Een nieuw stukje luchtpijp

Een dertigjarige Colombiaanse vrouw heeft een succesvolle transplantatie van een deel van haar luchtpijp ondergaan. Zij leeft inmiddels vier maanden met een stuk van zeven centimeter donorluchtpijp en is flink opgeknapt. Door ademnood kon ze eigenlijk geen stap meer zetten, maar nu loopt ze weer achter elkaar twee trappen op. Ze slikt geen afweeronderdrukkende medicijnen.

Dat kon allemaal door een stuk luchtpijp van een overleden donor in het laboratorium te ontdoen van lichaamscellen van de donor. Toen alleen het kraakbeen van de luchtpijp over was, zijn kraakbeencellen van de ontvangster op het transplantaat geënt. Die groeiden. Daarna zijn er nog epitheelcellen opgebracht die de binnenbekleding van de luchtpijp vormen. Spaanse, Italiaanse en Britse onderzoekers beschreven de transplantatie in een gisteren online gezet artikel van het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet.

De vrouw had de transplantatie nodig na een ernstige tbc-infectie. Die had haar longfunctie aangetast, maar ook een vernauwing in de luchtpijp naar haar linkerlong veroorzaakt. Een operatie waarbij al een stuk luchtpijp was weggehaald had niet geholpen. Daardoor werd ze kandidaat voor de ingreep die alleen nog op muizen en varkens was geprobeerd.

Luchtpijptransplantatie is voor het eerst in 1979 geprobeerd, maar alle pogingen mislukten door afweerreacties. Erg veel behoefte aan de nieuwe techniek zal er niet zijn, schrijft een Japanse commentator in The Lancet, meestal is een luchtpijpprobleem te verhelpen door de luchtpijp operatief in te korten. Dat kan tot zes centimeter.