Café-opstand

In het land woedt een estafette-actie tegen het rookverbod. Exploitanten van kleine cafés in Den Bosch zetten deze week in navolging van collega’s in Groningen, Tilburg en Breda de asbak weer op de bar. Zwolle en Enschede volgden.

Het is burgerlijke ongehoorzaamheid ten voeten uit. Een geweldloze openlijke actie om de aandacht te vestigen op een veronderstelde misstand. De onrechtvaardige uitwerking van het rookverbod, dat cafés dupeert die te klein zijn om rokers van niet-rokers te scheiden. Zij moeten klanten weigeren, die elders wel terecht kunnen. Dat is valse concurrentie en marktverstoring door de overheid, menen zij. Nog afgezien van de bezwaren tegen het verbod op roken zelf, dat velen zien als een wezenlijk deel van cafébezoek.

De staat kaatste de bal razendsnel terug. Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) liet dinsdag weten dat het ‘ernst’ is. „In dit land dienen wetten nageleefd te worden en dat geldt voor iedereen”, aldus de bewindsman. Waarna hij hogere boetes, lik-op-stuk-beleid en strikte handhaving beloofde.

In theorie staat de minister in zijn recht. Alleen, er bestaat geen plicht tot honderd procent handhaving van alle wetten. De overheid heeft bij opsporing en vervolging van overtreders een ruime marge. Gedogen is een onmisbaar middel om prioriteiten te kunnen stellen. Daarom mag het openbaar ministerie steeds de ernst van de misstand afwegen tegen de maatschappelijke winst van de sanctie en de kosten van de vervolging. De rechter heeft bovendien erkend dat sommige inbreuken op de wet te excuseren zijn. Er ontbreekt dan ‘materiële wederrechtelijkheid’, omdat degene die de wet overtreedt daar een redelijker doel mee dient dan de wet. De wet is dus geen dictaat.

Repressie is in een vrij land dan ook altijd een kwestie van maatvoering. De meeste regels handhaven zichzelf omdat burgers bereid zijn zich eraan te houden. Dat is een kostbaar goed. Ministers die ‘hard ingrijpen’ kunnen makkelijk het verzet tegen regels juist aanwakkeren. Nu is dit een nieuwe wet die een controversieel debat beslecht waarover democratisch is besloten. Een ruime Kamermeerderheid vraagt om korte metten. Dat de minister nu zijn punt wil maken is dus op zichzelf legitiem. Maar is het ook proportioneel? Het antirookbeleid dreigt al de privésfeer binnen te dringen. Het Kamerlid Esmé Wiegman (CU) bepleitte een rookverbod in de (particuliere) auto om eventuele kinderen te beschermen. Dat is nog maar één deur verwijderd van de eigen woning.

De café-opstand laat ook zien dat het draagvlak voor het algemene rookverbod wankel is. Het gaat om het beperken van individuele keuzes. Om een ingreep in het publieke gedrag van burgers. Klink speelt hoog spel door het machtswoord te spreken. En waartoe? Is het op lange termijn écht nuttig en nodig om rokers eigen cafés te ontzeggen, waar personeel en exploitant het onderling over eens zijn? Achter elke asbak een inspecteur kan alleen een bliksemactie zijn. In andere landen bestaan rookverbod en -permissie in aparte etablissementen naast elkaar. Zo kan het dus ook.