De drie meter lange pij van Spinoza

Op het gebied van standbeelden in Amsterdam werd het weer eens tijd voor een nieuwe blikvanger, nadat André Hazes in de Pijp zijn eigen plekje had gekregen om tegen de eeuwigheid te vloeken.

Het oog viel op Baruch de Spinoza, de grote 17de-eeuwse joodse vrijdenker, die meer dan de helft van zijn leven in Amsterdam had doorgebracht. Hij had al een beeld bij een naar hem vernoemde school, maar dat zag nooit iemand, en bovendien leek het helemaal niet zo gek als Amsterdam een soort Spinoza-stad zou worden, zoals Rotterdam een Erasmus-stad is. Spinoza als boegbeeld van Amsterdam – daar kun je internationaal mee voor de dag komen.

Het kwam goed uit dat burgemeester Cohen en cultuurwethouder Gehrels bewonderaars van Spinoza zijn. Een subsidie van 2,2 ton door het Amsterdamse Fonds voor de Kunst was snel geregeld en, voilà, het beeld kan komende maandagmiddag onthuld worden.

Als toevallige voorbijganger kon ik al mijn eigen voortijdige onthulling doen, toen ik nietsvermoedend bij restaurant Dantzig de hoek omsloeg naar de Zwanenburgwal. Arbeiders waren aan het schuren en drillen bij een sokkel waarop een kolossaal, hoog, bruinig gevaarte geplaatst was.

Mijn primaire reactie, ik moet het eerlijk zeggen, want daar word ik voor betaald: een diepe kreun.

Wat kregen we nou weer? Was het echt nodig het uitzicht op dat bruggetje en de gevelrij erachter deels te blokkeren met deze uit zijn krachten gegroeide persoon? Wie was het eigenlijk? Ik sloop naderbij en zag dat het Spinoza moest zijn. Natuurlijk, hij was ongeveer op deze plek geboren. Op de sokkel stonden zijn naam en een citaat: „Het doel van de staat is de vrijheid.”

Hélemaal mee eens, maar opkijkend naar Spinoza kon ik maar niet de oneerbiedige vraag onderdrukken: zou hij vaak die lelijke, plooiloze, drie meter naar beneden afhangende bruine pij hebben gedragen waarin de kunstenaar hem zo plomp had afgebeeld? En zo ja, was het dan niet verwonderlijk dat hij nooit aan de vrouw was gekomen en dat de joodse gemeenschap hem in de ban had gedaan?

Je mag dan een mondiaal gerespecteerde ‘godloze godzoeker’ zijn geweest, zoals Jan en Annie Romein hem genoemd hebben, dat geeft je nog niet het recht je omgeving de hele dag te teisteren met zo’n afstotelijke jurk.

Ik keek naar het gammele hotdogkarretje een paar meter verderop en ik kon niet goed beslissen wat ik lelijker vond. Mijn gedachten gingen vervolgens niet zonder deernis uit naar de burgemeester van Amsterdam, die zeer symbolisch vlak boven deze plek zijn werkkamer had.

Uiteraard zou hij maandag met krachtige, maar toch ietwat omfloerste stem moeten zeggen dat hij het práchtig en indrukwékkend vond, maar wat zou er straks werkelijk in hem omgaan als hij aan het einde van een drukke werkdag, waarop hij weer iets te vaak met lelijke mensen en hun lelijke gedachten was geconfronteerd, het gordijn opzijschoof en naar deze afwerende kolos keek?

We zullen het nooit weten, want de burgemeester is een diplomatiek man. Ik houd het erop dat hij af en toe zal mompelen: „Godallemachtig.”