Nú je operatie? 900 euro extra dokken

De Tweede Kamer is boos op een ziekenhuis dat voorrang verleent aan patiënten die extra betalen.

Dat is hypocriet. De Kamer wilde zelf meer concurrentie.

De Tweede Kamer is verbolgen over het nieuwe initiatief van het Kennemer Gasthuis. Patiënten kunnen daar sneller worden geholpen als er – via een bemiddelingsbureau – 900 euro extra wordt betaald. Ze wil van minister Klink opheldering over de zaak.

De SP die altijd al tegen marktwerking in de zorg is geweest heeft hiertoe alle reden. Maar dat de partijen die hebben ingestemd met de nieuwe zorgverzekeringswet nu op hun achterste benen staan is op zijn minst opmerkelijk. Het CDA zegt in een reactie in het Radio 1 Journaal dat deze ontwikkeling niet past binnen de zorgverzekeringswet. Een klein lesje nieuwe zorgverzekeringswet voor politici lijkt op zijn plaats.

De nieuwe zorgverzekeringswet heeft onder meer tot doel een verandering te bewerkstellingen van een stelsel gestuurd door aanbod naar een stelsel gestuurd door vraag. De patiënt, nu zorgconsument geheten, moet met zijn specifieke zorgvraag centraal komen te staan. Marktprikkels staan daarbij centraal.

De zorgconsument moet zelf geïnformeerde keuzes maken over welke zorgaanbieder en zorgverzekeraar de beste zorg voor hem kan leveren. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders moeten daarom op de markt met elkaar concurreren om de gunst van de klant. Ziekenhuizen zouden hierdoor worden gestimuleerd betere kwaliteit van zorg te leveren tegen een zo laag mogelijke prijs. Verzekeraars op hun beurt zouden worden gestimuleerd de belangen van hun klanten zo goed mogelijk te behartigen door de meest efficiënte en kwalitatief beste zorg in te kopen. Kortom, er moet niet alleen op prijs geconcurreerd worden maar ook op kwaliteit van zorg, wat er voor moet zorgen dat de zorg kwalitatief beter wordt en goedkoper. Tot zover klinkt het allemaal nog heel redelijk.

Maar wat betekent concurrentie in de praktijk? Waar moeten zorginstellingen en zorgverzekeraars op concurreren en waar moeten zorgconsumenten op kiezen? De klant wordt er herhaaldelijk op gewezen dat niet alle ziekenhuizen even goed zijn (recent nog door minister Klink in Trouw op 28 oktober 2008) en dat er daarom bewust gekozen moet worden voor een zorgaanbieder en voor een verzekeraar. Verzekeraars op hun beurt onderscheiden zich door ‘prachtlijsten in plaats van wachtlijsten’, ruime aanvullende zorgpakketten en zorgbemiddeling.

Op de site van een willekeurige zorgverzekeraar staat te lezen: „Wij hebben speciale afspraken gemaakt over zeer goede en snelle zorg. U kunt hierdoor binnen maximaal 3 werkdagen bij de chirurg terecht voor onderzoek.”

Aangezien het ingewikkeld is om de zorg transparant te maken zodat klanten daadwerkelijk een gefundeerde keuze kunnen maken waar ze kwalitatief de beste zorg zullen ontvangen, zullen partijen zich in eerste instantie richten op makkelijk meetbare factoren zoals wachttijd. Als patiënt wil je immers zo snel mogelijk geholpen worden. Dit zal dan ook vermoedelijk een belangrijk criterium zijn om een zorgaanbieder of verzekeraar te kiezen. Dat je hier een extra bijdrage voor moet betalen is in de marktgedachte ook niet vreemd. Het roept belangrijke solidariteitsvragen op, maar het is allemaal in de geest van de nieuwe wet.

Nu zorgaanbieders en zorgverzekeraars zich in de praktijk daadwerkelijk op transparante wijze gaan onderscheiden komen politici echter in opstand, inclusief de partijen die fervent voorstander waren van de stelselwijziging en de marktwerking in de gezondheidszorg verder willen doorvoeren. Zijn politici zich werkelijk niet bewust geweest van deze implicaties van de nieuwe wet? Of durven zij geen verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen beleid?

Het is van tweeën een. Of je schaart je achter het idee van marktwerking in de zorg en dan laat je de markt zijn gang gaan met een beetje overheidssturing op de achtergrond. Dan bemoei je je niet met ieder initiatief van zorgverleners of verzekeraars om zich te onderscheiden. Of je wilt een grotere invloed van de politiek op de zorg, maar dan moet de marktwerking in de gezondheidszorg de wacht aan worden gezet. Dan zouden de politici van de regeringspartijen moeten zeggen dat zij de consequenties van de marktwerking – de toenemende ongelijkheid, de aantasting van de solidariteit, het feit dat in de zorg niet langer zal worden behandeld op basis van medische behoefte of medische urgentie maar op basis van andere criteria – bij nader inzien niet hebben gewild. Als dat zo is moet er misschien alsnog een debat worden gevoerd over de precieze ins en outs van het nu ingevoerde zorgstelsel, want dan heeft men daar indertijd blijkbaar volstrekt onvoldoende over nagedacht.

Jolanda Dwarswaard en Hester van de Bovenkamp zijn onderzoekers bij het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg van het Erasmus MC.