Ontevreden rokers zijn onruststokers

Wie de leus „Een tevreden roker is geen onruststoker” googlet vindt de meest uiteenlopende verklaringen over de oorsprong: een oud spreekwoord, Winston Churchill, een sigarettenreclame uit de jaren dertig, Theo van Gogh. De meest aannemelijke en ampel gedocumenteerde bron is het scanderen van de tekst bij de happenings van Provo. In 1965 ging anti-rookmagiër Robert Jasper Grootveld bij het Lieverdje op het Amsterdamse Spui zijn volgelingen voor. Een van de antwoorden op de mantra was „uche uche”, waarna massaal weer werd opgestoken.

Van Gogh, bij leven eigenaar van de website De gezonde roker, zou blij verrast zijn geweest over de actuele rebellie tegen het rookverbod in kleine cafés. Het verloop van de asbakkenopstand kan nauwgezet gevolgd worden via televisie, maar het is de vraag of de revolte een lang leven is beschoren.

Maandagavond staken Pauw & Witteman het brandje aan door een aantal kroegbazen uit Den Bosch uit te nodigen. Die kondigden plechtig aan dat er vanaf heden, met de winterkou in aantocht, in de hele binnenstad weer asbakken op de bar stonden. Net als in de tijd van de geuzen sloten zich in de loop van gisteren steeds meer steden aan. In Nijmegen gingen na een vergadering 56 caféhouders om, leerde EénVandaag, en ook in Roosendaal en Maastricht broeide het verzet.

Het gaat niet toevallig om katholieke steden uit het zuiden. Een Bossche horecaondernemer verdedigde de bourgondische levensstijl, betutteld door het calvinisme van gezondheidsminister Ab Klink (CDA).

In het NOS Journaal concludeerde socioloog Dick Pels dat „Nederlanders toch een beetje verzetsmensen zijn, om het zo maar te zeggen.” Historicus Piet de Rooij ging al rokend in beeld nog verder: „Normen en gedragsregels werden tot de jaren zestig door de zuilen gehandhaafd. De overheid heeft geprobeerd die taak over te nemen, maar dat is nooit gelukt.” Bestuurskundige Paul Frissen meende in Nova dat het de horecaondernemers heus niet alleen om de inkomensvermindering gaat, maar vooral om ergernis over de overheidsbemoeienis.

Journaal-correspondent Margriet Brandsma liet zien hoe in Duitsland het rookverbod mislukt was, mede door ingrijpen van de rechter op basis van rechtsongelijkheid tussen kleine en grotere etablissementen. Het enige waar nog strenge controle op is is het serveren van warme maaltijden in Kneipen met asbakken.

Die verslaggeving was een beetje strijdig met de alom geuite constatering dat het verbod nergens in Europa op verzet was gestuit. Zelf heb ik dit jaar in België, Oostenrijk en Spanje cafés bezocht met slechts symbolisch gescheiden ruimtes voor rokers en niet-rokers. Nederlanders zijn niet zozeer verzetsmensen alswel absolutisten, die de ene of de andere radicale oplossing eisen. Een meerderheid neigt naar het Angelsaksische totale rookverbod, in tegenstelling tot het Rijnlandse geschipper, dat veel toelaat zolang je het maar niet van de daken schreeuwt. Mij verbaasde het juist hoe gemakkelijk Nederlandse cafés en klanten zich sinds 1 juli compleet bij het rookverbod hadden neergelegd.

Ook Klink wilde op zijn beurt van geen wijken weten en koos voor de scherpe tegenaanval. Er werden hogere boetes in het vooruitzicht gesteld: „Dat is geen oorlogszuchtige taal, maar de taal van de rechtsstaat.” Er zijn slechts tweehonderd controleurs van de Voedsel- en Waren Autoriteit, maar de televisie wijst ze de weg. Het regende gisteren bekeuringen in Den Bosch, zodat een van de opstandige kroegbazen al na een dag in Nova meldde dat hij de asbakken tot nader order weer opbergt.

Hoogste tijd voor het tot bedaren brengen van de gemoederen. Gisteren hield directeur Lodewijk van der Grinten van Koninklijke Horeca Nederland bij Pauw & Witteman een wijdlopig betoog, vol metaforen en handreikingen, waaraan helaas geen touw viel vast te knopen. De minister was in het zicht van de haven van de boot gesprongen. Welke boot? Die van een oplossing van het conflict in lijn met eerdere afspraken. Ook deze Nederlandse volksopstand gaat niet lukken.