In opera moet liefdesdood China redden van het westen

Componist Willem Jeths en librettist Friso Haverkamp maakten een opera over de laatste Chinese keizerin Cixi. „Zowel het Westen als en het Oosten wordt belachelijk gemaakt.”

Friso Haverkamp (links) en Willem Jeths Foto Eric Brinkhorst enschede nationale reisopera Willem Jeths (1959) H™tel de PŽkin dreams for a dragon queen (2008) op tekst van Friso Haverkamp ( Oudere man ) ©foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

Het orkest repeteert scène vijf van Hôtel de Pékin. Een botsing van clichés: een klaaglijk snikkende erhu, een Chinese vedel, mengt zich met nachtclubjazz op drums en piano. Er begint een Weense wals die, geleend van Ravel, versnelt en ‘over the top’ ontspoort, om stil te vallen in een weemoedig adagio voor de strijkers.

Straks op het toneel zal deze scène zich afspelen in Hôtel de Pékin, een historische sociëteit voor westerlingen in Peking, aan het eind van de 19de eeuw. Het gaat er in de opera niet voortdurend zo frivool aan toe, maar in zekere zin bevat deze scène wel de essentie van de opera, zegt componist Willem Jeths (1959) even later in de kantine van het nieuwe Muziekkwartier in Enschede. Vrijdag wordt dit nieuwe muziektheater met zijn opera officieel geopend.

„In deze scène wordt zowel het Westen als het Oosten belachelijk gemaakt”, zegt Jeths. „De Westerlingen zijn in China om het land leeg te roven, en China is op het eind van zijn krachten.”

„Het is pijnlijk en treurig”, vult librettist Friso Haverkamp (1942) hem aan. „De Westerse landen hadden niet erg frisse bedoelingen. Omgekeerd waren de Chinezen tijdens de Boxeropstand in 1900 ook niet bepaald zachtzinnig.”

De opera draait om één van de omstreden hoofdrolspeelsters in deze periode, de laatste Chinese keizerin Cixi (1835-1908). Hôtel de Pékin toont haar leven, via 18 dromen waarin ze terugblikt op haar leven en geleidelijk tot het besef komt dat alleen een radicale maatschappelijke hervorming China nog kan redden. Ze kiest ervoor te sterven, een ‘liefdesdood’ voor China, om zo het land van de versteende Qing-dynastie te bevrijden, en de weg naar de republiek vrij te maken.

Dat Cixi zich zo nobel opstelde, is niet de officiële Chinese lezing. Daar wordt ze tot op de dag van vandaag juist als kwade genius beschouwd. Omdat de opera, in feite een Hollandse apologie voor Cixi, ook in China wordt uitgevoerd, kreeg Haverkamp uitgebreid te maken met de Chinese censuur.

„Dat vind ik juist interessant”, zegt hij. „Ik ga graag met die mensen in gesprek. De geschiedenis is daar voortdurend aan herinterpretatie onderhevig; het is echt levende geschiedenis. Soms hielp mijn Chinese vertaler me aan informatie waarmee ik de censor kon overtuigen van mijn positieve kijk op Cixi. Dan moest de censor weer een nieuwe zet verzinnen om mij klem te zetten. Het is een spel.”

Met de muziek bemoeide men zich helemaal niet, vertelt Jeths, maar hij verwacht verder ook niet dat het publiek in China veel van zijn muziek zal begrijpen, zelfs al gebruikt hij Chinese instrumenten, musici en zangers. „Het blijft voor hen gewoon Westerse muziek”, aldus Jeths.

Wie zijn productie als componist de afgelopen jaren heeft gevolgd, kan zich al een goede klankvoorstelling van de opera maken. Werken als het klarinetconcert Yellow Darkness (2005) en de orkestwerken Seanchai (2004) en Ombre Cinesi (2005) waren allemaal voorstudies voor de opera. De muziek, vol orkestrale kleurenpracht, bevat zelf al een sterk verhalende dramatiek, naast intiemere momenten van verstilling en introspectie.

„Die voorstudies waren een soort staalkaarten”, zegt Jeths. „Friso en ik konden zo heel concreet over de opera spreken, omdat er al muziek was. Je hebt al een muzikale kerngedachte, en die kun je verder uitdiepen.”

Haverkamp ging daardoor ook anders te werk: „Aan dat klarinetconcert ontleende ik karaktertrekken van het bijbehorende personage Anzi, een eunuch: glad, kwikzilverig. Dat komt van dat instrument.”

Maar andersom gebeurt ook. „Halverwege de opera is er een point of no return”, vertelt Jeths. „Cixi laat daar in een hof van Eden 8.099 zwarte vogels los.” Ze staan symbool voor het leger van 8.099 terracotta soldaten dat het graf bewaakt van keizer Qin, grondlegger van de dynastie. „Op dat moment besluit Cixi om die dynastie niet langer voort te zetten.”

Haverkamp beaamt dit. „Die vogels zijn een symbool voor de oude orde, maar ik hou er ook van om momenten te kiezen die je kunt vertalen in muziek. Als ze dat complex loslaat, en die 8.099 vogels losgaan, denk ik: yes, daar heeft een componist wat aan. Dat maakt geluid!”

Hôtel de Pékin van Willem Jeths en Friso Haverkamp, door de Nationale Reisopera o.l.v. Ed Spanjaard. 25/1 Muziekkwartier, Enschede. Tournee t/m 13/12. Inl: www.reisopera.nl.