Ford verkoopt Mazda op fout moment

Dit is geen goede week voor het bestuur van Ford om te besluiten de meerderheid van zijn belang in Mazda te verkopen. Topman Alan Mulally hoopt wellicht dat uit de stap bereidheid blijkt om harde beslissingen te nemen, nu het Amerikaanse Congres overweegt de drie grote autoproducenten van het land te hulp te schieten. Maar in feite is het juist een voorbeeld van het onvermogen van Motown om doortastend op te treden.

Hoe zit dat dan? Kijk in de eerste plaats maar eens naar de prijs. Op een niveau van 540 miljoen dollar ontvangt Ford minder dan een derde van wat het concern had kunnen krijgen als het de aandelen nog geen vier maanden geleden van de hand had gedaan. Afgezien van een korte dip na de terreuraanslagen van 11 september 2001 heeft de koers van Mazda het in twintig jaar niet zo slecht gedaan als nu.

Dat wil niet zeggen dat er geen waarde school in het bondgenootschap – de Japanse producent is zeker van nut gebleken bij de pogingen van Ford om kleinere, zuiniger auto’s te ontwikkelen. Maar Fords behoefte aan financiële middelen om zijn Amerikaanse activiteiten opnieuw op de rails te kunnen zetten, is groter dan het voordeel van het behoud van een controlerend belang van 33 procent in Mazda.

Dat is symbolisch voor een groter probleem: de autoproducenten uit Detroit hebben te lang vastgehouden aan een opgezwollen merkenportefeuille. Dat heeft hun aandacht afgeleid van het oplossen van problemen bij de kernactiviteiten en hen ervan weerhouden een „gevoel van doelgerichtheid” te ontwikkelen „ter stimulering van de hele organisatie” (in de woorden van de voormalige Chrysler-functionaris Jerry York, nu bijna drie jaar geleden).

Ford heeft zich wél slagvaardiger getoond dan General Motors (GM), door Aston Martin, Jaguar en Land Rover te verkopen vóórdat de kredietmarkten opdroogden. GM heeft daarentegen slechts een aantal minderheidsbelangen afgestoten en getracht – tot nu toe tevergeefs – om zijn kleine Hummer-divisie te verkopen. Maar topman Rick Wagoner houdt nog steeds staande dat de firma moet vasthouden aan zijn zeven – soms onderling concurrerende – Amerikaanse merken.

Dat kunnen er waarschijnlijk beter twee of drie worden. De activiteiten van Ford behoeven minder snoeiwerk, hoewel Volvo nu risico lijkt te zijn geworden, en Lincoln en Mercury kunnen worden samengevoegd. De verkoop van Mazda kan deel uitmaken van de strategie om zich te concentreren op de kernactiviteiten. Maar het feit dat dat pas in een laat stadium gebeurt, op het hoogtepunt van een crisis en tegen een te lage prijs, roept vragen op over de oordeelkundigheid van Ford.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com