En hij eet tussen de middag soep

De afgelopen 24 uur was ik in beslag genomen door de volgende kwestie: wat zou ik doen als Prince bij mij aanbelde om me te vragen of ik Jehova’s getuige wilde worden?

Dat komt niet door een droom die ik heb gehad (je weet wel, van die levendige dromen, waarin het gezicht van je zus ineens verandert in het gezicht van een heel gemeen treinconducteurtje dat je ooit hebt gezien, waardoor je nog de hele dag bang bent dat dat echt gebeurt), maar omdat de kans echt vrij groot is dat Prince aanbelt met de blijde Jehovaboodschap.

Nou ja, niet bij mij, maar bij mensen in Los Angeles. Deze week vertelde Prince in een kort interview in de New Yorker dat hij een actieve Jehova’s getuige is geworden, als in: langs de deuren met de bijbel leuren.

Op de vraag of mensen weleens schrokken als hij aanbelde – het is toch raar, als zo’n beroemde paarse piggelmee ineens met De Wachttoren op je stoepje staat – zei Prince: ‘Sometimes people act surprised, but mostly they’re really cool about it.’

Ik vroeg me af of ik ook really cool about it zou zijn.

Ongeveer twintig jaar geleden was het mijn allergrootste wensdroom dat Prince bij me zou aanbellen, met een bijbel, een collectebus, een ticket naar Parijs – het maakte mij allemaal niks uit. Als hij maar zou aanbellen. Ik was verliefd op Prince, en niet zo’n beetje ook.

Maar of ik nu nog zit te wachten op Prince en zijn bijbel; ik weet het niet. In het artikel wordt zijn outfit beschreven: een grote trui, een yogabroek, en slippers met dikke witte sportsokken erin. Goed, Prince is dan wel vijftig, maar ik had verwacht dat hij nog steeds in een glimmende paarse catsuit door zijn huis zou glijden. Overigens schijnt hij ook mank te lopen. En hij eet tussen de middag soep.

Prince is dus een bejaarde geworden, met aanverwante bejaarde ideeën. Zo vindt hij homo’s en abortus maar niks. En, ik benadruk het nog maar eens, hij draagt slippers met dikke witte sportsokken erin.

Aan mijn huisje mag je dus voorbijlopen, Prince. Ik luister liever naar je oude platen, waarop je dingen zong als ‘Heavy feathers flicka nipple/ Baby scam water ripple/ Come a butterfly straight on your skin/ U go 4 me and I come again.’ Daar begreep ik ook niets van, maar het klonk toch beter.