Een film over RAF is nu een actiefilm

RAF is al vaak verfilmd.

Maar de manier waarop is de afgelopen jaren veranderd.

Andreas Baader zou er vermoedelijk geen moeite mee hebben gehad, dat zijn terroristische acties als leider van RAF nu zijn vereeuwigd in een film, die het midden houdt tussen een docudrama en een pief-paf-poef-actiefilm.

Baader hield van film. Hij identificeerde zich met de ijskoude huurmoordenaar die Alain Delon speelt in de klassieker Le Samourai (1967). Hij herkende zich zelfs nog meer in het baanbrekende, gewelddadige Bonnie and Clyde (1968) van Arthur Penn, de film die de rebelse geest van de jaren zestig naar Hollywood bracht.

Dat de RAF in Der Baader Meinhof Komplex grotendeels is gereduceerd tot figuren in een spetterende actiefilm, is ironisch. De grote betrokkenheid van Duitse filmmakers bij het onderwerp RAF kwam in het verleden vaak voort uit precies de tegenovergestelde impuls: de behoefte om tegenover het eenzijdige beeld van de populaire media een eigen, genuanceerder ‘tegenbeeld’ te stellen.

Door het ontbreken van enige context blijft in Der Baader Meinhof Komplex volkomen onduidelijk hoe dit groepje ongeorganiseerde ruziemakers kennelijk toch in staat was de Duitse staat zo uit zijn evenwicht te brengen. Het resultaat is een geschiedenis in dikgedrukte krantekoppen. De film is opgebouwd als een kroniek, zonder eigen duiding of visie. De producent, Bernd Eichinger, ging eerder enigszins vergelijkbaar manier te werk met zijn film over Hitlers laatste weken, Der Untergang.

Filmmakers pakten dat heel anders aan in de tijd dat de RAF nog zelf actief was. Dat blijkt onder meer uit Deutschland im Herbst, die onmiddellijk na de zelfmoord van de gevangen genomen RAF-terroristen in 1977 is gedraaid door een collectief van toonaangevende Duitse regisseurs, onder wie Volker Schlöndorff, Edgar Reitz en Rainer Werner Fassbinder.

Fassbinder was het snelst klaar met zijn ontregelende bijdrage en maakt nog steeds de meeste indruk. We zien hem terwijl hij naakt door zijn huis banjert, telefoneert, ruziet met een vriend, pontificaal in beeld zijn geslacht krabt, drinkt en drugs gebruikt. Zo toont hij zijn radeloosheid en machteloosheid tijdens de ‘Duitse herfst’. Hij filmde ook de hevige discussies die hij voerde met zijn moeder. Hij valt haar stevig aan, omdat ze terugverlangt naar een sterke man die het land uit de chaos kan leiden.

Waar in Der Baader Meinhof Komplex de pistoolknallen elkaar snel opvolgen, valt in eerdere films over RAF alleen bij hoge uitzondering een schot. Die eerdere films laten beter zien dat de ideeën van de RAF breed leefden. Messer im Kopf (1978) van Reinhard Hauff, geïnspireerd op de aanslag op studentenleider Rudi Dutschke en Die verlorene Ehre der Katharina Blum (1975) van Volker Schlöndorf bevatten felle kritiek op de invloed van de populaire media en de stigmatiserende berichtgeving over de activisten van de protestgeneratie. Die kritiek was onderdeel van de ‘tegen-openbaarheid’ die de cinema destijds wilde zijn. Een grotere afstand tot een simplistische en rechtlijnige film als Der Baader Meinhof Komplex is nauwelijks denkbaar.

Baader zou misschien tevreden zijn geweest met deze film. Maar hij was dan ook, zoals Sartre constateerde nadat hij Baader in de cel had bezocht, „onvoorstelbaar dom”.