Rechtbank: verkoop Fortis rechtsgeldig

De ontmanteling en verkoop van Fortis zijn „niet op onwettelijke wijze opgedrongen” door de Belgische en Nederlandse overheden en dus rechtsgeldig. Dat heeft een Belgische rechter gisteren bepaald in een kort geding dat namens minderheidsaandeelhouders van Fortis was aangespannen.

De rechtbank stelt drie experts aan die moeten nagaan of de prijs van de verkoop in het belang van de aandeelhouders was. De resultaten daarvan zullen echter niet bekend zijn voor de aandeelhoudersvergadering van Fortis op 1 en 2 december in Utrecht en Brussel.

De schade die de minderheidsaandeelhouders hebben geleden – de koers van Fortis zakte na de operatie naar minder dan 1 euro – is volgens de rechtbank „zuiver geldelijk” en zal als gevolg daarvan „altijd herstelbaar” blijven. Maar dit kan alleen in een regulier proces, niet in een kort geding.

Op een persconferentie toonde de Belgische premier Leterme zich gisteren opgelucht over de uitspraak. Advocatenkantoor Modrikamen, dat als eerste een kort geding aanspande, liet weten in beroep te gaan. Erik Bomans van adviesbureau Deminor, dat een andere procedure opstartte, zei zich te beraden op verdere acties. „Dit is geen overwinning voor de aandeelhouders”, liet hij weten.

Ook verzekeraar Ping An, die 4,81 procent van Fortis bezit, laat via zijn advocatenkantoor White & Case weten „bijzonder teleurgesteld” te zijn over de uitspraak. „Wij wensen gerespecteerd te worden als aandeelhouder”, zegt Stefan Odeurs, die optreedt namens Ping An. „We zullen de toelichting van de rechtbank nu uitgebreid bestuderen en laten uiterlijk volgende week weten of we juridische stappen nemen.”

Op de vraag of Ping An hiermee niet in conflict komt met zijn eigen topman Louis Cheung, die commissaris is bij Fortis en begin december opnieuw wordt voorgedragen, antwoordt Odeurs: „De heer Cheung heeft zich onthouden bij de verkoop van Fortis.”