Mystiek en beheersing bij solide inval-mezzo Groop

Klassiek Monica Groop en Rudolf Jansen. Gehoord: 18/11 Concertgebouw Amsterdam. ***

Monica Groop zat bij de kapper, toen ze hoorde dat ze binnen 24 uur de zieke zangeres Anna Larsson moest vervangen. Toevallig was Groop beschikbaar, net als pianist Rudolf Jansen. Zo werd het recital gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw toch nog gered.

Terwijl de internationale carrière van de Zweedse alt Larsson (42) geen hindernissen lijkt te kennen, behoort de Finse mezzosopraan Groop (50) al een tijd tot de solide subtop: geen superster, wel regelmatige optredens in de grote operahuizen. Ze zingt muziek van Bach tot Saariaho en zette de complete Griegliederen op cd. Haar flexibiliteit als musicus bleek wel uit de wijze waarop ze met Jansen invulling gaf aan deze spontane liedavond. Uit niets bleek dat hier twee invallers bezig waren: de timing was perfect, de interpretatie gelijkgestemd.

Jansen is dan ook één van Groops vaste pianisten. Hij speelt met overtuiging maar kent zijn plaats als begeleider. Wie beter op zijn spel lette, merkte hoe subtiel het vloeiende beekje in Griegs zangcyclus Het bergmeisje contrasteerde met het stekelige spinnenwiel van Schuberts Gretchen am Spinnrade. In de impressionistische muziek van de Zweed Gösta Nyström (1890-1966) creëerde hij een onderkoeld mystieke wereld.

Groop stelde daar een doordachte tekstuitdrukking tegenover. Ze gaf met beheerste inleving een stem aan de vele romantische zielen die de revue passeerden. Vooral haar volle lage register dwingt respect af. Maar ze bezit een trekje dat in het begin irriteerde en nooit helemaal verdween: het telkens benadrukken van een frase met een dynamische zwelling, waardoor de natuurlijke stuwing hapert en lijnen worden onderbroken. Het deed vooral tijdens de liederen van Mahler (een selectie van Fünf frühe Lieder en Des Knaben Wunderhorn) verlangen naar de lyriek van Anna Larsson, die tot gisteravond vier jaar lang geen concert had afgezegd.