Weeffout in Afghanistan

‘De trieste conclusie is dat we in het verleden een verkeerde aanpak hebben gevolgd. Langzaamaan beginnen we dit te erkennen, maar het is vreselijk moeilijk deze fout te corrigeren.” Dat zegt Daan Everts, die tot begin van dit jaar de speciale afgezant van Jaap de Hoop Scheffer in Afghanistan is geweest. Er is sprake van een „weeffout”, en de Amerikanen zijn daarvoor verantwoordelijk. „Hun unilaterale aanpak beheerst de antiterroristische agenda.” Er had van het begin af (dat is zeven jaar geleden) voor een veel bredere aanpak moeten worden gekozen. Everts heeft nu samen met andere Europese en Amerikaanse deskundigen een advies uitgebracht aan president elect Obama. Minder militairen, meer opbouw, en dit niet per provincie, maar voor heel Afghanistan.

In Uruzgan hebben de Nederlanders deze benadering al min of meer gevolgd. Het kabinet heeft lang gehoopt dat we hierbij substantiële steun van de bondgenoten in de NAVO zouden krijgen, maar tot dusver is het bij enkele tientallen Tsjechen, Slowaken en Fransen gebleven. Misschien dat onze vrienden er al eerder van waren doordrongen dat het Westen daar op de verkeerde weg is.

Hoe het ook zij, in tegenstelling tot wat onze minister van Defensie Van Middelkoop eerder had beloofd, kunnen er nu minder Nederlandse soldaten naar huis. Geen driehonderd maar op z’n hoogst honderd. De bewindsman had al eerder tot 2010 bijgetekend, meer dan een jaar voor de verkiezing van de nieuwe Amerikaanse president. Ik heb dat toen een va banque spelen gevonden, op kosten van de Nederlandse militairen. Wat Obama nu van plan is, weten de dames en heren in Den Haag ook niet. Het spel gaat intussen verder.

Van het ogenblik dat het plan voor de aanval op Irak vorm begon te krijgen, ben ik ertegen geweest dat Nederland zich daarin zou laten betrekken. Niet uit overwegingen van ‘oost west thuis best’, maar omdat het volgens mij duidelijk was dat de strategie van Washington er alleen toe kon leiden dat de problemen werden vergroot. Als hij op 20 januari het Witte Huis betrekt, zal president Obama het hoofd moeten bieden aan een zee van plagen. Hoe hij dat zal doen, weten we in Den Haag ook nog niet precies. Daarom is het verstandiger om nog even te wachten voor we hier toezeggingen doen die door de soldaten moeten worden uitgevoerd. De eigenschap van een knecht is dat hij bij voorbaat meer doet dan er van hem wordt gevraagd. Willen we opnieuw knechten zijn?

Het fundamentele vraagstuk voor het Westen in het Midden-Oosten is niet het terrorisme. Dat komt op de tweede plaats. De kern van alle problematiek is de inherente instabiliteit die alle moslimstaten eigen is. Dit schrijft Kenneth M.Pollack in zijn onlangs verschenen boek A Path Out of the Desert: A Grand Strategy for America in the Middle East. Recente ervaring heeft geleerd dat we heel voorzichtig moeten zijn met schrijvers die zich op dit gebied deskundig noemen, maar Pollack heeft goede papieren. Hij is onder Clinton lid van de Nationale Veiligheidsraad geweest, heeft zeven jaar voor de CIA in de Perzische Golf gewerkt en is nu directeur van een onderzoeksinstituut dat zich met het Midden-Oosten bezig houdt. Hij is een realist. Als de twee voornaamste doelen van de Amerikaanse politiek in de regio ziet hij de verzekering van de oliestroom en de veiligheid van Israël. De politiek van Washington onder president Bush heeft averechts gewerkt. Een van de voornaamste oorzaken daarvan is dat de beleidsmakers de aard van de Arabische wereld hebben miskend. En dat geldt ook voor Afghanistan.

Het grootste ongeluk dat een land kan overkomen is dat het met een onderontwikkelde bevolking rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, heeft de Amerikaanse econoom Paul J. Samuelson geschreven. Door dit lot is het Midden-Oosten getroffen. Binnen een halve eeuw is de bevolking gegroeid van 78,8 naar 375 miljoen. De werkeloosheid in de regio is de hoogste ter wereld. Stadsplanning bestaat vrijwel niet; de meeste steden hebben enorme achterbuurten. Het onderwijs is religieus-autoritair. Van een democratie in de westerse betekenis is geen sprake. Daarbij komt dat deze rijke landen met hun proletarische bevolking niet zijn opgewassen tegen de uitdaging van de mondialisering. Dit geldt nog meer voor Afghanistan, dat alleen opium exporteert.

Langzamerhand is daar een prerevolutionaire situatie gegroeid. Al-Qaeda recruteert in Saoedi Arabië zijn terroristen terwijl de leden van het koningshuis de beste vrienden met de familie Bush zijn. Een werkelijke revolutie daar zou voor de hele wereld een ramp betekenen. Alleen geleidelijke binnenlandse hervormingen kunnen op langere termijn misschien een oplossing brengen, maar hoe dat proces in zijn werk zou moeten gaan, wordt door de schrijver in zijn 539 pagina’s niet verklaard.

In principe hebben de neoconservatieven misschien wel gelijk gehad toen ze besloten dat Irak gedemocratiseerd zou moeten worden, om daarna als aanstekelijk voorbeeld voor de hele regio te kunnen dienen. Maar dan heeft de chaos van de oorlog dit gelijk in de kiem gesmoord. Als poging tot een politieke bekering is Irak een grote mislukking geworden. Oorlog, schrijft Pollack, brengt het tegengestelde resultaat en dat geldt dan niet alleen voor Irak. In de hele regio is bijna zes jaar na de aanval het volk nog meer anti-westers geworden. Waar verkiezingen worden gehouden, winnen de fundamentalisten: Hamas en Hezbollah. Als de Amerikaanse strijdkrachten in Afghanistan en Pakistan bij vergissing burgers blijven doodschieten, gaat het daar verder dezelfde kant op. Ik hoop dat minister Van Middelkoop dit boek van Pollack zal lezen.

Obama is nu met bekwame spoed bezig om zijn beleid voor te bereiden. Troepen weg uit Irak, naar Afghanistan. Wat zal de strategie zijn, wat gaan de soldaten daar doen? Kunnen we in Den Haag nog even, twee maanden wachten voor we nieuwe ferme besluiten nemen?

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/hofland