Roep om versoepeling limieten

Vier sportbonden dringen aan op een versoepeling van de toelatingseisen voor de Olympische Spelen. „Nederland is het strengste jongetje van de klas.”

Het mag niet weer gebeuren dat tennissers als Raemon Sluiter en Robin Haase van de Olympische Spelen worden weggehouden, terwijl ze hebben voldaan aan de internationale eis voor deelname. Daarom maakt de tennisbond (KNLTB) zich sterk voor versoepeling van de toelatingseisen voor de Spelen van 2012 in Londen. En daarin wordt het gesteund door de tafeltennis-, badminton- en squashbond, hoewel die laatstgenoemde sport (nog) niet olympisch is.

De vier bonden willen bereiken dat sportkoepel NOC*NSF bij de opstelling van de normen en limieten afstapt van het principe dat olympische sporters de topacht moeten kunnen halen. De nieuwe richtlijnen zouden gebaseerd moeten zijn op de kwalificatie-eisen van de internationale sportfederaties.

Voorzitter Karin van Bijsterveld van de tennisbond (KNLTB) zei gisteren bij de algemene najaarsvergadering van NOC*NSF dat de tennisbond zich niet bij de huidige systematiek zal neerleggen. Zij kreeg steun uit de hoek van het Internationaal Olympisch Comité. IOC-erelid Hein Verbruggen, die gisteravond ook tot erelid van NOC*NSF werd benoemd, riep de sportkoepel openlijk op tot versoepeling van de olympische limieten. Hij reageerde op chef de mission Charles van Commenée, die bij zijn evaluatie van de Spelen in Peking juist had aangedrongen op verscherping van de limieten.

De opstandige houding van een aantal bonden komt voort uit de afwijzing van sporters voor de Spelen. Tennisser Haase was een van de dertig gekwalificeerde Nederlandse sporters die niet naar Peking mocht, omdat hij niet had voldaan aan de extra strenge limiet van NOC*NSF. Dat wekte de woede van de internationale tennisfederatie (ITF), die een plaats voor hem had ingeruimd. De tafeltennisbond botste in de aanloop naar ‘Peking’ met NOC*NSF over deelname van Trinko Keen. Ook hij had voldaan aan de internationale eisen, maar niet aan die in eigen land. En badmintonspeelster Yao Jie voerde zelfs strijd tot en met de beroepscommissie van de sportkoepel. Uiteindelijk werd zij niet uitgezonden.

Van Bijsterveld vindt dat de eisen van de ITF voldoende waarborg zijn voor de kwaliteit van het olympische deelnemersveld. „Tennis is een mondiale sport, waarbij iemand uit de tophonderd kan winnen van iemand uit de toptien. In 2004 voor ‘Athene’ hadden we problemen rond de deelname van Sluiter en in de aanloop naar ‘Peking’ met Haase. Die spelers zijn geen toeristen, maar topsporters die op de Olympische Spelen aanwezig hadden moeten zijn.”

De discussie over het nut van aanvullende nationale olympische eisen is een oude, die niet alleen tot ergernis leidt bij de internationale sportbonden, maar ook bij het IOC. Verbruggen: „Als een tennisser in de topvijftig moet staan om mee te doen aan de Spelen, dan betekent dat nogal wat. Dan behoor je tot de top. Maar dan komt er een NOC dat zegt: je gaat niet, want je hebt redelijkerwijs geen uitzicht op de topacht. Tenzij zich iets geks voordoet, vind ik dat de landen zich moeten houden aan de regels van de internationale sportbonden. Maar Nederland is, evenals trouwens België, Duitsland en vooral Zweden, het strengste jongetje van de klas.”

Het IOC zou het probleem kunnen oplossen door zich vierkant achter de internationale bonden op te stellen. Dat gebeurt niet, omdat het IOC niet wil tornen aan het recht van de nationale olympische comités om de olympische ploeg samen te stellen. Dat kreeg een delegatie van NOC*NSF die recentelijk met IOC-voorzitter Jacques Rogge over de problematiek heeft gesproken nog eens nadrukkelijk te horen. De autonomie van nationale olympische comités botst met de belangen van de sportbonden. Maar met zijn visie onderstreepte Rogge dat het IOC in de hiërarchie de NOC’s boven de internationale sportfederaties stelt. En zo lang dat de leidraad van het IOC is, zullen de discussies over limieten niet verstommen.

In Nederland roert zich intussen ook de atletencommissie van NOC*NSF. Voorzitter Trinko Keen wil nog niet inhoudelijk op de kwestie ingaan, maar zegt wel dat er zaken moeten veranderen. „Wij willen een open discussie over de meerwaarde van het systeem.”

Technisch directeur Van Commenée, die naar de Britse atletiekbond vertrekt, is fel gekant tegen een versoepeling. „Waar ga je vanuit? Dat een sporter mag deelnemen aan de Spelen of dat hij moet presteren? Ik van het laatste.”