Muziekgebouw Enschede oogt als een botsende stad

Gebouw Nationaal Muziekkwartier, Enschede. Architect: Ector Hoogstad Architecten. Opdrachtgever: Gemeente Enschede. Ontwerp 2004. Oplevering: 2008. Bouwkosten: 32 miljoen euro. ***

Wie het station van Enschede verlaat, staat versteld. Aan het einde van het nieuwe Willem Wilminkplein, dat grenst aan het Stationplein, toont het Nationaal Muziekkwartier sinds kort zijn onappetijtelijke, brokkelige achterste. Hoewel je de ingang tot dit muziekgebouw verwacht aan het plein dat de nieuwe toegang tot de Enschedese binnenstad moet worden, is die in geen velden of wegen te bekennen. Als koningin Beatrix vrijdag het Muziekkwartier opent, gaat ze het gebouw binnen in een smalle straat tegenover het oude Muziekcentrum, een lichtgrijs gebouw van architectenbureau IAA uit omstreeks 1980.

Maar gelukkig is de lelijke achterkant van het Muziekkwartier slechts een kwestie van tijd. Als in 2011 het Willem Wilminkplein met de bouw van onder meer een hotel langs het spoor is voltooid, zal het Muziekkwartier een brede trap hebben die naar een ruim dakterras voert. Daar ligt dan de ingang van de Muziekschool, die naast onder meer de Nationale Reisopera, het poppodium Atak en Podium Twente gebruik maakt van het gebouw.

Het Nationaal Muziekkwartier is een ambitieus gebouw – volgens de Enschedeërs is het zelfs een uniek muziekcentrum in Nederland. Het omvat een grote zaal met 1.000 zitplaatsen, twee popzalen voor 700 en 300 bezoekers, elf oefenruimtes met apparatuur, een balletstudio, kantoren en een wonderlijk groot aantal bars en cafés. Toch oogt het, zowel binnen als buiten, kleiner dan de 18.000 vierkante meter vloeroppervlak die het telt. Dit komt doordat de ontwerper, Jan Hoogstad, het Muziekkwartier in verschillende volumes heeft opgedeeld. De kantoren en muziekschool zijn ondergebracht in een simpele doos op poten en het poppodium in een bouwdeel met gekromde, koperen gevels. De grote, schelpvormige theaterzaal is omgeven door een foyer die wordt begrensd door een vooroverhellende glazen gevel met, typisch Hoogstad, horizontale lamellen en, alweer, een gekromd koperen dak. De zaal heeft een simpele rechthoekige toneeltoren gekregen die boven alles uittorent.

Zoals gebruikelijk heeft de nu 78-jarige Hoogstad in zijn mogelijk laatste grote werk niet echt zijn best gedaan om de vier volumes tot een verfijnde compositie aaneen te smeden. De curves van het poppodium en de foyer botsen hard op elkaar, zodat het Muziekkwartier, overeenkomstig de naam, iets heeft van een stad waar de gebouwen geen rekening met elkaar houden.

Ook het interieur lijkt op een stad. De verschillende bouwdelen zijn met elkaar verbonden door een foyer die, net als de ruimtes in een aantrekkelijke stad, telkens een ander karakter heeft. Nu eens kunnen de bezoekers de volle hoogte van het gebouw ervaren, dan weer krijgen ze een blik dwars door het gebouw heen.

Een doorlopende muur van 150 meter lang houdt de afzonderlijke bouwdelen bijeen. De muur is bekleed met behang van Petra Blaisse. Ze heeft grote bladeren in vaak knallende kleuren van onder meer klimop op het behang laten drukken. Langwerpige rechthoeken met grasachtige witte sprieten van kunststof onderbreken de plantmotieven. Het gaat hier om kunst die alleen met uitleg begrijpelijk is: de maten van de rechthoeken zijn gerelateerd aan de tonen van het Twentse volkslied.

Hoogstad zelf heeft ook gezorgd voor een motief dat, als in een muziekcompositie, steeds weer opduikt in het gebouw. Van de ronde gaten in de donkerbruine lambriseringen in de warme, klassieke grote theaterzaal met rode stoelen heeft hij een ornament gemaakt. De gaten moeten zorgen voor akoestische demping, maar zijn door hun verschillende formaten uiterst decoratief. Ze zijn daarom ook aangebracht in bijvoorbeeld de wanden van grijs beton en roestbruin cortenstaal van de schokbestendige grote popzaal.