De stem van voetbalminnend Nederland

Herman Kuiphof liet tv-kijkers meeleven met de grote triomfen van Ajax, Feyenoord en Oranje. „Zijn we er toch weer ingetuind.”

Kort voor Kerst 2005 vertoont hij zich nog één keer in het openbaar. Op een door de voetbalbond KNVB georganiseerd diner, waar ook de toenmalige bondscoach Marco van Basten aanzit, spreekt de gisteren overleden oud-sportcommentator Herman Kuiphof vanuit een rolstoel het journaille toe. Op bestraffende toon krijgen alle aanwezige mediavertegenwoordigers te horen dat zij te veel en te hijgerig achter de traditionele topclubs (PSV, Ajax en Feyenoord) aanlopen, terwijl AZ veel meer aandacht verdient. Organisator en oud-collega Kees Jansma staat met kromme tenen te luisteren.

Het was Kuiphof ten voeten uit. ‘De Oude Eik’, zoals zijn collega’s van Studio Sport hem noemden, zou snel gelijk krijgen.

Herman Philippus Kuiphof had zijn tijd mee. Als tv-commentator van voetbalwedstrijden was hij een vertegenwoordiger van een nieuw, spectaculair medium dat de kijker vanuit de Hollandse huiskamer tussen 1961 en 1978 liet meeleven met de internationale successen van Ajax, Feyenoord en het Nederlands elftal. Zijn stem raakte onlosmakelijk verbonden met de zwartwit beelden van voetbalwedstrijden van toen. Kuiphof is altijd een veelzijdig sportjournalist geweest. Hij versloeg ook tenniswedstrijden en schreef boeken.

Voor NRC Handelsblad schreef Kuiphof van 1981 tot 2001 wekelijks een column. Kuiphof las veel, interesseerde zich voor klassieke muziek, opera, politiek en geschiedenis.

Na veertig jaar de bal te hebben gevolgd, werd hem vaak gevraagd of het een zinvol bestaan was. „Sportjournalistiek… ach het is een vluchtig vak. Met je werk wordt de volgende dag de bokking ingepakt. Als je echt nuttig wilt zijn moet je putten gaan slaan in de Sahel”, zei Kuiphof dan.

Kuiphof werd op 27 oktober 1919 in Franeker geboren als zoon van een Friese vader en een Zuid-Hollandse moeder. Hij had aanvankelijk de ambitie zanger te worden. Op feestjes bij zijn voetbalclub DEVJO in Voorburg zong hij wel eens Dein ist mein ganzes Herz. Nadat een zangpedagoog mistroostig tegen hem zei dat het volk niet zijn op stem zat te wachten, besloot Kuiphof nog voor de Tweede Wereldoorlog een ander vak te zoeken.

Hij wilde journalist worden en schreef tachtig sollicitatiebrieven. Alleen het Christelijk-historische dagblad De Nederlander gaf de jonge Kuiphof een kans als volontair. Hij begon in de functie van stadsverslaggever. In de oorlog werd de krant opgeheven en nam Kuiphof een kantoorbaan aan om de tewerkstelling in Duitsland te voorkomen. Na de bevrijding, in 1945, versloeg hij voor De Nieuwe Nederlander zijn eerste voetbalwedstrijd in De Kuip tussen Britse militairen en een nationaal bondselftal. Een jaar later trok de Haagsche Courant hem aan als chef-sport. Hij versloeg talrijke sporten tot hij in 1961 door de VPRO werd gevraagd om op tv sportprogramma’s te gaan verzorgen. In een van zijn eerste uitzendingen in augustus 1961 moest de 41-jarige Kuiphof een discussie uitlokken tussen voor- en tegenstanders van de ‘autorensport’. Spoedig huurde de Nederlandse Televisie Stichting (NTS, voorloper NOS) Kuiphof in voor het verslaan van voetbalwedstrijden en het programma Sport in Beeld (nu Studio Sport).

Zijn verslagen werden niet door iedereen als even deskundig ervaren. En hij had ook een handicap, want achter de dikke brillenglazen zaten ogen verborgen met -9. Daarover zei Kuiphof in 1984 in Het Vrije Volk: „Ik geef toe dat ik met het onderscheiden van rugnummers wel eens moeite heb gehad, vooral bij kunstlicht en regen.”

Maar zijn prettige stem maakte veel goed. Columnist Jan D. Swart schreef over Kuiphof: „De foutjes van Kuiphof waren net zo charmant als zijn persoonlijkheid; ’n statig man, kleine sigaartjes van superieure kwaliteit en tijdens Europa-Cupreizen steevast twee eitjes bij het ontbijt.”

En Kuiphof zelf over zijn vak: „Je doet het voor de mensen thuis. Die grote club van één of twee miljoen van wie de meerderheid een stimulerend verslag wil horen.” Hij begreep er niets van dat Theo Reitsma, die hij zeker waardeerde, in de WK-finale van 1978 monotoon kan zeggen „Rensenbrink; paal”. Vijf centimeter van een wereldtitel in de heksenketel van Buenos Aires. Herman Kuiphof had graag de finale zelf gedaan, maar sportchef Bob Spaak vond hem ongeschikt wegens zijn slechte ogen.

De lange sportcommentator wordt lang achtervolgd door zijn fonetisch uitspraak van namen als Oeve Tsjiendvall (Ove Kindvall, Feyenoord-spits) en Seuren Leerbu (Ajacied Sören Lerby). Hij krijgt er in de volksmond de bijnaam Tsjuiphof door. „Maar de spelers hadden zelf aangegeven dat het zo moest worden uitgesproken.”

In de finale van het WK in 1974 sprak Kuiphof de memorabele woorden „zijn we er toch nog ingetuind” toen Gerd Müller de West-Duitsers tegen Oranje vlak voor rust op 2-1 bracht. De volgende dag kreeg Kuiphof te maken met de eerste verschijnselen van agressiviteit onder supporters. Toen hij bij het Shell-pompstation over de grens naar huis belde, voor de grap zijn stem met een zakdoek vervormde en naar zichzelf vroeg, antwoordde zijn schoondochter: „Nee, Herman Kuiphof is niet thuis en hij komt ook niet thuis.” Wat bleek? Reeds tijdens de finale, na het uitspreken van de beroemde zin, was zijn familie door iemand telefonisch bedreigd. „Uw man is een vuile moffenvriend. Jullie ruiten gaan eraan en als je man terugkomt zullen we hem weten te vinden”, kreeg Kuiphofs vrouw te horen. De man belde elk half uur terug. In die tijd was Kuiphof in Eindhoven geen graag geziene gast. „Val niet joh, anders heeft Ajax een supporter minder”, kreeg hij een keer te horen als hij de trap naar de commentaarpositie in het PSV-stadion besteeg.

In 1978 versloeg Kuiphof op het WK zijn laatste voetbalwedstrijd: Italië-Brazilië. Op 58-jarige leeftijd besefte Kuiphof dat zijn beste tijd voorbij was. „Van sommige spelers van nu had ik de grootvader kunnen zijn”, meende hij. „Ze dreigen meneer te gaan zeggen en dat is voor mij een baken in zee.” En: „Dat gedoe met transfers en ontslagen trainers, ik erger me er meer aan dan vroeger.”

Kuiphof zou nog een paar jaar als senior bij de NOS op de redactie werken. En was in 1989 nog kort als tennisverslaggever in dienst bij Radio Télé Veronique. Daarna zou RTL volgen. Schrijven deed hij nog het langst. Tot op hoge leeftijd reed hij in een Porsche.

Oude columns en geluidsfragmenten via nrc.nl/sport