saaiheid. Ook wie beweging in tijd en ruimte op geweldige muziek al heel wat vindt, blijft wachten op het moment dat de som der delen het geheel overstijgt.