Een neutraal en marginaal land

Begin 20ste eeuw: groot- machten strijden, Den Haag vecht voor de wereldvrede. Beschouwing bij de tv-serie Verleden van Nederland.

Het silhouet van het Vredespaleis is nog altijd intrigerend: is dit een kerk, of een middeleeuws belfort? Het is niet meer dan een vage schaduw van de Vredestempel die Den Haag tot hoofdstad van de Verenigde Staten van de Wereld had moeten maken. Het was een utopie die omstreeks 1900 voortkwam uit groeiende onrust over nieuwe grootmachten die hun welvaart steeds meer omsmolten tot wapentuig. Een grote oorlog leek niet te vermijden.

De jonge staat Duitsland gaf drie keer meer aan het leger uit dan aan onderwijs, Rusland zelf tien keer zoveel. Toch ontstond juist in kringen rondom tsaar Nicolaas II het eerste serieuze initiatief om grootmachten in een conferentie spelregels te laten opstellen voor het beslechten van conflicten via arbitrage in plaats van oorlog.

In 1899 vond de eerste conferentie plaats op Huis ten Bosch, in 1907 volgde een tweede, ook in Den Haag. De conferenties waren een succes. Er werd een permanent Hof van Arbitrage opgericht dat ging bemiddelen bij conflicten tussen staten. Het was meer dan waarop de buitenwereld had durven hopen. Veel deelnemers die in Den Haag voor het eerst en wantrouwend met elkaar kennismaakten, gingen als vrienden uiteen.

De keuze voor Den Haag als conferentieoord en vestigingsplaats voor het Hof van Arbitrage was geen erkenning van de hoge internationale status van Nederland, integendeel. Juist omdat Nederland nauwelijks een rol speelde op het wereldtoneel was het land geschikt als ‘neutrale’ gastheer.

Natuurlijk had Nederland ook een mooie geschiedenis in het denken over oorlog en vrede. Bekend en onontkoombaar is Erasmus’ uitspraak dat ‘de oorlog alleen aantrekkelijk is voor degene die hem niet heeft meegemaakt’. En dan was er de erfenis van Hugo de Groot, die met zijn Over het recht van oorlog en vrede het denken over krijgsgeweld naar een hoger juridisch niveau had gebracht. Den Haag deed zijn voordeel met deze Hollandse vredesapostelen van internationale allure. Het conferentiegezelschap van 1899 hield zelfs een herdenkingsplechtigheid bij het graf van De Groot in Delft.

Maar de echte impulsen voor Den Haag als centrum voor de wereldvrede kwamen uit het buitenland. De Amerikaanse miljonair Andrew Carnegie stelde een groot bedrag ter beschikking voor een gebouw dat het internationale rechtsgevoel moest dienen. Een bibliotheek met alle belangrijke bronnen en studies over internationaal recht was daarvoor onmisbaar. Carnegie, opgegroeid in een straatarm gezin en rijk geworden in de staalindustrie, zag als autodidact het grote belang van boeken. Hij stichtte in zijn leven bijna drieduizend bibliotheken.

Carnegie’s miljoenen wakkerden intussen het vredesvuur bij de Nederlandse plannenmakers tot ongekende hoogte aan: een groot deel van de stad zou worden verbouwd tot een ‘wereldvredescentrum’, waarvoor gerenommeerde architecten als De Bazel en Berlage ontwerpen leverden. De nuchtere Carnegie maakte aan deze bellenblazerij een einde door aan te dringen op een strak, multifunctioneel gebouw. Uit een prijsvraag in 1905 kwam vervolgens een nogal braaf ontwerp van de uit Rijsel afkomstige architect Cordonnier. Hij versloeg daarmee tweehonderd collega’s uit de hele wereld. Er werd veel over gemonkeld.

Het publieke gekrakeel over het nieuw te bouwen vredespaleis begon de oorspronkelijke pacifistische gedachte aardig te overstemmen. Toch werd het gebouw in de zomer van 1913 feestelijk ge-opend. Er werd een derde Haagse vredesconferentie voor 1915 aangekondigd. In de tussentijd brak in Europa de Grote Oorlog uit, die aan alle vredesutopieën voorlopig een einde maakte. Nederland bleef buiten deze Eerste Wereldoorlog. Alsof het Vredespaleis immuniteit verschafte.

René van Stipriaan

A.s. zondag, Ned.2, 20.15 uur: Verleden van Nederland, deel 7, over de periode 1918-1949.A.s. zaterdag, Ned.2, 15.00 uur: deel 4, over de Gouden Eeuw.