Gemiste kans voor autobazen Detroit

De bazen van Chrysler, Ford en General Motors (GM) beweren platzak te zijn. Toch lijken ze nog genoeg geld achter de hand te hebben om te kunnen lobbyen voor een reddingsoperatie van 25 miljard dollar (20 miljard euro) op kosten van de belastingbetaler. Het GM van topman Rick Wagoner heeft paginagrote advertenties geplaatst in alle nationale dagbladen van de VS. En alle drie de topmanagers zijn met hun privéjet naar Washington gevlogen om daar om geld te vragen. Een dergelijke verkwisting draagt de verkeerde boodschap uit en ondermijnt hun kwalificaties om aan het roer te blijven staan van de geplaagde autobedrijven.

Het kan zijn dat de manier waarop topfunctionarissen dienen te reizen door het bedrijf in regels is vastgelegd, zoals bij Ford. Maar als er ooit een tijd is om het niet zo nauw te nemen met deze regels is het wel als de baas zich in alle bochten moet wringen om te pleiten voor steun uit de schatkist.

Wagoner en zijn collega’s – Alan Mulally van Ford en Bob Nardelli van Chrysler – hadden de gelegenheid ook kunnen aangrijpen om de rit van Detroit naar Washington gezamenlijk te ondernemen in een van hun zuinige nieuwe modellen, bij wijze van reclamestunt. Volgens Google Maps zou deze trip negen uur hebben gekost – meer dan genoeg tijd om onderling een goede strategie uit te werken.

Misschien hadden ze niet zoveel tijd voor een autoreis, maar er is maar weinig vertraging voor nodig en een vlucht duurt even lang. Toch hadden ze op z’n minst kunnen overwegen dan in ieder geval samen in één toestel te vliegen en de kosten daarvan te delen. Dat zou iedere autoproducent wellicht zo’n 14.000 dollar gescheeld hebben. Dat is zeker een schijntje als je om 25 miljard dollar vraagt, maar er zou in ieder geval uit blijken dat er geen duur geld meer wordt verkwist aan vermijdbare uitgaven.

Antony Currie