Geloofwaardigheid vergt militaire actie

Ook militair werken de EU-landen steeds meer samen. Maar wel op de Europese, dus ingewikkelde, manier. De komst van Obama maakt het nóg ingewikkelder.

Militairen onder EU-vlag naar Congo? „Niets is onmogelijk”, zegt generaal Henri Bentégeat.Maar of het ook realistisch is? Niet dus. „Veel landen vinden het beter de al in Congo aanwezige troepenmacht van de Verenigde Naties te reorganiseren. Bovendien kent Europa traditioneel een aantal landen dat er niets voor voelt om in Afrika militair op te treden.” En hij weet: er hoeft maar één van de 27 lidstaten tegen te zijn en het gaat niet door.

Henri Bentégeat (62), tot eind 2006 als chef defensiestaf de hoogste man van het Franse leger, is tegenwoordig voorzitter van het militair comité van de Europese Unie, de uitvoerende tak voor EU-defensiezaken.

Zo gemakkelijk als Bentégeat het in Parijs had, zo moeilijk heeft hij het in Brussel als het aankomt op het nemen van besluiten. „In Parijs moest ik twee mensen overtuigen: de president en de minister van Defensie. Nu moet ik dat bij 27 personen zien te doen. Dus dat is veel ingewikkelder.”

Haast onmogelijk?

„Nee. Want gelukkig bestaat er bij elk dossier wel een brede overeenstemming tussen zo’n 15 à 20 lidstaten, zodat ik er uiteindelijk nog maar zeven of acht voor mij moet zien te winnen. Zo gaat het nu eenmaal. Het vertraagt het besluitvormingsproces. Met een ad-hoccoalitie met één aanvoerder zou het veel eenvoudiger zijn dan een organisatie als de Europese Unie waar elke lidstaat eenzelfde stem heeft. Het is complexer.’’

Daar komt bij dat Bentégeat ook nog eens een generaal zonder manschappen is. Hij beaamt het ruiterlijk. „We hebben geen EU-leger. Net zoals we geen NAVO- of een VN-leger hebben. We zijn een gemeenschap van soevereine staten. Zeker als het defensiezaken betreft is soevereiniteit een belangrijk uitgangspunt.”

Bentégeat geeft leiding aan een, zoals hij het zelf noemt, „permanent niet-leger”. Sinds Frankrijk en Groot-Brittannië hierover tien jaar geleden in het Franse Saint Malo een doorbraak bereikten, probeert de EU serieus werk te maken van een gemeenschappelijke defensie- en veiligheidspolitiek. Geen Europees leger. Dat is taboe. Maar wel meer coördinatie en inzet van de legerkorpsen van de 27 lidstaten van de Unie.

Ook geen concurrent van de NAVO, maar een aanvulling. Probleemloos gaat het niet. Er is volgens Bentégeat sprake van „grote politieke blokkades”. Die worden vooral veroorzaakt door het geschil tussen Turkije en Cyprus. De één lid van de NAVO, de ander lid van de EU. Turkije wil niet aan één tafel zitten met Cyprus. „Vreselijk”, zegt Bentégeat. „We kunnen niet eens vertrouwelijke informatie uitwisselen.”

De taakverdeling tussen NAVO en EU is in zijn ogen duidelijk: als de dreiging serieus is en de risico’s groot zijn, dan is de NAVO de enige gekwalificeerde organisatie. Maar als een crisis een alomvattende aanpak vergt met veel civiele inbreng, moet de EU meer kunnen doen. Bentégeat: „Het is een manier om een rol te spelen op het internationale toneel.’’

De EU wil niet alleen buitenlandse politiek bedrijven met verklaringen?

„Precies. We houden in de EU heel erg van communiqués en er zijn heel goede bij, maar de geloofwaardigheid van de Unie vereist soms ook actie. Dat hebben we onlangs in Georgië laten zien. Dat was een missie van civiele waarnemers, maar ik kan u verzekeren dat onze kleine militaire eenheid hier in Brussel er nauw bij was betrokken om uitzending in minder dan twee weken mogelijk te maken.”

Maar de speciaal voor crisissituaties bestemde ‘battlegroups’ bleven in de kazernes.

„Dat had met de Russen te maken. Ik weet zeker dat als zij ermee hadden ingestemd, de Europese Unie battlegroups zou hebben gestuurd. Het belang was er, want het conflict speelde zich in de onmiddellijke nabijheid van de EU af.”

Wat verwacht u van de nieuwe Amerikaanse president Barack Obama?

„Ik moet voorzichtig zijn, want dit is politiek. Belangrijk voor Europa is dat Obama steeds heeft gezegd nauwere betrekkingen met de bondgenoten te willen. Meer dialoog betekent gemakkelijker discussies. Maar het zal ook veel moeilijker zijn voor EU-landen om ‘nee’ tegen de Amerikaanse president te zeggen. Vooral omdat hij een ongelooflijke steun heeft in Europa zoals blijkt uit diverse opiniepeilingen. Dus als hij aankomt met verzoeken voor meer militaire bijdragen voor Afghanistan zal dat een zeer zware test zijn voor alle Europese landen. En laten we duidelijk zijn. Afghanistan is vandaag de dag niet alleen een NAVO probleem, maar een probleem voor alle EU-landen. We moeten echt een manier vinden om tot een oplossing te komen.”

Er zijn mensen die zeggen dat de verkiezing van Obama de Europeanen duur kan komen te staan. Bent u het met hen eens?

„Geheel. Voor sommige landen zal het moeilijk worden.”