De Turkse kredietlijn is ineens ingetrokken

Er zijn altijd ondernemers die willen uitbreiden, crisis of niet. Bedrijven die willen uitbreiden naar het buitenland kunnen nog wel aan geld komen, maar het is moeilijker geworden.

Alsof de mondiale financiële sector niet geteisterd wordt door een crisis, zo staan 100 ondernemers, overwegend mannen in donkere pakken, beleefd te netwerken in een zaal in een verder uitgestorven Ahoy’. Handen worden geschud en visitekaartjes uitgewisseld.

Er was geen gebrek aan belangstelling voor de international business contact day van ING, een praatsessie voor ondernemers die met hun bedrijf naar het buitenland willen. De crisis zal Azië en Centraal- en Oost-Europa wel raken, maar de groeipercentages blijven hoger dan in de eurozone. En dat perspectief is aanlokkelijk.

Rudolf Vendrig, directeur van Vendrig-IJsselstein, loopt met een glimmende informatiebrochure over Roemenië. Vendrig is directeur van een bedrijfskledingwasserij voor onder meer werkoveralls en ziekenhuislakens. Het familiebedrijf zet jaarlijks 9,5 miljoen euro om en er werken 100 mensen. Maar verder groeien in Nederland is moeilijk. „Dat kan eigenlijk alleen via klantjepik. Ook in Polen is het moeilijk. Daar zijn al veel professionele wasserijen actief.”

Roemenië moet het worden. Roemeense ziekenhuizen en de voedingsindustrie moeten aan strengere hygiëneregels voldoen nu het land lid is van de Europese Unie. Twee weken geleden heeft Vendrig een reis door het land gemaakt. „In Nederland wordt per ziekenhuisbed 4 kilo beddengoed gewassen, in Roemenië is dat 0,5 kilo”, zegt de directeur. „Een patiënt ligt dus onder de dekens van een voorganger.” Maar dat gaat dus veranderen. En Vendrig denkt daar, samen met een partnerbedrijf in Roemenië, geld aan te kunnen verdienen, crisis of niet.

„Die crisis gaat wel weer over”, zegt hij met bravoure. Ook over een krediet van de bank voor de uitbreiding naar het buitenland maakt Vendrig zich niet echt zorgen. Zijn contactpersoon bij ING, Gerard de Rooy, springt in. „Voor goede bedrijven is er een goede kans om aan geld te komen”, stelt De Rooy. „Het helpt dat Vendrig naar Roemenië wil. Daar is ING aanwezig. De bank kan dan goed inschatten wat de mogelijke risico’s zijn.”

Niet iedereen is even positief over de bereidheid van banken om kredieten te verstrekken. Michel Verholen is directeur treasury van Greif, een producent van stalen vaten en andere industriële verpakkingen. Vorig jaar had het bedrijf met een beursnotering in New York 114,3 miljoen euro winst op een omzet van 2,4 miljard euro. Bij Greif werken 10.300 mensen in meer dan veertig landen.

Verholen heeft de laatste maanden ondervonden hoe het opdrogen van de interbancaire geldmarkten de reële economie raakt. Banken verstrekken twee soorten kredietlijnen, zegt Verholen, gecommitteerde en niet-gecommitteerde. Bij een gecommitteerde kredietlijn garandeert de bank dat het bedrijf het krediet tot zijn beschikking heeft. Bij een niet-gecommitteerd krediet heeft de bank slechts de verplichting zich ervoor in te spannen.

„Toen vorige maand bij banken de liquiditeit terugliep, trokken ze de niet-gecommitteerde kredieten in”, zegt Verholen. „Zo werd onze kredietlijn bij Fortis in Turkije plotseling ingetrokken. Wij moesten toen heel snel een kredietlijn die wij ergens anders hadden lopen via het moederbedrijf overhevelen naar onze Turkse afdeling. Dat is niet altijd gemakkelijk.”

Door het onverwachts wegvallen van kredieten worden ondernemers voorzichtiger, denkt Verholen. „Een bedrijf zal wel twee keer nadenken over een exotische expansie”, zegt de kasgeldbeheerder. „Vroeger spraken banken van client risk, het risico dat een bank loopt op een cliënt. Nu spreken ondernemers van bankenrisico.”

Het wereldwijde gebrek aan krediet treft een conglomeraat als Greif ook indirect. Vooral kleinere klanten stellen betalingen langer uit. „Ze gebruiken ons dan in feite als bank”, zegt Verholen. De klant koopt op krediet dat het niet van de bank, maar van de leverancier krijgt. „En deels moet je dat accepteren”, zegt hij, „anders daalt je afzetvolume.”

In de zoektocht naar krediet is de reputatie van een bank voor Greif momenteel belangrijker dan de kosten van een krediet. „Als een bank ons een te goedkope lening verstrekt, moeten ze dat geld ergens anders duurder inkopen”, zegt Verholen. „Op de langere termijn is dat geen houdbare situatie. Ik geef nu meer om standing.”

Het effect van het gebrek aan liquiditeit, zegt Verholen, is dat uitbreidingen worden uitgesteld, reisbudgetten worden gekort en alleen de projecten doorgaan waar vrijwel onmiddellijk winst te behalen valt. „Het is een tang”, zegt Verholen. Banken krijgen geld als de economie gaat draaien, maar de economie gaat pas draaien als bedrijven investeren en uitbreiden. En daar zijn kredieten voor nodig.

Bij ING zijn ze positiever. Econoom Rühl zegt dat Oost- en Centraal-Europese landen slechts in een dip verkeren. „De regio ondervindt zeker repercussies van de kredietcrisis, maar op de langere termijn zijn de kansen groot”, zegt Rühl. De groei blijft. In landen als China, Roemenië en ook Turkije kan de arbeidsproductiviteit nog flink omhoog. „En de bevolking wordt welvarender waardoor er grote interne afzetmarkten ontstaan. Ondernemers die nu instappen, gaan dat meemaken.”