Links zoekt leider én eenheid én richting

De concurrentiestrijd is zo fel dat gevreesd wordt dat de Parti Socialiste explodeert.

Wat is er aan de hand met Frans links in een tijd dat sociaal-democraten in Europa het tij juist mee hebben?

Het loopt uit de hand bij ons, zuchtte Benoît Hamon deze week. Hij is een van de kandidaten voor het leiderschap van de Parti Socialiste, de grootste oppositiepartij van Frankrijk. Maar de concurrentiestrijd tussen drie kandidaten is zo fel, dat hier en daar wordt gevreesd dat de partij explodeert. Vandaag bepalen de leden wie het wordt: europarlementariër Hamon, voormalig presidentskandidate Ségolène Royal of ex-minister en burgemeester van Lille Martine Aubry.

De drie zijn ernstig verdeeld over de strategie om de volgende presidentsverkiezingen te winnen – het liefst met zichzelf als kandidaat. Maar over één ding zijn ze het eens: de PS is in crisis. Terwijl sociaal-democraten elders in Europa de wind in hun voordeel voelen draaien door de kredietcrisis en de economische problemen, kwam Frans links de laatste maanden vooral in beeld met clanruzies en machteloze oppositie. Hamon heeft daar „genoeg van”. Royal zegt dat,,de Fransen dit niet willen horen”. En Aubry belooft verbeten ervoor te zorgen dat er „eindelijk over de inhoud gepraat gaat worden”.

Zo is het dus met Franse centrum-links na anderhalf jaar oppositievoeren tegen president Sarkozy: op zoek naar een leider, eenheid en een koers. Na elf jaar vertrekt François Hollande als partijleider en daar kijken velen naar uit. De PS is gemeten naar het aantal lokale en regionale bestuurders de grootste partij van het land, maar Hollande staat symbool voor dieptepunten. Van de twee verloren presidentsverkiezingen was die met Jospin als kandidaat in 2002 dramatisch: extreem-rechts scoorde in de eerste ronde hoger. Bovendien was de PS intern verdeeld over het referendum over de Europese grondwet in 2005 en die wonden zijn nog altijd niet geheeld.

Afgelopen weekeinde had het driedaagse congres van de partij in Reims opheldering moeten brengen over de koers en het leiderschap. Maar daar kwam niets van. De sfeer was ongekend gespannen. Sprekers werden uitgejoeld door aanhangers van rivalen. Vooral Royal moest het ontgelden. Overleg tussen de leiders, hun aanhangers en bemiddelende buitenstaanders leverde geen compromissen op.

De verdeeldheid werd nog vergroot door een afsplitsing. Parlementariër Jean-Luc Mélenchon ziet geen perspectief meer in de PS. Hij kondigde vlak voor het congres met enkele geestverwanten de oprichting aan van een Parti de Gauche – naar voorbeeld van de Duitse Linke Partei. Zo wil hij tegenwicht bieden aan de „verwording” van de PS „tot een centrumlinkse partij”.

Alleen heeft in Frankrijk zo’n uiterst linkse partij grotere concurrentie dan de Linke Partei in Duitsland of de Nederlandse SP. Vanuit de vitale trotskistische beweging is de jonge politicus Olivier Besancenot bezig een Nouveau Parti Anticapitaliste op te richten, die volgens peilingen nu zou kunnen rekenen op dertien procent van de stemmen.

Wat is er aan de hand met Frans links? „De slinger komt terug”, zegt Jean Vigreux, historicus en auteur van een studie over Europese ‘socialismes’ sinds de negentiende eeuw. Hij signaleert bij de PS-leiders een ruk naar links. In de „crisis in het kapitalisme” hervindt Frans links weer iets van zijn oude „universalistische” roeping, denkt Vigreux. De afgelopen jaren verklaarde die traditie volgens hem al de relatieve bloei van de antiglobalisten in Frankrijk. Het geruzie om het leiderschap hoort volgens Vigreux bij de terugkeer naar het verleden. „De PS heeft van oudsher een probleem met leiderschap.”

Je zou bijna vergeten dat de PS juist „eindelijk zijn ideologische modernisering heeft bezegeld”, zegt Olivier Ferrand, directeur van Terra Nova, de Franse zusterorganisatie van sociaal-democratische denktanks als de Wiardi Beckmanstichting in Nederland. Deze zomer nam de PS met ruime meerderheid een nieuw beginselprogramma aan. Daarin was voor het eerst het streven naar revolutie geschrapt, de markteconomie werd omarmd en moderne principes als ecologie en democratische vernieuwing kregen een prominente plaats.

Ferrand denkt daarom niet dat de PS zich opmaakt voor met een ruk naar links. „Iedereen is ervan doordrongen dat de verzorgingsstaat niet meer werkt. Daarmee losten wij problemen die op de markt ontstonden achteraf en op nationale schaal op. Maar dat kan niet meer met problemen die ontstaan in een mondiale economie of door klimaatverandering. En je ziet dat de kandidaten zoeken naar regulatie vooraf en op Europese en mondiale schaal.”

Maar waarom moet dat dan met zoveel moeite en onderling gekrakeel? Volgens Ferrand is het probleem dat de PS geen leiders produceert, door ongekend ingewikkelde procedures. In de aanloop naar het congres hebben de leden eerst gestemd op een ‘motie’ – een soort partijprogramma. Daarin bleek de stroming-Royal verrassend de grootste, met 29,5 procent. De Parijse burgemeester Bertrand Delanoë, vooraf favoriet, kreeg steun van 25 procent van de leden, evenals Aubry. En de linkervleugel van Hamon, de enige veertiger, kreeg 19 procent van de stemmen. Deze stromingen vormen straks het nieuwe partijparlement, dat moet instemmen met plannen van de partijleider.

Normaal gesproken sluiten de aanvoerders van de stromingen vervolgens een compromis over een gemeenschappelijk programma en wijzen dan onderling een leider aan voor deze coalitiemeerderheid. Maar dat mislukte dus afgelopen weekeinde. Volgens Ferrand kan het zo niet verder. „De partij moet kiezen”, zegt hij. „Of helderder procedures via de afdelingen, of een presidentialisering van de partij.” In dat laatste geval wordt het interne partijparlement minder machtig en de leider sterker.

Misschien beslissen de PS-leden daar vandaag al over – via hun stembiljet. Aubry legde in haar toespraken op het congres de schuld voor de patstelling bij Royal. „Degene met de meeste stemmen hoort het voortouw voor overleg te nemen”, hield ze de vierduizend juichende aanhangers voor. Met andere woorden: zij wil de ingewikkelde procedures en de macht van het partijparlement handhaven. Net als Hamon.

Royal is juist voor de presidentialisering van de PS. Zij wil dat de partij voor de presidentsverkiezingen gaat samenwerken met centrumpartij Modem. Dit besluit wil ze niet aan het partijkader voorleggen, maar aan de leden via een referendum. En dat er geen compromis over het leiderschap „in de achterkamers” werd gesloten, vond ze eigenlijk ook niet erg. „Het laatste woord is nu aan de leden zelf”, zei ze – terwijl ze weer door het partijkader werd uitgefloten.