40 landen kennen een kinderombudsman, wij niet

Een kinderombudsman moet het jeugdbeleid van de overheid in de gaten houden.

Vandaag presenteert Kamerlid Khadija Arib (PvdA) hier een wetsvoorstel over.

De Verenigde Naties hebben er herhaaldelijk op aangedrongen en eindelijk lijkt het er van te komen: Nederland krijgt een Nationale Kinderombudsman.

Vandaag, op de Internationale Dag van de Rechten van het Kind, presenteert Kamerlid Arib (PvdA) een initiatiefwetsvoorstel om een Kinderombudsman in het leven te roepen. Minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) is er voorstander van en een Kamermeerderheid is dat eveneens.

Een nationale ombudsman speciaal voor kinderen moet het jeugdbeleid van de overheid monitoren en de regering adviseren over dat beleid. Hij/zij is een vraagbaak over kinderrechten. Van vragen over de echtscheiding van ouders tot vragen over minderjarige illegalen (mogen zij bijvoorbeeld naar school).

De kinderombudsman moet ook klachten van kinderen of hun ouders behandelen over jeugdzorg, kinderopvang, consultatiebureaus of het onderwijs. Maar alleen als zij met hun grieven onvoldoende gehoor vinden bij bestaande klachtencommissies of de Inspectie Jeugdzorg.

De bestaande klachtenvoorzieningen van bijvoorbeeld bureaus jeugdzorg of zorgaanbieders waarborgen onvoldoende onafhankelijkheid, schrijft Arib. De drempel is hoog voor kinderen of ouders om een klacht in te dienen bij de eigen instelling – bijvoorbeeld de jeugdinrichting of de voogdij. „Gezien de machtsongelijkheid tussen instanties en burgers zijn het vaak de kinderen (en hun ouders) die aan het kortste eind trekken.”

De van de overheid onafhankelijke Kinderombudsman moet bovendien in de gaten houden of Nederland het Verdrag van de Rechten van het Kind naleeft. Vandaag precies 19 jaar geleden legden Unicef en de Verenigde Naties in dat kinderrechtenverdrag de basisrechten van kinderen vast, zoals het recht op onderwijs, het recht op een veilig en gezond leven of het recht op bescherming tegen kinderarbeid.

In januari van dit jaar bleek uit het jaarbericht van Unicef en Defence for Children dat het niet goed gesteld is met de kinderrechten in Nederland. Met name het vreemdelingenbeleid, de gezondheidszorg en de jeugdzorg blijven in gebreke bij de naleving van de internationale rechten van kinderen, zoals in het kinderrechtenverdrag vastgelegd. Beide organisaties pleiten al lang voor een kinderombudsman.

Inmiddels zijn er wereldwijd meer dan veertig landen die zo’n speciale ombudsman hebben, in Europa zijn er 33 van zulke instituten. Nederland heeft er lange tijd tegen aan gehikt omdat er verzet bestond tegen de oprichting van een heel nieuw instituut. Het plan is nu om de kinderombudsman onder te brengen bij de Nationale Ombudsman, zodat de daar opgebouwde expertise benut kan worden. De bedoeling is een boegbeeld voor kinderen te benoemen. „De kinderombudsman zal zich naar buiten toe met een eigen gezicht profileren om zo de toegankelijkheid en laagdrempeligheid te kunnen garanderen.”

Unicef is heel gelukkig met het plan en spreekt van „een groot cadeau” op Kinderrechtendag. „We zitten in Nederland lang te wachten op een waakhond van kinderrechten. Het is belangrijk dat dit in de wet komt, zodat er iemand met duidelijke bevoegdheden permanent over de kinderen kan waken”, zegt Simone Bommeljé, pleitbezorger kinderrechten van Unicef Nederland.

Kinderen weten nu niet goed waar ze met vragen en klachten terecht kunnen. Er zijn (nog) wel rechtswinkels voor ze, maar die zijn afhankelijk van ongewisse subsidies. Er bestaat zelfs al een kinderombudsman, Jos Aalders, maar dat is een particulier initiatief. Hij heeft geen officieel erkende bevoegdheden.

CDA-Kamerlid Aasted-Madsen juicht het toe dat de rechten van kinderen beter bewaakt worden maar vindt dat de Kinderombudsman „wel doorzettingsmacht moet krijgen om deuren open te breken”. Het CDA twijfelt of er een aparte persoon als Kinderombudsman moet worden aangesteld of dat de Nationale Ombudsman ondersteuning moet krijgen van mensen die zich specifiek op kinderen richten.

SP-Kamerlid Langkamp vindt dat Nederland aan zichzelf verplicht is een kinderombudsman aan te stellen omdat ons land het Kinderrechtenverdrag heeft getekend.