Leraren staken een dagje tegen de hoge werkdruk

Leraren verzamelden zich vandaag in Utrecht om actie te voeren tegen de hoge werkdruk. Maar lang niet allemaal. „Geen tijd.”

Hij is de enige leraar van het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium die vandaag naar Utrecht is gekomen. Veel mensen hebben het te druk om te staken, denkt de 55-jarige leraar Engels Pieter Gerritse, die zijn vakbondspetje van vijftien jaar geleden maar weer eens heeft opgezet. „Er wordt veel geklaagd op het werk, maar ze kiezen ervoor om geen inkomen te verliezen door te staken.”

De opkomst bij de landelijke lerarenstaking, in de Veemarkthallen in Utrecht, valt nog tegen. Rond het middaguur hadden zich zo’n 3.000 leraren verzameld. Volgens een woordvoerder van de Algemene Onderwijsbond hadden 13.000 van de 77.000 leraren in het voortgezet onderwijs zich laten registeren als staker. Een telefonische rondgang langs een aantal scholen leert dat het aantal stakers beperkt blijft. Gemiddeld lijkt zo’n 5 procent van de leraren vandaag naar Utrecht te komen.

Van het conglomeraat Scholen aan Zee in Den Helder zijn vandaag 17 van de 365 leraren vertrokken naar de landelijke stakingsdag in Utrecht. Je hoort „in de wandelgangen” dat het hun om de werkdruk gaat, zegt voorzitter Chris van Meurs van het college van bestuur van de Helderse school. „Ik ben het eens met leraren dat de werkdruk beter moet worden gespreid over het jaar.”

Officieel staken de leraren wegens het uitblijven van een nieuwe cao in het voortgezet onderwijs. De werkgevers zijn het al met de vakbonden eens over een loonsverhoging van 7 procent voor alle leraren op middelbare scholen. Probleem is alleen dat beide partijen al maanden geen overeenstemming bereiken over verlaging van de werkdruk. Het plan is om nog een extra procent van de personeelskosten daaraan te besteden. Maar de bonden willen een collectieve afspraak, waar de werkgevers individuele afspraken tussen leraren en schoolleiders prefereren.

Vervolg Staking: pagina 3

Scholen spelen ‘eigen bedrijfje’

Vervolg Staking van pagina 1

Voorzitter Walter Dresscher van de Algemene Onderwijsbond noemde de handelswijze van werkgeversorganisatie VO-raad vanochtend in zijn speech „onbetrouwbaar, onfatsoenlijk en onmaatschappelijk”. Op hun beurt zeggen de werkgevers dat de bonden weigeren om serieus te onderhandelen.

De lerarensalarissen zijn onderwerp van discussie sinds vorig jaar, toen SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan adviseerde het beroep van leraar aantrekkelijker te maken om het verwachte lerarentekort tegen te gaan. Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) nam dat advies grotendeels over.

In maart van dit jaar staakten de leraren al, toen de uitwerking van dit zogeheten Convenant LeerKracht van Nederland in hun ogen te lang op zich liet wachten. Inmiddels is er een akkoord over het convenant in alle onderwijssectoren – deze week kwam als laatste sector het hbo tot overeenstemming. Leraren zullen gemiddeld in hogere salarisschalen terechtkomen en sneller dan nu naar de top van een schaal doorgroeien. Plasterk heeft structureel een bedrag uitgetrokken dat oploopt tot 1 miljard euro in 2020.

Nu is het weer de ‘gewone’ cao die leraren de straat op drijft. Collegevoorzitter Van Meurs van Scholen aan Zee hoopt dat er „spoedig” een akkoord wordt bereikt. „Dit kunnen we niet gebruiken. Er is al genoeg gedoe in het onderwijs.” Sommige leraren van Scholen aan Zee, zegt Van Meurs, hebben al laten weten dat ze zich ook wel kunnen vinden in 8 procent loonsverhoging en geen werkdrukverlaging. „Dan is dat tenminste binnen, zeiden ze.”

Marten Kircz (61, leraar Nederlands) en Gerrit Andeweg (61, Nederlands en maatschappijleer) zeggen vooral naar Utrecht te zijn gekomen voor de jonge leraren. Kircz: „Alle scholen spelen tegenwoordig eigen bedrijfje. Als een jonge meid een vacature ziet voor 15 uur Frans, dan krijgt ze op vier verschillende scholen vier verschillende salarissen en vier verschillende aantallen leerlingen en werkzaamheden. Geef die jonge leraren nu eens wat zekerheid.”

Verderop aan een tafeltje staan die jonge leraren. Marjon van Tongeren (29, maatschappijleer) en Lieke Broekhuijsen (25, muziek en ckv) van het Cals College in Nieuwegein zijn geschrokken van de hoeveelheid extra werk naast het onderwijs. Van Tongeren: „Ik werk nu vier dagen in de week en ik vraag me af hoe je een fulltimebaan zou kunnen volhouden. Vooral als jonge docent kun je nog niet op routine varen. Ik ben zes dagen in de week aan het werk.”

Het frustrerende, zegt Van Tongeren, is dat je extra projecten niet krijgt uitbetaald. „Er is heel veel verborgen werk waar je geen beloning voor krijgt.” Het is lastig voor hun school om het beter te regelen, zeggen ze. Ook veel van hun collega’s zijn niet komen staken. Ze hebben geen tijd.