Italië is (nog) niet in levensgevaar

Naarmate het geluid van het knappen van zeepbellen in andere economieën steeds naarder gaat klinken, begint de ‘vlakke’ economie van Italië – zoals de Italiaanse minister van Economische Zaken Tremonti het deze week uitdrukte – er minder beroerd uit te zien. De sterke punten van Italië – een industriële sector die nog immer meetelt, een redelijke handelspositie, relatief lage consumentenschulden en een grotendeels conservatieve bankensector – komen nu meer op de voorgrond te staan. Maar een zware recessie kan ook voor Italië een beproeving zijn. De druk van het deel uitmaken van de eurozone, waardoor de munt niet gedevalueerd kan worden, kon dan wel eens te groot blijken.

Dat risico wordt weerspiegeld in de premie van zo’n 120 basispunten, die geldt voor Italiaanse ‘credit default swaps’ (een soort kredietverzekeringen) – twee maal het niveau van Engeland, maar lager dan dat van Ierland of Griekenland, en slechts een fractie van de premie van 900 basispunten of meer die momenteel van kracht is voor Russische schulden.

Het probleem waar Italië mee worstelt, schuilt in het meemaken van de eerste recessie van de eurozone. Het verschil met andere eurolanden is dat Italië zich op bekend terrein bevindt. Terwijl zich in Spanje en Ierland grote zeepbellen ontwikkelden op de huizenmarkt en de Duitse economie werd voortgedreven door de export, produceerde Italië de afgelopen vier jaar slechts een jaarlijkse groei van gemiddeld 1,1 procent.

De aanhoudend lage groeicijfers weerspiegelen het onvermogen van zwakke regeringen om de overheidsbureaucratie te laten afslanken. De staatsschuld is hoger dan het bruto binnenlands product (bbp). Silvio Berlusconi, de premier, zegt dat daar ondanks de groeivertraging in de wereld verandering in zal komen. Het doel van de regering is de begroting in evenwicht te brengen en de staatsschuld vóór 2011 onder het niveau van het bbp te krijgen. Deze doelstellingen zullen echter moeilijk te verwezenlijken zijn.

De jongste stap van de regering bestaat immers uit het zich behoedzaam aansluiten bij de trend om de economie te stimuleren. Italië bereidt een plan voor met een waarde van 80 miljard euro. Een groot deel van dat geld is afkomstig uit fondsen van de Europese Unie. Tremonti weet dat Italië zich eigenlijk geen stimuleringsplan kan veroorloven. Het land moet juist bezuinigen.

Hoewel de premies die voor Italiaanse schulden gelden behoorlijk hoog zijn, is de sleutelfactor waarschijnlijk de werkgelegenheid. Ondanks alle problemen van het land is de werkloosheid in Italië met 6,8 procent lager dan die in Frankrijk, Duitsland en Spanje. Italië is nog steeds aan het werk. Maar als de werkloosheid stijgt, zal het overheidstekort toenemen en zullen het lidmaatschap van de eurozone en de schuldenlast van het land ter discussie komen te staan.

Ian Campbell

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.