België voelt de gevolgen van Nederlands gedoogbeleid

Ook aan de Belgische kant van de grens zijn er problemen met softdrugs. Zoals in Lanaken, bij Maastricht. „Het doordringt de hele maatschappij.”

Een van de grensovergangen tussen Maastricht en het Belgische Smeermaas ligt vlak voor een scherpe bocht. Daar een drugscontrole uitvoeren is vragen om ongelukken. Dat kan veiliger een paar honderd meter ná de bocht. Daar is ook het verrassingseffect groter. In een op de vijf gevallen worden er drugs gevonden.

De Belgen hielden vorig jaar 21 van deze controles. Op alle andere momenten gingen de drugs ongehinderd de grens over.

Smeermaas valt onder de gemeente Lanaken, een verzameling dorpen met in totaal 25.000 inwoners. Een kwart daarvan is Nederlander. Ze zijn er gaan wonen vanwege de rust, de lagere huizenprijzen of om fiscale redenen.

Maar Lanaken trekt ook Nederlandse criminelen. Vorig jaar werd in de gemeente opgetreden tegen achttien drugsrunners en vijftien drugspanden. Dit jaar staat de teller al hoger. De laatste vier jaar werden veertig wietplantages ontdekt. Burgemeester Guido Willen heeft de indruk dat het slechts het topje van de ijsberg is. De Lanakense politie (vijftig agenten) is niet berekend op de omvangrijke drugsproblematiek. „Bij het speuren naar plantages blijft het behelpen. Nederlanders hebben warmtedetectoren. Wij niet. Wij moeten het hebben van tips.” Wat bij het zoeken naar plantages ook niet helpt, is het Belgische ruimtelijkeordeningsbeleid. Nederland gedoogt de softdrugs, België de bouwkoorts. De wietplanten kunnen onderdak vinden tal van schuren en schuurtjes.

Andere overlast is zichtbaarder. „Als ik ’s avonds op bepaalde plekken op huisbezoek ga, zie ik de scootertjes wegschieten en auto’s staan wachten op parkings”, zegt Piet van Berkel, huisarts in Lanaken en gemeenteraadslid voor de christen-democraten. Het gaat daarbij niet alleen om verkeer van en naar Nederland. Ook de lokale jeugd is als afzetmarkt ontdekt. Zo ontstonden problemen rond hangplekken in Gelik en Neerharen, wat verder van de grens gelegen dorpen.

Lanaken en andere Belgische buurgemeenten als Riemst, Voeren en Visé vormen overlopen van Maastricht. Het waterbedeffect versterkt die beweging. „De strengere aanpak van drugscriminaliteit in Maastricht de afgelopen jaren heeft goed gewerkt, maar het probleem ook verplaatst”, zegt de Gentse hoogleraar criminologie Brice De Ruyver. „De plantages en runners zijn nu te vinden tot diep in België, tot achter Luik en ver in Belgisch Limburg.”

In opdracht van de Euregio Maas-Rijn schreef de Ruyver met collega-criminoloog Cyrille Fijnaut (Universiteit van Tilburg) een rapport over de drugscriminaliteit in het grensgebied. Het verscheen vorige week en de Lanakense burgemeester Willen is er „content” mee. „Het buikgevoel dat wij hier al hadden, wordt nu ook wetenschappelijk ondersteund. Het Nederlandse softdrugsbeleid is eigenlijk mislukt.” Steve Stevaert, gouverneur van Belgisch Limburg: „Dit rapport is het bewijs dat er ook slimme intellectuelen zijn. De euregio is stilaan in een criminele sfeer aan het komen. Over de grootte van het probleem wordt soms wat meewarig gedaan, alsof het alleen gaat om een jointje of drie gram cannabis. Maar het doordringt de hele maatschappij. En het treft vooral de sociaal zwakkeren die benaderd worden voor plantages of andere diensten en die vervolgens in maffia-achtige verhoudingen terecht komen.”

Dokter Van Berkel herkent dat. „Er zitten sneue gevallen bij, waar gezinnen verscheurd worden omdat er problemen ontstaan met de elektriciteitsleverancier vanwege het stelen van stroom en waar mannen achter de tralies verdwijnen. De gezondheidskant wordt overigens onderschat. Ik kom in mijn praktijk mensen tegen die minstens vijf joints op een dag roken en daardoor kampen met zware psychiatrische problemen.”

„Nederland had een gidsfunctie kunnen hebben”, vindt Van Berkel. „Als ze een duidelijke drugswet hadden ontwikkeld. Nu blijft er de schizofrenie van de voor- en de achterdeur, toch een beetje koud en warm blazen tegelijk.” Stevaert: „Nederland heeft de cafés toegelaten en de brouwerijen verboden. Maar we moeten nu geen bokswedstrijd met elkaar aangaan. Het Nederlands beleid heeft misschien gefaald, maar het Belgische ook. Vergeet de waanideeën dat Nederland zomaar opeens alle coffeeshops kan sluiten of dat de achterdeur geregeld kan worden. Wel moeten we nationaal en internationaal 1001 zaken regelen.”

Met zijn collega-burgemeesters uit België gaat Willen het juridische gevecht aan tegen de Maastrichtse plannen voor op ‘wietboulevards’ geconcentreerde coffeeshops, ook al is de locatie bij Smeermaas voorlopig van de baan. Hij gelooft dat ook de andere er niet gaan komen. „Een jaar geleden wilde bijna niemand in Nederland stoppen met het gedoogbeleid. Nu is het CDA voor en sluiten grensgemeenten coffeeshops. De problemen zullen er niet door verdwijnen, maar na sluiting wordt de last in elk geval wat evenwichtiger verdeeld.”

Meer over softdrugs op nrc.nl/drugsbeleid