'Ik was altijd van plan om misdaden op te lossen'

Catherine O’Flynn schreef ‘What was lost’, een grappige en ontroerende mengeling van detective, spookverhaal en menselijk drama. Vanavond staat ze op Crossing Border.

Ze was postbode en werkte in een winkelcentrum tot ze vorig jaar debuteerde met de roman What was lost: een verrassende mengeling van detective, spookverhaal en mooi menselijk drama – met een volwassen plot, en een tienjarig meisje in de hoofdrol. Veertien uitgeverijen stuurden Catherine O’Flynn (Birmingham, 1970) haar manuscript terug – leuk, maar niet goed in de markt te zetten; welk genre was het nu precies? En voor welke doelgroep? Nadat het bij de kleine uitgeverij Tindall Street Press verscheen, werd het prompt bekroond met diverse debutantenprijzen én verscheen het op de longlist van genomineerden voor de Man Booker Prize.

In de ambiguïteit doet het boek denken aan Mark Haddons The curious incident of the dog in the night-time en David Mitchells Cloudatlas. Een mooi compliment, vindt O’Flynn. Maar: „Genres en doelgroepen zijn natuurlijk gewoon een marketinguitvinding van uitgeverijen. Ik was daar tijdens het schrijven niet mee bezig. Ik had een serieus verhaal dat moest worden verteld, gesitueerd in een warenhuis, en vanuit het perspectief van een kind, want zo was ik op het idee gekomen.”

What was lost speelt zich af in en rond het winkelcentrum Green Oaks. Eerst in 1984, als het tienjarige weesmeisje Kate Meaney er voor detective speelt, en vervolgens twintig jaar later, wanneer twee medewerkers van het winkelcentrum aanwijzingen over haar nooit opgeloste verdwijning op het spoor komen. O’Flynn: „Toen ik in het winkelcentrum werkte, vond ik het een spookachtige plek. Er is een enorm contrast tussen de wereld van het personeel en het publiek, en tussen overdag – wanneer het de luidruchtigste, drukste plek denkbaar is, en ’s nachts, als het is uitgestorven en de beveiligingscamera’s lege gangen registreren. Ik ben mijn ervaringen daar toen op gaan schrijven.”

Het idee voor een roman ontstond toen ze van een beveiligingsmedewerker een spookverhaal hoorde: er was ’s nachts wel eens een kind op een van de monitors gezien, maar nooit in het gebouw teruggevonden. „Het beeld van een kind, dolend in dat gebouw, greep me erg aan. Ik denk omdat iedereen er op een bepaalde manier een beetje verloren leek; het personeel in hun frustrerende banen met hun gefnuikte ambities, en de bezoekers in hun doelloze, consumptiegerichte vermaak.”

What was lost heeft een beladen thema: de verdwijning van een kind. Maar juist dankzij de levendige, geloofwaardige vertelstem van het meisje is het tegelijk een buitengewoon komisch boek. O’Flynn: „Ik houd van literatuur waarin humor en tragedie samengaan. Neem schrijvers als Kurt Vonnegut of David Foster Wallace; die zijn ontzettend geestig en tegelijk enorm zwartgallig. Dat is ook zoals ik het leven zie: grappig en tragisch tegelijk.”

Heeft de schrijfster veel uit haar eigen ervaringen als kind geput? „Absoluut. En ik vond het gek genoeg ook heel gemakkelijk om herinneringen uit de tijd dat ik tien was op te halen. Ik speelde zelf ook altijd detective; was vast van plan misdaden op te lossen. Toen het begon te dagen dat dat er misschien niet inzat verschoof mijn belangstelling naar oude misdaadfilms en detectives.” O’Flynn heeft Kates imaginaire detectivebureau Falcon Investigations genoemd, naar misdaadklassieker The Maltese Falcon. „Dat was mijn favoriete film toen ik dertien was. Ik was compleet geobsedeerd door Humphrey Bogart. De geestigheid en de enorme narratieve kracht van Dashiell Hammett, maar bijvoorbeeld ook James Ellroy, waren een groot voorbeeld.”

Het personage Kate is veelzijdiger en overtuigender dan de volwassen personages. Bewust, vertelt O’Flynn. „Ik heb sociologie en antropologie gestudeerd. Toen ik in het winkelcentrum ging werken, probeerde ik die omgeving afstandelijk te observeren, als was het een andere beschaving. Omdat ik er werkte en dus deels buitenstaander was, lukte dat ook in zekere mate.” Ertegenover moest een levendige, geloofwaardige hoofdpersoon komen te staan. „In de media worden, zeker bij zoiets als een verdwijning, kinderen vaak eendimensionaal afgeschilderd: ze zijn enkel slachtoffer. Ik wilde Kate meer kleur geven, realistischer maken. Haar levenslust moest contrasteren met de volwassenen in het boek, die hun illusies en dromen zijn kwijtgeraakt. Want mijn boek gaat ook over dat verlies, en over de mogelijkheid er iets van terug te vinden.”

De enige volwassene in het boek die zijn authenticiteit behoudt, is de 22-jarige verkoper Adrian. Hij onderhoudt een ontwapenende vriendschap met Kate. Na haar verdwijning komt hem dat duur te staan. O’Flynn: „Dat heb ik bedoeld als aanklacht, ja. Zijn onschuld wordt hem afgenomen, als gevolg van het hysterische klimaat dat vooral in Groot-Brittannië bij verdwijningen van kinderen is ontstaan. De aandacht van de tabloids hiervoor is buitenproportioneel, en zij maken elke omgang tussen volwassenen en kinderen bij voorbaat verdacht. Dat vind ik een zorgelijke ontwikkeling.”

Op Crossing Border zal O’Flynn vanavond voorlezen uit What was lost en uit nieuwe, korte verhalen. Ze werkt ook aan een nieuwe roman. Veel wil ze daar nog niet over zeggen, behalve dit: „Het zal weer sterk door een plaats geïnspireerd zijn. Kennelijk is dat mijn stijl, als schrijver.”

What was lost (Wat verloren is) verschijnt bij Uitgeverij Artemis.