Islamitische school ziet slimme moslims weggaan

Het gaat slecht met het islamitisch onderwijs. Vandaag debatteert de Tweede Kamer erover. Hoe komt het? „Geen andere zuil heeft zo’n homogeen kansarme achterban.”

Het ministerie van Onderwijs grijpt in.

Nog dit jaar gaat er een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer om krachtdadiger te kunnen optreden tegen zwakke scholen.

Dit wetsvoorstel lijkt speciaal geschreven voor islamitische scholen. Vorige week bleek uit een rapport van de Inspectie van het Onderwijs dat 86 procent van de 43 islamitische scholen in Nederland fraudeert met overheidsgeld. Bovendien is bijna de helft volgens de Inspectie ‘zwak’ of ‘zeer zwak’. Het ministerie gaat nu geld terugvorderen en de scholen onder verscherpt toezicht plaatsen. Vandaag debatteert de Kamer erover.

Hoe komt het dat zoveel islamitische scholen het slecht doen? Het ziekteverzuim en personeelsverloop is er stelselmatig hoger. Er is ook extra gecontroleerd op godsdienstlessen, nadat er aanwijzingen waren gekomen van fundamentalistische invloeden. Verder waren er tal van incidenten van fraude, bestuurlijke misstanden en zwak onderwijs.

Het komt doordat marktwerking in het Nederlandse onderwijs slecht uitpakt voor de onderkant van de samenleving, zegt onderwijssocioloog Paul Jungbluth van de Universiteit van Maastricht. Kinderen uit de beste milieus komen op de beste scholen, net als de beste leerkrachten. Voor ‘de onderkant’ resten de scholen met een slechte naam, die ook nog eens de moeilijkste kinderen krijgen.

Slechte islamitische scholen komen niet makkelijk uit de put, zegt Jungbluth. De ouders van de kinderen die erop zitten zijn amper kritisch over de schoolbesturen, ze zijn laagopgeleid. Ze kiezen de school om godsdienstige overwegingen, niet om de kwaliteit. „Geen enkele andere zuil heeft zo’n homogeen kansarme achterban”, zegt Jungbluth. De islamitische klasse die het maatschappelijk beter krijgt, vlucht naar witte scholen, in plaats van de islamitische beter te maken.

Ook bestuurders zijn op de islamitische scholen vaak laagopgeleid, zegt onderwijskundige Edu Dumasy. Hij was manager op verschillende islamitische scholen en is nu docent transculturele pedagogiek aan Hogeschool Windesheim. Hij schreef het boek Kwaliteitsdilemma’s van islamitische scholen. „Ik trof ooit een islamitisch bestuur dat bestond uit een loodgieter, een trambestuurder en een eigenaar van een shoarmatent.”

Er zijn ook goede islamitische scholen. Zoals As-Soeffah in de Bijlmer, zegt Dumasy. „Daar zit een liberaal bestuur, met veel Surinamers. Het probleem zit hem in de orthodoxe schoolbesturen, met veel traditionele Marokkanen.”

Dergelijke besturen leiden een school veelal als een moskee, zegt Dumasy. „Heel hiërarchisch. Ze vinden persoonlijk gewin en het verplicht dragen van hoofddoekjes belangrijker dan de onderwijskwaliteit, maar daardoor haken Nederlandse leerkrachten af.” In zijn tijd als directeur op de Amsterdamse school Abraham El Khaliel – die nu gesloten is – mocht Dumasy niet fluiten op de gang, of vrouwen een hand geven.

Onderwijskundige Zeki Arslan van multicultureel instituut Forum zegt dat de problemen die in het hele onderwijs spelen de islamitische scholen extra hard treffen. Goede bestuurders en leerkrachten vasthouden bijvoorbeeld, in tijden van een tekort.

Islamitische schoolbesturen vinden daarbij onvoldoende hulp of willen of durven daar niet om te vragen. „Maar ook gemeenten hebben hun verantwoordelijkheid”, zegt Arslan. „‘Normale’ scholen zouden islamitische meer moeten helpen.” Dat laatste wil ook het ministerie.

Yassin Hartog, voormalig vicevoorzitter en oud-directeur van de Islamitische Scholen Besturen Organisatie (ISBO), zegt dat islamitische scholen het niet eens zo slecht doen als ze vergeleken worden met zwarte scholen. Natuurlijk moet er „keihard” worden opgetreden tegen bestuurders die in de kas graaien, vindt Hartog. Hij is thans voorzitter van het islamitische schoolbestuur SIPOR. Maar niet alle misstanden op islamitische scholen zijn kwade wil, denkt hij.

Neem de Amsterdamse basisschool As Siddieq, met meer dan 1.000 leerlingen. Die school had het leerlingenvervoer ondergebracht in het reguliere budget. Het ministerie gaf toestemming, maar trok die later weer in. „Toen hebben we het alsnog geregeld. Deze kwestie is al lang opgelost”, zegt een woordvoerder van de school. De landelijke islamitische scholenkoepel ISBO zegt dat wel meer zaken uit het rapport van de Inspectie achterhaald zijn. Het rapport bevat „insinuaties”.

Onderwijssocioloog Jungbluth hoopt dat de Kamer vandaag niet alleen over repressie zal praten, maar ook over hulp aan schoolbesturen. Dat is overigens wel geprobeerd, zegt hij, maar het is mislukt. „Eigenlijk zou je de elites uit de herkomstlanden moeten invliegen om hén het islamitisch onderwijs beter te laten maken.”

Onderwijskundige Dumasy wijst de Kamer erop dat het leerlingenaantal op orthodoxe islamitische scholen stijgt. Hij vindt daarom dat er moet worden geëist dat bestuurders minimaal hbo-niveau hebben. Dat vindt ook een meerderheid in de Kamer. Maar het kan niet, zei staatssecretaris Dijksma (Onderwijs, PvdA) vorige week. Scholen zijn vrij hun eigen bestuurders te kiezen. Ze zouden zelf bekwaamheidseisen moeten stellen aan bestuursleden, vindt zij.

Je moet besturen dwingen samen te werken met Nederlandse scholen en onderwijskundigen, zegt Dumasy. Schoolbestuurder Hartog roept jonge islamitische hoogopgeleiden op zich te melden voor een functie in een schoolbestuur. Maar de islamitische scholen moeten zelf ook aan de slag, zegt hij. „Je kan natuurlijk niet blíjven verwijzen naar groeistuipen en naïviteit.”